Beleggen in teak maar niet in natuur

De OHRA en het Wereldnatuurfonds proberen het Nederlandse publiek te verleiden om te investeren in teakplantages in Costa Rica. Het zou natuurvriendelijk zijn. Onzin

'Teak wordt het helemaal. Maar dan teak dat verantwoord geproduceerd is'. Zo wordt in Panda, het blad van het Wereld Natuurfonds, propaganda gemaakt voor een plan om in Costa Rica teakplantages te planten. Het is een plan waarbij het Wereld Natuurfonds reclame maakt onder haar donateurs, de onderneming Flor Y Fauna de bomen plant, en de grote levensverzekeraar OHRA voor het geld zorgt door de verkoop van zogeheten Teakwood Rendementspolissen.

Het WNF doet het voorkomen dat door het planten van teak in Costa Rica de ontbossing in de tropen wordt tegengegaan. Het zou dus de natuurbescherming dienen.

Op het eerste gezicht is het een aantrekkelijke zaak. En daarbij wordt door de OHRA ook nog een hoog rendement beloofd. Uit de OHRA advertentie: 'En kunt u na twintig jaar, als de bomen gekapt en verkocht worden, rekenen op een rendement van 15 à 25% belastingvrij''. In de OHRA prospectus wordt zelfs het WNF-logo, de panda, gebruikt en wordt het WNF geciteerd: 'Het Wereld Natuurfonds bestempelde de plantage in Costa Rica als Voorbeeldprojekt''.

Maar wat is er nu eigenlijk aan de hand? Teak, in het latijn Tectona grandis, is een boom die van nature voorkomt in Burma, delen van Thailand, en delen van India en nog enkele andere plaatsen op het vasteland van Zuidoost Azië. Voorts vindt men teak in Indonesië, vooral in Midden- en Oost-Java, waar het meer dan duizend jaar geleden door immigranten is ingevoerd. Het gebied waar teak zijn bekendheid heeft gekregen als houtsoort (in Burma wordt het de koning der houtsoorten genoemd) bevat géén tropisch regenwoud maar wordt gekenmerkt door een moessonklimaat met een lange, zeer droge periode. Bovendien stelt de teakboom, wil hij goed groeien, bijzondere eisen aan de bodem. Die moet goed doorlatend zijn, zodat de boom nooit met zijn wortels in het water staat.

Toch staat in de OHRA prospectus: 'Elke m teak van zijn plantage hoeft niet te worden gekapt in het tropische regenwoud''.

In Burma heb ik gezien dat in het natuurlijke bos de teak meestal op de toppen van de heuvels staat. Daar wordt de boom gekapt na 80 tot 120 jaar, afhankelijk van de groeiplaats. Het hout heeft dan de eigenschappen die het tot een van de beste - en duurste - timmerhoutsoorten in de wereld maken. Het hout heeft dan ook een uitstekende naam, en terecht.

Geliefd materiaal

Aan kopers van een Teakwood Rendementspolis wordt voorgespiegeld dat ze in dergelijk hout investeren. In de OHRA prospectus staat immers: 'Spaar het tropisch woud. Teakhout is een zeer geliefd materiaal. In de bouw, scheepvaart en industrie. Het kan gemakkelijk worden verwerkt, scheurt nauwelijks en is bovendien onderhoudsvrij. Het meeste teak - ook wel het groene goud genoemd - wordt nu nog uit de tropische regenwouden weggekapt.'' Omdat dat niet zo is, is de reclame van het Wereld Natuurfonds en van de OHRA misleidend.

Wat is het geval? Teak heeft de eigenschap dat het, als een soort onkruid, op de meeste plaatsen in de natte tropen (dus buiten het moessongebied waar het thuishoort) ook kan groeien. Het groeit dan hard, zo hard dat de Teakwoods Rendementspolis terecht kan stellen dat de bomen al na twintig jaar gekapt worden.

Het zijn dan nog geen grote bomen. En het zal velen bekend zijn dat langzaam gegroeid hout dichter, harder, en vaak duurzamer is dan snel groeiend hout, Het teak uit Costa Rica is zo snel gegroeid dat het niet de goede kwaliteit en de finaciële meerwaarde van Burmees of Javaans teak heeft. Sterker, het is nog de vraag of er een markt voor gevonden zal kunnen worden, in ieder geval in Europa. In dat laatste geval zal het misschien kunnen dienen als vervanger voor Frans eiken voor beperkte toepassingen. Daar zullen de Franse houtproducenten niet op zitten te wachten en het geeft geen soelaas voor het tropische regenwoud.

Grond uitputten

En daar is de tweede misleiding. Het is zeer de vraag of teak uit Costa Rica als vervanger voor tropisch hardhout kan dienen of zal dienen. Ook is het de vraag of het duurzaam geproduceerd kan worden. Snel groeiende bomen hebben nu eenmaal de eigenschap dat ze de grond uitputten. Wat gebeurt er met de grond na twintig jaar als de bomen gekapt zijn?

Tenslotte nog iets. Costa Rica wordt overspoeld door commerciële ondernemingen die teak planten of laten planten. Het lijkt wel een goldrush. Wat daarbij opvalt is dat men aandelen in teakplantages verkoopt tegen prijzen per hectare die verschillen van US$ 3000,- à 4000.- tot ongeveer US$ 30.000.-. Het eerste bedrag, eventueel met een kleine overhead, is de normale investeringsprijs voor plantages in Costa Rica. Het hoogste bedrag is ongeveer wat men bij de OHRA betaalt. Nu geeft de OHRA de garantie dat in ieder geval het ingelegde geld plus een kleine winst wordt uitbetaald. Ook wordt van elke inleg een klein gedeelte aan het WNF gegeven (zo steunt men inderdaad de natuur). Zou een belangrijk deel van de polis gebruikt worden voor andere beleggingen? Beleggingen die helemaal niet zo milieuvriendelijk hoeven te zijn? Wie het weet mag het zeggen.

Wat ik wel weet is dat de teakplantages die ik buiten het teakgebied gezien heb, o.a. op de Andamanen en in Hainan, na 20 jaar verlaten werden omdat het hout niet aan de verwachtingen voldeed en de bomen niet verder wilden groeien.