Oeso verwacht lagere geldmarktrentes

AMSTERDAM, 22 DEC. Uit de halfjaarlijks gepubliceerde 'Economic Outlook' blijkt, dat de Oeso (Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling) de Nederlandse geldmarktrente (driemaands interbancair) in 1994 ziet dalen tot gemiddeld 4,7 procent en in 1995 zelfs tot gemiddeld 3,6 procent.

Dit impliceert dat in 1994 de korte rente nog met circa 1,5 procentpunt zal dalen. Dit is wel een erg optimistische visie, vooral ten tijde van het afsluiten van de Oeso-studie. Ontwikkelingen naderhand (GATT-akkoord, nog lagere olieprijzen) hebben de Oeso echter een handje geholpen. Vanuit beide factoren gaat namelijk een inflatiedempend effect uit, hetgeen de monetaire beleidsmakers ruimte biedt voor verdere monetaire versoepelingen. Hierdoor zou de rente-ontwikkeling in ieder geval toch nog een eind in de door de OESO geschetste richting kunnen gaan.

Een dag na de publikatie van de 'Outlook' verlaagde DNB de beleningsrente met 0,1 procentpunt tot 5,7 procent. De ruimte voor een eenzijdige verlaging werd gecreëerd door de verzwakking van de mark. Al een aantal weken noteert de Duitse munt rond de 1,1200 gulden, ruim onder de spilkoers van 1,1267 gulden. De Nederlandse geldmarkttarieven zijn in de verslagweek per saldo licht gestegen. Zo moest voor driemaands interbancaire deposito's vandaag 5,65 procent worden betaald, 15 basispunten meer dan een week geleden. Deze stijging werd onder meer veroorzaakt door hogere geldmarkttarieven in Duitsland. Aldaar speelt aan het einde van het kalenderjaar het zogenaamde ultimo-effect. Het ultimo-effect hangt samen met het feit dat ondernemingen hun eindbalans willen 'oppoetsen'. Daardoor stijgt in de laatste weken van het jaar de vraag naar kortlopende liquiditeiten. Dit drijft de rente omhoog. Na de jaarwisseling vinden tegengestelde operaties op de geldmarkt plaats (extra aanbod van liquiditeiten), waardoor de geldmarktrente kan terugkeren tot het oorspronkelijke niveau. De Nederlandse geldmarktrente kon zich aan deze rentebeweging in Duitsland niet onttrekken.

De stijging van het kortste geldmarkttarief, de daggeldrente, bleef beperkt, mede omdat er sprake was van relatief ruime geldmarktverhoudingen. De verkrappende werking van een toeneming van de bankbiljetten in omloop (als gevolg van de kerstinkopen) en van de verhoging van de kasreserve met 2,6 miljard gulden, werd ruimschoots teniet gedaan door de verruimende werking van overheidsbetalingen van 4,8 miljard gulden. Dankzij de relatief ruime geldmarkt was het bankwezen in staat om 1 punt op het toelaatbare beroep te besparen. Maandag was 66 procent van de contingentsperiode voorbij en was 65 procent van het beroep verbruikt. Ondanks de netto-overheidsbetalingen bleef de schatkist redelijk gevuld. In de komende verslagweek zal de betaling van de salarissen plaatshebben, doch door storting van recent geëmitteerde Dutch Treasury Certificates zal een roodstand kunnen worden voorkomen.

Bron: Economisch Bureau ING Bank