Rode stamplaarzen en geklap op lichaamsdelen

Voorstelling: Thijs de ganzenhoeder door Het Folkloristisch Danstheater. Vanaf 8 jaar. Choreografie en regie: Ferenc Novak. Tekst: Peter Novak. Muziek: Jacint Jilling en Laszlo Rosso. Gezien: 15/12, Doelenzaal Amsterdam. Nu tournee. Inl. 020-623.9112.

Thijs de ganzenhoeder is een Hongaars volkssprookje waarin een boerenzoon de inhalige, machtsbeluste graaf en gravin te slim af is. Het gegeven is eeuwen oud en universeel: Klein Duimpje tegen de reus, David tegen Goliath, Tijl Uilenspiegel of Robin Hood tegen de hoge heren.

Zoals meer Oosteuropese volkshelden is Thijs van het soort dat het graag kalm aan doet. Hij verdient zijn boterham met een dierbare gans die kunstjes doet op jaarmarkten. Die gans wordt door de graaf en zijn soldaten ingepikt en belandt na het nodige avontuur uiteraard weer bij zijn baas, die inmiddels de adel mooi in zijn hemd heeft gezet. Dit verhaaltje werd in Hongarije bewerkt tot wat een 'folkloristische musical' schijnt te heten. Het Folkloristisch Danstheater maakte daar nu een familievoorstelling voor acht- tot tachtigjarigen van.

Mij lijkt het het verstandigste om de hele familie thuis te laten, want wat ik zag en hoorde was afgezien van de keurig geborduurde Hongaarse schortjes en de mooie rode laarzen een droeve vertoning. De teksten en liederen die de dansers in de mond gelegd krijgen zijn oubollig, soms onbegrijpelijk en ver beneden het niveau waar vertaler/bewerker Ernst van Altena anders voor staat.

'Graafschapsburgers die hier kwamen/ Als een schaapskudde tezamen/ Ik trek steeds als jullie herder/ Over 's levens heide verder.' Hard werken heet bij Van Altena een paskwil, Thijs is een ledigloper en zijn moeder een harpij.

De groepsdansen met laarzengestamp, veel geklap op alle mogelijke lichaamsdelen en opzwepend 'hop'-geschreeuw zijn vrolijk en soms spectaculair om naar te kijken, maar steeds hetzelfde. De gans is een lief danseresje met een ver uitstekend kanten kontje en stijve oranje danspootjes, maar ook zij heeft weinig variatie in pasjes en motoriek te bieden. Het Danstheater omschrijft de voorstelling wervend als een 'folkloristische poppenkast'. Zowel het begrip folkloristisch als poppenkast heeft ook een minder positieve klank en die is in deze voorstelling jammer genoeg overheersend.