Renault en Frankrijk koel onder Zweeds charme-offensief

PARIJS, 22 DEC. Volvo en Zweden houden best van Frankrijk. Als de Fransen dat maar wilden begrijpen, dan hoeven Volvo en Renault niet voor altijd uit elkaar. Dat is de strekking van twee artikelen in de Franse pers van vandaag. Het lijkt op een charme-offensief dat te laat komt. Renault en de Franse overheid, eigenaar van Renault, beschouwen het fusie-boek als gesloten.

In een vraaggesprek met het dagblad Le Monde doet de president-directeur van Volvo, Sören Gyll er alles aan om duidelijk te maken dat hij tot het laatste moment voorstander is gebleven van de fusie. Hij spande niet samen, noch tegen Volvo-president Gyllenhammar, zoals wordt gezegd, noch tegen Renault. Hij voorzag alleen een catastrofe wanneer directie en commissarissen het hadden laten aankomen op een afstraffing in de aandeelhoudersvergadering van 7 december.

Had de directie de fusie niet voor die tijd afgeblazen dan zou het hele bedrijf stuurloos zijn geworden, zonder directie en zonder raad van commissarissen. Bovendien heeft Gylls ervaring bij andere bedrijven hem geleerd dat fusies waar een aanzienlijk deel van het personeel tegen is, nooit werken. Dat risico leek hem een nog grotere ramp dan het schrappen van het project in een laat stadium.

Gyll heeft er geen verklaring voor waarom hij als verklaard voorstander de aandeelhouders niet heeft kunnen overtuigen van de noodzaak van het samengaan met Renault. Hij heeft wel begrip voor de in Zweden gerezen bezwaren. Ook hij hoorde in een laat stadium dat de blokkerende stem, die de Franse staat zou krijgen, zich ook tegen uitbreiding van de stemhebbende macht van Volvo kon keren. Gyll suggereert dat Gyllenhammar hem onkundig heeft gelaten van dat feit, waar in Zweden veel rumoer over is ontstaan.

Ondanks het gebeurde zegt Gyll met klem: “Wij hebben drie jaar geïnvesteerd met Renault. Dat gaan we niet allemaal van de ene op de andere dag weggooien. Wij hebben drie jaar intensief samengewerkt. Dat betekent dat we in vertrouwen kunnen doorgaan met samenwerken. Volvo wil zich ook niet uit Renault terugtrekken. Er is geen andere natuurlijke fusiepartner. Het Zweedse bedrijf is één miljard schuldig aan Renault, erkent Gyll, maar dat levert geen financieringsproblemen op. Volvo zal op korte termijn een aantal belangen afstoten. De twintig procent die de Zweden in Renault bezitten zullen daar niet bij horen.

Van andere, gezaghebbende Zweedse zijde komen soortgelijke geluiden. Carl Lidbom en Gustaf Von Platen, respectievelijk minister van handel onder Olav Palme en oud-ambassadeur van Zweden in Frankrijk, schrijven vanmorgen in Le Figaro een pleidooi voor normalisering van de betrekkingen tussen de twee landen en bedrijven. Zweden zijn zeer gesteld op Frankrijk, men moet alleen begrijpen dat het ongelukkig aankwam in Zweden dat een Frans blad (Le Nouvel Observateur) onthulde dat Volvo bezig was een zeer gebrekkige vorm van zeggenschap te verwerven in het nieuwe bedrijf.

Waarna de Franse staat als aandeelhouder Renault verordonneerde het verlieslijdende carrosseriebedrijf Chausson, tegen iedere economische logica, open te houden. En toen volgde ook nog de staking bij Air France die er toe leidde dat noodzakelijk geachte ingrepen werden afgelast. Kortom: als het stof is opgetrokken kunnen Renault en Volvo heel goed op basis van inmiddels al verbeterde concept-afsporaken, op weg naar vergaande samenwerking.

Bij Renault en de Franse overheid is men in gesprekken onder vier ogen nog veel negatiever en definitiever over Volvo dan in het openbaar. De Zweden hebben totaal niet begrepen dat de Franse staat een betrouwbare en trouwe aandeelhouder is. Nu de Zweden hebben bewezen hun huis niet in de hand te hebben, is het domweg voorbij. Renault zit niet te springen om een partner. Zeker niet voor de personenautos. Voor de vrachtwagens zoekt men rustig verder. Iveco (Fiat) en Mack (Verenigde Staten) zijn in dit stadium de meest serieuze kandidaten. En de Zweden? Die bekijken het maar, als het aan Parijs ligt.