Asielzoekersboot drijft op spanning

Boeken, meubels, oliebollen: over belangstelling hebben de vijfhonderd vluchtelingen in het opvangcentrum in Wassenaar niet te klagen. Buurtbewoners lopen in en uit en stellen hun huizen open voor vluchtelingen. Het drijvende asielzoekerscentrum 'Tais' bij Hellevoetsluis daarentegen biedt een andere aanblik. Spanningen, te kleine behuizing en een zelfmoord.

HELLEVOETSLUIS, 23 DEC. Terwijl het dek volstond met ex-Joegoslaven, Arabieren en Afrikanen spartelde de 24-jarige Bosniër een minuut lang in de golven. Daarna ging hij onder. Niemand durfde hem in het ijskoude, kolkende Haringvliet achterna te springen.

Een half uur later vonden ze zijn lichaam en werd op het dek van de asielzoekersboot een poging tot reanimatie gedaan. Toen het lijk over de loopplank naar de ambulance werd gedragen, barstte de woede los. Agenten uit Hellevoetsluis en Spijkenisse moesten er aan te pas komen om de asielzoekers tot bedaren te brengen. Brandblussers werden over de gangen leeggespoten, deuren ingeschopt. Een deel van de bewoners trok het dorp in. “Ze zaten te huilen, ze leken me stuk voor stuk rijp voor de RIAGG”, zegt een stamgast van dorspcafé SpeakEasy.

De zelfmoord van de Bosniër heeft veel losgemaakt in het drijvende asielzoekerscentrum 'Tais' bij Hellevoetsluis. “Wij hebben misschien zijn signalen onvoldoende opgevangen”, zegt interim-directeur G. Wolters. “Misschien had hij een eenpersoonskamer moeten krijgen.” De Bosniër was in contact geweest met Justitie, dat zorgde voor enig wantrouwen bij de hulpverleners. En hij kon zijn probleem niet duidelijk maken, zegt Wolters.

Na een dag van onderdrukte spanning liet de directie van de asielzoekersboot de bewoners gisteren in feestzaal De Veste aan het woord over hun nieuwe onderdak, een oude Russische boot naast de oude vestingwallen van Hellevoetsluis. Een drijvende noodoplossing voor het tekort aan plaatsen voor asielzoekers. Tot de nok toe vol, met kamertjes voor vier of twee man, onvoldoende sanitair en recreatie.

De in januari vertrekkende directeur J. Burger zit met een strak gezicht achter een tafeltje op het podium van De Veste. Even tevoren heeft hij een strategie doorgesproken, en die werkt. Eerst sommen de ambtenaren van WVC en Justitie tergend traag de problemen bij de opvang van asielzoekers op, en de procedures voor het verkrijgen van een verblijfsstatus. De zaal kijkt lijdzaam toe en mompelt wat.

Dan komen de asielzoekers zelf aan het woord. Waarom zijn er geen tolken, luidt de eerste, nog wat timide vraag. Een stevige Albanees stelt daarna op steeds luidere toon vragen. Wat gebeurt er met het lichaam van die Bosniër? Hoe komt het dat hij in het water gesprongen is? Wiens schuld is het? Burger zegt dat hij het vreselijk vindt, maar dat hij er verder niet over kan en wil praten. Zestig mensen staan dan als één man op en lopen naar buiten. De rest stormt naar het podium en begint druk te gesticuleren en te praten. Het onvermijdelijke stoom afblazen loopt goed af. Twee uur later zitten alleen interim-directeur Wolters en de broer en vrienden van de verdronken Bosniër in een kringetje in de feestzaal. Wolters met een zorgelijke frons, de ex-Joegoslaven huilend en met de armen om elkaar heen. Of de directeur er niet voor kan zorgen dat de man in zijn geboortedorp wordt begraven. Wolters zal zijn best doen, maar kan niets beloven. Is het Rode Kruis bereid een lijk langs roadblocks en sluipschutters naar een Bosnisch dorpje te rijden waar aan lijken toch al geen gebrek is? Hij betwijfelt het.

“Welkom op de SS Anarchia” , zegt de Kroaat Milan wrang als we de loopplank van de 'Tais' oplopen. Zoveel nerveuze mensen op zo'n kleine boot, dat gaat uit de hand lopen, zo denkt hij. “Er komen grote vechtpartijen met Kerstmis en Nieuwjaar. Twee televisies voor driehonderd mensen, we gaan elkaar nu al te lijf over de vraag of we naar MTV of CNN moeten kijken.”

In Milans kamer zijn alle etnische geledingen uit het voormalige Joegoslavië vertegenwoordigd. Een Servische deserteur die zegt niet op Albanezen in Kosovo te willen schieten, een Serviër uit Kroatië, een Kroaat uit Servisch Bosnië, een moslim uit Sarajevo. Ze verbleven eerst in het onderzoekcentrum Luttelgeest. Het leven was daar wel goed, zeggen ze. Voetbal, ping-pong, video, coca-cola. Twee man op een kamer met tv.

Milans kamergenoot Huzur Ademir heeft al een gedoogstatus en wacht op een huis. Met hem zit het wel goed, maar anderen wachten al maanden op hun eerste gesprek met Justitie. Onzekerheid, geen moment voor jezelf, met zestig man een toilet delen en dan al die mensen die hun rommel maar in de gang gooien. Vorige week heeft iemand een voetbaltafel vernield en een tv van het dak in het water gegooid. Ademir: “Misschien hoopte hij naar de gevangenis te worden overgeplaatst. Dat is beter.”

In de komende weken zal het aantal bewoners van de asielboot van 277 teruggebracht worden tot 237. Er worden wat wandjes doorgebroken voor meer recreatieruimtes en misschien komen er een paar televisietoestellen bij.