Ziektewet verandert, premies omlaag

DEN HAAG, 22 DEC. De Ziektewet ondergaat per 1 januari een aantal drastische veranderingen. De Eerste Kamer stemde gisteravond in met het voorstel hierover van het kabinet. De Kamer schaarde zich eveneens achter de voorgestelde wijzigingen van de Arbowet.

Het gevolg is dat werkgevers volgend jaar de eerste zes weken van het ziekteverzuim van hun personeelsleden zelf moeten doorbetalen, of de eerste twee weken wanneer het bedrijven met niet meer dan 15 werknemers betreft. De bedrijfsvereniging neemt deze betaling de eerste weken dus niet meer voor haar rekening.

Daardoor gaan de ziektewetpremies volgend jaar drastisch omlaag. Uit cijfers van de Sociale Verzekeringsraad blijkt dat de gemiddelde premie daalt van 6,1 naar 3,1 procent van het bruto loon (tot een bepaald maximum). Grote bedrijven betalen gemiddeld 2,8 procent en kleine bedrijven 3,9 procent. Per bedrijf kunnen de premies overigens verschillen, zij het minder dan nu doordat de eerste weken van het ziekteverzuim voor de berekening ervan wegvallen.

In de verdeling van de premies over werkgevers en werknemers verandert niets. Dit betekent dat de werknemer in principe maximaal één procent betaalt, tenzij hij bij een bedrijf werkt waarvan het ziekteverzuim - en dus de ziektewetpremie - boven het gemiddelde van de bedrijfstak ligt. Van het deel van de premie dat boven het gemiddelde uitkomt, kan de bedrijfsvereniging de helft door de werknemer laten betalen. Met de vernieuwing van de Ziektewet en de Arbowet hoopt het kabinet het ziekteverzuim in drie jaar terug te dringen van gemiddeld 8,4 procent naar 6,9 procent, hetgeen zou neerkomen op een daling van de ziektelasten met 1,8 miljard gulden.

De loondoorbetaling gedurende de eerste weken van het ziekteverzuim, waartoe de werkgever via het Burgerlijk Wetboek wordt verplicht, betreft 70 procent van het loon of ten minste het minimumloon. In de meeste CAO's is echter geregeld dat de doorbetaling 100 procent moet bedragen. Ook dat verschil mag de werkgever niet bij de bedrijfsvereniging herverzekeren.

De PvdA stapte gisteravond in de Eerste Kamer over haar bezwaren tegen de wetswijzigingen heen. Liever had zij een eigen risico voor de werkgevers geïntroduceerd, waardoor de controle van het ziekteverzuim ook de eerste weken een verantwoordelijkheid van de bedrijfsvereniging zou zijn gebleven. Nu gaat die taak in principe naar de werkgever, die voor zijn ziekteverzuimbeleid over een paar jaar (sommige bedrijfstakken in 1996, andere in 1998) bovendien een Arbodienst moet inschakelen.

Omdat het ziekteverzuim meer een eigen verantwoordelijkheid wordt van een bedrijf, dat daarbij bovendien een groter financieel belang krijgt, vreesden PvdA en D66 conflicten tussen de werkgever en de werknemer over het absent zijn wegens ziekte. Als de werknemer volgens zijn baas niet echt ziek is, kan dat tot gevolg hebben dat hij zijn loon niet doorbetaalt. Het kabinet heeft dit proberen te ondervangen door de zieke werknemer het recht op een 'second opinion' te geven. Als de arts van de door de werkgever ingeschakelde Arbodienst van mening is dat de werknemer weer aan het werk kan, kan deze daartegen - tegen betaling - in 'hoger beroep' gaan bij de arts van de bedrijfsvereniging of het GAK.