Bijna helft Duitsers wil Schmidt terug; Ex-kanselier in de aandacht op verjaardag

BONN, 23 DEC. Twee heren die het in de hiërarchie van het ZDF, het tweede Duitse televisienet, aardig ver gebracht hebben, zaten begin deze week eerbiedig-aandachtig naar Helmut Schmidt te kijken en te luisteren. Af en toe stelden zij een vraag. Een vraag waarvan niet vaststond dat de staatsman in ruste haar zou beantwoorden maar die hem in elk geval in staat stelde om het blauwe snuifdoosje weer even boven de linkerhand te houden, die hand naar de neus te brengen en nog eens diep en miljoenenvoudig hoorbaar te inhaleren.

Het interview, want dat heette het te zijn, was er een in een lange reeks van gesprekken en geschreven portretten die de Duitse media de afgelopen dagen hebben gewijd aan de 75ste verjaardag, vandaag, van oud-kanselier (1974-1982) Helmut Schmidt. Alias der Krisenmanager (1962, als Hamburgs wethouder tijdens een watersnoodramp), Schmidt-Schnautze (in de jaren jaren zestig, als gevreesd debat-tijger namens de SPD-fractie in de Bondsdag en tegenvoeter van de even geweldig intellectueel gebekte CSU-chef Franz Josef Strauss ). Daarna: Der Macher, dan wel eenvoudig 'de wereldeconoom' (als kanselier).

Schmidt is de man van het NAVO-dubbelbesluit van 1979, het 'rakettenbesluit' dat zijn partij bewoog om hem - najaar 1982 - in de steek te laten. Hij was ook, met zijn vriend Giscard d'Estaing, de toenmalige Franse president, de initiator van het Europees Monetair Stelsel (EMS). Voorts was en is hij, steeds meer oproeiend tegen opvattingen van jongere partijgenoten, een groot voorstander van kostenbesparende moderne kerncentrales in de Westduitse industriestaat, de politiek gekortwiekte economische gigant die hij Riesenzwerg noemde.

Een prominente groep landgenoten - van Marion Dönhoff en Theo Sommer van het weekblad-institutuut Die Zeit tot de vroegere CDU-leider Rainer Barzel en Joachim Fest van de Frankfurter Allgemeine Zeitung - had gisteren in de Duitse dagbladen een oproep geplaatst ter ere van de jarige en de onlangs mede door hem opgerichte Deutsche Nationalstiftung. De oud-kanselier, die zijn gesprekspartners steevast vraagt 'meneer Schmidt' te zeggen in plaats van hem naar 's lands wijs 'meneer de oud-bondskanselier dr. Schmidt' te noemen, wil met die stichting de interne eenwording van Duitsland dienen. Hoe die er moet komen - ondanks het gebroddel van zijn CDU-opvolger Helmut Kohl (“een dilettant”, “die man krijgt dat niet voor elkaar”) - legt Schmidt geregeld uit in Die Zeit, waarvan hij nu alweer zo'n tien jaar co-uitgever is, en in bestsellers met veelzeggende titels als Handeln für Deutschland. Trouwens, met de Kissingers en Gorbatsjovs en Heath'en van het prijzig-zware lezingencircuit der vroegere internationale sterren, wil hij ook nog wel eens uitleggen hoe het met de wereld verder moet. In vertogen die imponerend en tegelijkertijd enigszins tragisch zijn.

