Johnny Meijer laat een leegte achter

Johnny Meijer. Regie: John Appel. Amsterdam, The Movies; (vanaf zo) Rotterdam, Lantaren/Venster.

De accordeon van Johnny Meijer maakt een klaaglijk geluid als zijn zoon het instrument uit de koffer haalt. Die huiltoon is het enige waartoe de oude Accordeola nog in staat is, want de meester die hem kon laten flitsen en fonkelen en grommen en swingen, is op 8 januari 1992 overleden, een leegte achterlatend die ook in de aan hem gewijde documentaire van John Appel niet kan worden opgevuld.

Appel begon pas in december 1991 te filmen. Nog net legde hij vast hoe Meijer met zijn vriendin een herenmodezaak bezocht om een smoking uit te zoeken voor een concert met het Amsterdams Saxofoonkwartet - een bokkige man die daar nauwelijks de zin meer van inziet (“ik ga tòch dood”) en in het pashokje alles en iedereen van zich afslaat. “Ah, rot toch op jij!” krijgt de vriendin te horen als ze hem wil helpen. Maar tijdens dat concert - zijn laatste - blijkt hij het muzikantenuniform met ere te dragen. Appel filmde vervolgens de begrafenis en raakte verzeild in een chagrijnig soort nasleep, die hem de benodigde dramatische lijn voor zijn documentaire verschafte.

Gaandeweg wordt Cor Meijer, de zoon van de accordeonist, de hoofdpersoon. Terwijl omstanders hem vagelijk beschuldigen van een slordige, in drugs gedompelde levensloop en zelfs beweren dat hij daarmee de dood van zijn vader op zijn geweten heeft, brengt deze Cor het instrument naar de handelaar van wie Johnny Meijer het kennelijk in bruikleen had. Later, in de spannendste scène van de film, krijgt Cor te horen dat de accordeon intussen naar Duitsland is verkocht. Men krijgt de indruk dat hij de handelaar naar de strot zou hebben gegrepen als op dat moment niet de onpartijdig registrerende camera van Brigit Hillenius in de kamer was geweest.

Over zijn vader weet Cor Meijer maar weinig wezenlijks te vertellen. Die verhalen komen van anderen, in het café van Bolle Jan bijvoorbeeld, waar nog dagelijks wordt gesproken over de populariteit van de betreurde maestro. Of in The Shorts of London, waar de eigenaar de mond vol heeft van Johnny's kuren en de hemel op zijn blote knieën dankt dat die lastpak niet meer leeft.

Maar intussen laat John Appel in zijn sfeervolle vertelling veel vragen onbeantwoord. Wat bijvoorbeeld te denken van de buurtbewoner die uit de roddelpers citeert dat Cor het instrument van zijn vader gewoon heeft verpatst om aan geld te komen? En had Johnny Meijer niet nog méér kinderen? Waarom is er dan nog steeds geen steen op zijn graf? Het zijn misschien impertinente, veel te persoonlijke vragen, maar Appel begint er zelf over.

Johnny Meijer is een film die voornamelijk omtrekkende bewegingen maakt rond de leegte van een overledene en daardoor een onbevredigd gevoel achterlaat. Treurig dan ook, te weten dat bij de NOS al bijna twee jaar een programma van Guus van Waveren op de plank ligt, waarin Johnny Meijer nog volop musiceert en op pregnante wijze aan het woord komt. Het mag niet worden uitgezonden omdat de TROS, als co-financier van Appels documentaire, tijdig een claim op het onderwerp heeft gelegd en daarmee kon voorkomen dat de NOS dat programma zou uitzenden vóór de film van John Appel op de televisie komt.