Wordt het echt anders zonder Kaland?

DEN HAAG, 22 DEC. Voor het laatst stelde A.J. Kaland, de roemruchte fractievoorzitter van het CDA in de Eerste Kamer, zich gistermiddag op achter het spreekgestoelte. Nee, hij had geen politieke boodschap meer. Nog slechts bedanken, dat wilde hij. De dag voor het afscheid van de man die de senaat een eigen identiteit bezorgde, had haast niet beter kunnen worden gekozen. Er heerste weer een ouderwetse stemming van contramine. Problemen met de belastingvoorstellen van het kabinet, problemen met de Vreemdelingenwet, problemen met de voorgestelde wijzigingen van de Ziektewet. Kortom, een prima atmosfeer om de personificatie van de dwarsheid uit te zwaaien.

Waar was het Kaland ook al weer om begonnen? Vorige maand kwam hij speciaal een dag uit het ziekenhuis naar de Eerste Kamer om het nog één keer te vertellen: “Bij het naar monisme neigende staatsbestel is de balans wel erg doorgeslagen naar de kant van de uitvoerende macht, terwijl het dualisme juist voor een zeker evenwicht en spreiding van macht kan zorgen.” Als “stemvee” had hij zijn collega's van de Tweede Kamer ooit afgedaan. Een term die Kaland bij zijn laatste 'echte' optreden, een maand geleden, niet herhaalde hoewel hij precies hetzelfde bedoelde.

Was het dualisme dat Kaland predikte of was het oppositie? Vast staat in elk geval dat Kaland weinig op had met het beleid van het kabinet. Een jaar geleden constateerde hij in een vraaggesprek met het blad van de christelijke werkgevers zoveel discussiepunten waarover PvdA en CDA anders dachten dat het voor hem vaststond dat het zo niet kon doorgaan. “Als het op doormodderen uitdraait, kan het kabinet beter stoppen”, aldus Kaland. Zijn toespraken op CDA-partijraden oogstten altijd meer applaus dan die van collega-fractievoorzitter Brinkman van de Tweede Kamer. De rechterflank van het CDA zag de eigen twijfels over samenwerking met de PvdA in de woorden van Kaland bevestigd. Toch heeft Kaland zich nooit tegen een coalitie met de PvdA uitgesproken. Het ging hem om het beleid, samen te vatten in twee woorden: terugtredende overheid.

Is het kabinet daarin geslaagd? In 700.000-voud rolde Kalands kritiek twee weken geleden van de persen van De Telegraaf. 'Kaland: Kabinet volledig gefaald', zo opende het ochtendblad waarin de vertrekkende fractievoorzitter aan het woord werd gelaten. “Het heeft geen enkele doelstelling gehaald. Echte ingrepen in de WAO zijn uitgebleven. De investeringen zijn niet toegenomen. Ondanks de bezuinigingen zijn de overheidsuitgaven gestegen. De staatsschuld neemt ieder jaar toe en de belastingen gaan nog steeds omhoog. Dit kabinet heeft gefaald.”

Minister-president Lubbers greep gisteren de woorden van Kaland dankbaar aan om de 'onderkoning van Zeeland' nog één keer terecht te kunnen wijzen. Want door alles heen had 'Ad' zich toch “te veel zorgen over het beleid gemaakt”. En hij somde op zijn bekende zalvende toon een lijstje met de negen zegeningen van het kabinet op: het financieringstekort was gedaald conform de afspraken in het regeerakkoord, de rente is het laagst sinds 25 jaar, de staatsschuld is 2,6 miljard gulden lager dan voorzien in het regeerakkoord, de subsidies aan de volkshuisvesting zijn teruggebracht, de strengste begroting sinds de oorlog was goedgekeurd, aanzienlijke koerswijzigingen waren aangebracht in de sociale zekerheid, de overheidsdienst werkte nu al jaar in, jaar uit met minder mensen, er wordt steeds meer gespaard, en het milieubeleid was aan het slagen.

Kaland wilde er in zijn weerwoord niet meer inhoudelijk op ingaan, maar hield het bij de constatering dat het jammer was dat blijkbaar de voorlichting wat minder werkt want anders had het kabinet er in de opiniepeilingen niet zo slecht voorgestaan.

Zal het echt anders worden zonder Kaland? De vraag werd gisteren veelvuldig gesteld tijdens de afscheidsreceptie van de senator. Was er de afgelopen jaren een probleem-Kaland of een probleem-Eerste Kamer. Getuige de discussies in de Tweede Kamer van twee weken geleden is het laatste het geval. De senaat is de afgelopen jaren steeds vaker politieke bezwaren gaan uiten en heeft zichzelf een verkapt amendementsrecht verschaft. De Eerste Kamer als geheel is een zodanige rol gaan spelen dat bewindslieden zich niet zozeer afvragen hoe hun voorstellen in de Tweede Kamer zullen vallen, alswel hoe de Eerste Kamer er op zal reageren. Daar doorheen was het Kaland die voor de toon zorgde. De man met aanvankelijk alleen lager onderwijs die het opnam tegen het 'zondagskind' Lubbers. “Dat ik dit heb mogen bereiken”, zei een oprecht geëmotioneerde Kaland over zijn benoeming tot Commandeur in de Orde van Oranje Nassau. Was het al die jaren dan toch gewoon een klassestrijd?