Spanjaarden sterk bij Manifestatie Jonge Dans

Manifestatie Jonge Dans 2, met optredens van studenten van het Institut del Teatre (Barcelona), de Rotterdamse Dansakademie en het Laban Centre (Londen). Gezien: 13, 16 en 17/12 in Theater Lantaren/Venster, Rotterdam.

Voor de tweede maal organiseerde het theater Lantaren/Venster afgelopen week in samenwerking met de Rotterdamse Dansakademie de - een week durende - manifestatie Jonge Dans. Het doel is niet alleen het jonge choreografische talent van studenten van de Rotterdamse Dansakademie en dat van buitenlandse opleidingsinstituten op het gebied van moderne dans te presenteren, maar vooral een uitwisseling en confrontatie van elkaars werkwijze en visies te bewerkstelligen. Daartoe volgden de deelnemers dagelijkse trainingen in verschillende danstechnieken en werden de middagen gevuld met workshops.

Dit jaar waren het Institut del Teatre uit Barcelona en het Laban Centre for Movement and Dance uit Londen als buitenlandse gasten uitgenodigd. Deze scholen kennen een lange traditie: het Institut del Teatre heeft sinds 1934 een dansafdeling, het Laban Centre werd in 1945 opgericht. De voorstellingen toonden markante verschillen. Het sterkst profileerde zich de Spaanse school, waarvan de studenten allen opgeleid worden tot uitvoerend danser. Ze bleken mooi getraind te zijn, verrassende acteervermogens te hebben en een sterke theatrale uitstraling te bezitten. Dat kwam vooral tot uiting in het door gastdocent Ramón Oller speciaal voor Jonge Dans gemaakte ?Quién mató al niño Jesús? (Wie vermoordde het kindeke Jezus?). Het gaat over een kerstpartijtje voor drie echtparen. Na het gebruik van een flinke hoeveelheid drank komen de ware relaties, emoties en frustraties bloot liggen, die een schrille tegenstelling vormen met de initiële vrolijkheid. Goed uitgewerkte karakters en het fraaie, krachtig en genuanceerd uitgebalanceerde bewegingsmateriaal maken het werk interessant en bij vlagen indrukwekkend. Bij het eigen werk van de studenten viel het duet Derribos op, gemaakt en uitgevoerd door Emilio Gutiérrez en Carlos Ovares. De relatie tussen de twee mannen wordt vorm gegeven in een boeiende en suggestieve bewegingstaal, die de lichamen als het ware doet praten.

De voorstelling van de Rotterdamse Dansakademie was voornamelijk gevuld met werk van studenten van de docentenopleiding. Compositorisch zitten de choreografieën niet slecht in elkaar. In ruimtegebruik en opbouw is duidelijk een 'scholing' te herkennen, Het gebruikte bewegingsarsenaal bleek echter nogal eenzijdig en er was een opvallende gelijkheid in agressieve dramatiek. Veel loszwierende haren waarin wanhopig gegrepen werd, veel over de grond gerol, veel protestvolle armen, en veel harde rock-muziek. Het meest eigen en subtiel vond ik Wrijving van Cees Matthijsse, die studeert aan de uitvoerende dansafdeling, het meest gedurfd de echte improvisatie van zijn medestudenten Thomas Falk en Sönke Herm.

Hoe waardevol het ook is leerlingen van hun eventuele scheppende vermogens bewust te maken, deze voorstelling bewees weer eens dat het niet wil zeggen, dat de potentie daarvan ook leidt tot artistiek belangwekkende resultaten. Ook de presentatie van het Laban Centre toonde dat het volgen van compositielessen iemand niet tot choreograaf maakt. De elf korte stukken gemaakt door studenten uit het hoogste jaar (op een na allemaal vrouwen) zijn niet meer dan studies in bewegingsmateriaal, dat in dit geval heel vloeiend en ontspannen oogt. Opvallend was dat in tegenstelling met de Rotterdammers de Londense studenten allemaal gebruik maakten van melodieuze muziek en dat alle werkstukken onbevredigende relaties tussen mensen tot onderwerp hadden. De uitvoering van al deze leerlingen van de docentenopleiding was bevredigend, maar deed het geheel niet uitstijgen boven het kunstzinnige vormingsniveau. Daardoor lijkt het mij niet juist Jonge Dans tot een platform van jong choreografisch talent te bombarderen, ook al met het oog op eventuele toekomstige aspiraties van deze studenten. Te veel en te snel ziet men zich een toekomst als choreograaf en er kan niet genoeg op worden gewezen dat daar maar weinigen voor in de wieg zijn gelegd.

Het samenbrengen van studenten en docenten van verschillende opleidingen blijft echter een inspirerend en uiterst waardevol gebeuren. Jonge Dans moet dus zeker gecontinueerd worden.