'Servische eisen onaanvaardbaar'

DEN HAAG, 22 DEC. Het is volstrekt onaanvaardbaar dat de Serviërs uitmaken met welke troepen de Verenigde Naties de moslim-enclaves in Oost-Bosnië gaan beschermen. Die opvatting zou de Nederlandse minister van buitenlandse zaken, Kooijmans, vandaag nog eens onderstrepen bij overleg in Brussel van de drie strijdende Bosnische partijen met EU-ministers. Gisteren werd bekend dat de commandant van de VN-troepen in voormalig Joegoslavië (UNPROFOR) de Nederlandse luchtmobiele brigade niet zal stationeren in Oost-Bosnië, omdat de Bosnische Serviërs daar overwegende bezwaren tegen hebben. Dat is voor Kooijmans een bittere pil.

Voor staatssecretaris Frinking van defensie was het echter gisteren na afloop van het korte debat in de Troelstrazaal van de Tweede Kamer “volstrekt duidelijk”: de Verenigde Naties kunnen alleen met instemming van de strijdende partijen opereren. UNPROFOR kan slechts trachten de vrede te handhaven (peace keeping) en geen vrede afdwingen (peace enforcing). “Ik begrijp die VN-commandant wel”, aldus de oud-militair Frinking. “Als je geen vuurkracht hebt om de strijdende partijen aan te kunnen en je hebt die opdracht ook niet, dan kun je nieuwe troepen niet tegen de wens van een van de partijen daar ontplooien.”

Minister Kooijmans wil vandaag in Brussel toch nog een hartig woordje met de Serviërs spreken. Daarvoor krijgt hij nu ook de kans, zo liet hij de Kamerleden weten. Twee weken geleden in Genève was hem dat niet gelukt. Hoewel Nederland relatief veel troepen levert aan de VN-missies ten behoeve van ex-Joegoslavië, was hij daar niet aan het woord gekomen bij het overleg met de drie partijen uit Bosnië en de EU-ministers van buitenlandse zaken. Dat had hem toen diep gespeten, maar het was naar zijn zeggen een fout van EU-ambtenaren geweest en daarover wilde hij in de Tweede kamer nu niet veel meer kwijt. Hij had echter van de Présidence - het Belgische voorzitterschap - de verzekering gekregen dat hij nu wel mocht spreken over de toestand in Bosnië.

De laatste weken groeit niet alleen in Nederland maar ook in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk de spanning tussen de opvattingen van de ministers van buitenlandse zaken en die van defensie over de internationale operaties in Bosnië. De ministers van buitenlandse zaken willen de strijdende partijen nog steeds tot vrede dwingen maar de ministers van defensie menen dat de troepen die zij uitzenden daar geen bevoegdheden voor hebben. En zij benadrukken dat het uitblijven van een vredesregeling niet betekent dat hun troepen daar onbeperkt kunnen blijven en een extra partij worden in een oorlog.

De Verenigde Naties hebben in de voormalige republieken van Joegoslavië gekozen voor een 'zo laag mogelijk geweldsspectrum': alleen schieten uit zelfverdediging en niet ingaan op provocaties. De Nederlandse bevelhebber der landstrijdkrachten, luitenant-generaal H. Couzy, betreurt deze rules of engagement, maar respecteert de wil van de politiek. De soldaten van de Nederlandse luchtmobiele brigade, zo zei hij vorige maand in de Kroatische havenstad Split, zullen in ieder geval “robuust” optreden. Wat dat precies betekende, bleef in Couzy's uitleg en die van minister Ter Beek vaag. De Serviërs in Bosnië hebben kennelijk geen behoefte aan die Nederlandse robuustheid.

Minister Kooijmans wil zelf wel 'robuust' blijven optreden en vaak het onaanvaardbaar laten klinken. Terwijl zijn Franse en Duitse collega's spreken over concessies aan de leiders van het voormalige Joegoslavië, voert hij onverminderd campagne om de strijdende partijen oplossingen op te leggen. Daarbij dreigt hij, volgens woordvoerders van de fracties in de Tweede Kamer, enigszins geïsoleerd te raken. Maar: “Op dit dossier wil hij vanwege zijn verleden als mensenrechtenexpert van de VN nog van geen wijken weten. Op Defensie lijkt men de zaken realistischer te zien”, aldus een van hen.