HYPOTHEEKRENTE

Fons van Reisen stelt in NRC Handelsblad van 16 december dat de koopsector van huizen sinds jaar en dag zwaar gesubsidieerd wordt.

Hij meent dat de aftrek van betaalde rente bij de koop van een huis bij de bepaling van het belastbare inkomen beperkt moet worden. In Nederland wordt, anders dan in een aantal andere landen, de rente op vermogen, als regel verkregen uit besparingen op reeds belaste inkomsten, volledig door het progressieve belastingtarief getroffen. Het is logisch in dit systeem - dat verkregen rente geheel belast - de betaalde rente als aftrekbare kosten in aanmerking te nemen. Het is een misvatting te spreken van subsidiëring. Wellicht speelt bij het voorstel van Van Reisen een ander misverstand een rol, namelijk dat mensen met enig vermogen meer voordeel hebben van het huidige systeem dan wie in andere omstandigheden verkeren en het benodigde geld voor de aankoop van een huis moeten lenen. Beschikt men over voldoende middelen om de koopsom te betalen dan zijn de kosten van het geïnvesteerde bedrag gelijk aan de netto gemiste opbrengsten daarvan. Bij aankoop van een huis van ƒ 400.000.- mist men de renteinkomsten over dit bedrag - stel tegen 5 procent is ƒ 20.000.- hetgeen na belasting van 60 procent een bedrag van ƒ 8.000.- is. Wordt er voor gekozen het bedrag te lenen, dan zijn de kosten eveneens ƒ 20.000.- minus de belastingaftrek van 60% of ƒ 8.000.-

Het zijn juist degenen die deze keus niet kunnen maken, de minder kapitaalkrachtigen, die zonder de logische consequentie van het huidige belastingsysteem de dupe zouden worden en van de koop van een eigen huis zouden moeten afzien.

De voorgestelde beperking van de renteaftrek is slechts te verdedigen indien renteinkomsten niet of met een lager tarief belast worden. Dan is het logisch dat ook betaalde rente niet of tegen hetzelfde lagere tarief in aftrek komt bij de vaststelling van het belastbare inkomen. Deze overweging ontbreekt in het artikel.

De conclusie de renteaftrek boven een bepaald bedrag te beperken is dus ook alleen te verdedigen indien men dan ook de belasting op renteinkomsten boven een bepaald bedrag vrijstelt van belasting. Na wederom de inflatiecorrectie te hebben nagelaten mag men dit nauwelijks verwachten van de CDA-adviseur en te hopen valt dat naar zijn adviezen niet geluisterd wordt.