Hoewel Helmut Schmidt intussen zijn vierde pace-maker heeft zou 48 procent van de Duitsers hem volgens recente enquêtes morgen wel als kanselier terug willen hebben. De gedachte bevalt hem wel, maar ja, zegt hij dan, op mijn leeftijd en met mijn gezondheid, nee toch maar niet meer doen. Het is nog steeds een formidabele man, deze politicus, econoom, publicist en amateur-musicus. Een formidabele, Hanseatisch-koele lerarenzoon, die een bijna spartaanse opvoeding kreeg en in 1945 als 27-jarige Oberleutnant nog even in Britse gevangenschap mocht nadenken over Hitlers “rot-oorlog”. Een Scheisskrieg die hem zijn jeugd had gekost, die hij met bijna-Pruissisch respect voor discipline en overheidsgezag en zonder merkbare opstandigheid had doorgemaakt en overleefd. Dat aspect van zijn leven, dat willoos getekend raken in een oorlog die ook al vóór 1945 in zijn misdadigheid herkenbaar was, kan Schmidt tot de politiek en naar “zijn missie voor Duitsland” hebben gebracht. Zo althans concludeert ster-schrijver Jürgen Leinemann in een ironisch-bewonderend stuk in Der Spiegel van afgelopen maandag.

Ruim 35 jaar na de oorlog zal Schmidt, toen als SPD-kanselier alweer op weg naar de politieke uitgang, misschien ook daarom zo hard zijn geraakt door de kenschets die het destijds opkomende SPD-talent Oskar Lafontaine van hem gaf: Schmidt is een man van secundaire deugden (Sekundartugende). Juist die scherpe karakterisering, die zo pijnlijk herinnerde aan de Pruisische zin voor vlijt, discipline en onkritische toewijding aan het overheidsgezag, uit de mond van een politiek kleinkind van Willy Brandt, uit de mond van 'een jong produkt' van de door Schmidt wegens haar lichtzinnigheid en epicurisme zo verafschuwde beweging van '1968', moet de workaholic Helmut Schmidt buitengewoon zeer hebben gedaan.

In hun boeiende maar zo verschillende Duitse levens zullen de twee naoorlogse SPD-kanseliers Schmidt en de oktober 1992 overleden Brandt, die vorige zaterdag 80 zou zijn geworden, nooit los van elkaar komen. Schmidt was in de SPD als machtmens altijd gerespecteerd, maar nooit echt bemind. Brandt heeft in de SPD daarentegen vele levens en veel emotioneel-wisselende relaties met zijn partij gehad. Hij werd van de vooroorlogse romantisch links-radicale Herbert Frahm, de net nog of net niet meer in de SPD passende zoon van een Lübeckse ongehuwde moeder, de Noorse oorlogsemigrant Willy Brandt. En daarna bij veel SPD'ers onbemind als burgemeester van West-Berlijn, kapitalistische frontstad in de Oost-Westconfrontatie.

Vervolgens raakte Brandt als kanselier van de Duitse Ostpolitik en de knieval in Warschau zeer bemind, daarna als een 'verbruikt' kanselier en man van vele slordige vrouwengeschiedenissen geminacht (1974) en in de omslagperiode die daarop volgde (1975-1985) opnieuw bemind als SPD-chef die zijn partij, of dat nu verstandig was of niet, naar jong, links en groen opende. Toen ook die periode voorbij was en de in '87, na weer een aantal vervelende affaires als SPD-voorzitter afgetreden Brandt al in het politieke bejaardenhuis leek, kwam in '89/'90 de Duitse eenwording, die hem de kans gaf 'boven' de verwarde SPD de rol van oudere staatsman te kiezen. Dat deed hij - een jaar nadat hij het doel van de Duitse eenwording “de grootste levensleugen” van de Westduitse politiek had genoemd - onder andere met zijn beroemde woord van 11 november '89: “nu groeit samen, wat samenhoort”.

Ter gelegenheid van de viering van zijn 75ste verjaardag heeft Helmut Schmidt, bijvoorbeeld in een gesprek met het blad Die Welt van maandag, nog eens duidelijk gemaakt dat Brandt eigenlijk nooit echt heeft behoord tot zijn politieke vriendenkring. Meer nog: Schmidt zei dat de grootste fout in zijn loopbaan was geweest dat hij in '74 het SPD-voorzitterschap aan Willy Brandt had gelaten. Zo zat hij daar, bang om straks tussen Willy Ostpolitik Brandt en die rare eenheidskanselier Helmut Kohl als 'overgangsman' in de geschiedenisboeken te komen.