'Hartekreet' over geweld op televisie wekt verbazing

ROTTERDAM, 22 DEC. Het was een “hartekreet” geweest, zei minister Hirsch Ballin (justitie) gisteren in de Tweede Kamer, bij een spoeddebatje over zijn spreekbeurt eergisteren in Zeewolde over kinderen en televisiegeweld. Voor eigen parochie had hij opgeroepen tot “onmiddellijke zelfbeheersing” van videoverhuurders en omroepen, alsof op de tijdstippen dat peuters en kleuters in pyjama's kijken het de spuigaten uitloopt met afgesneden kelen en doorkliefde hoofden op de beeldbuis. Als de omroepen en de videoverhuurders niets zouden doen, dan waren er wel mogelijkheden de “strafrechtelijke verantwoordelijkheid uit te werken”, dreigde Hirsch Ballin.

Het aantal klachten is op één hand te tellen, zei minister d'Ancona (WVC) bij hetzelfde debatje gisteren bits. In wettelijke maatregelen om het geweld op tv in te dammen zei ze bar weinig te zien, met de minister van justitie wilde ze alleen nog wel eens inventariseren welke maatregelen omroepen hebben getroffen om zinloos geweld zo veel mogelijk te weren.

En daar bleef het bij, de ter zake deskundige Kamerleden hoofdschuddend tussen de bankjes. Want die hadden in maart nog uitgebreid gesproken over de door beide ministers voorgestelde 'geconditioneerde zelfregulering' bij films en video's door importeurs en producenten. Ook Hirsch Ballin was daarvan een voorstander geweest. Een notitie over het afschaffen van de filmkeuring ten gunste van zelfregulering had hij mede ondertekend. Vanwaar die plotselinge ongerustheid van de minister van justitie?

“Ik denk dat de minister toch een overheidsinstantie wil of iets daar tussen in voor de keuring van films en video's”, zegt Wim Koole, oud-directeur van de IKON en thans voorzitter van de Raad van Toezicht van Videovoorlichting. “Ik vind het nogal onbehoorlijk dat de minister overeenkomsten doorkruist.”

De raad werd in 1991 door WVC in het leven geroepen om toe te zien op de classificatie naar leeftijdsgroepen van films die op video worden uitgebracht. Het classificeren doet de producent of importeur van de film zelf, volgens een aantal vaste criteria (bruut geweld, pornografie en horror krijgen automatisch 16 jaar en ouder). Een rapportje van de classificatie gaat ter controle naar de raad van toezicht, waar twijfelgevallen worden besproken door vertegenwoordigers van de producenten, de videoverhuurders, de Nederlandse Filmkeuring en van de voormalige Bioscoopbond.

Dit systeem voldeed in de ogen van minister d'Ancona zo goed, dat het geschikt werd geacht de al lange tijd verfoeide filmkeuring te vervangen, onder het motto van meer eigen verantwoordelijkheid voor de 'burger' en minder Vadertje Staat. De Tweede Kamer deelde dat standpunt, behalve het CDA en de kleine confessionele partijen, die bleven vasthouden aan een vorm van overheidsbemoeienis voor het wegen van geweld. Tot afschaffing van de filmkeuring werd bij die gelegenheid niet besloten. De notitie over zelfregulering vond vrijwel de gehele Kamer rommelig en onduidelijk, een betere versie werd verlangd.

“De filmkeuring is er dus nog steeds”, zegt Koole, “ondanks het principebesluit van het kabinet deze af te schaffen. Zolang deze niet uit de wet is geschrapt zullen alle partijen die anders willen blijven vechten voor een overheidskeuring.” Koole zou niet verbaasd staan als deze die-hards de minister influisteren dat de raad van toezicht er een potje van maakt en veel rotzooi doorlaat. “Dat gebeurt volgens ons niet. Het klopt dat we geen sanctiemiddelen hebben, maar wij zijn dan ook geen politieagenten, maar een groep mensen die consumentenvoorlichting controleert. Het enige waar we geen zicht op hebben is het gentleman's agreement met de videoverhuurders de films die niet geschikt worden geacht voor kinderen wat hoger op de planken te zetten.” Een ander probleem dat zich aandient is de verkoop van videofilms door tankstations en sigarenwinkeliers. Deze onttrekken zich aan het gentleman's agreement.

Koole zegt dat de raad ook computerspelletjes in zijn 'takenpakket' zou kunnen opnemen. Volgens hoogleraar kind en media prof.dr. T.H.A. van der Voort van de Leidse universiteit zitten er uiterst bloedige spelletjes bij. Hij vraagt zich af of ouders dat wel weten. “Er zijn al zwaardspelletjes waarbij hoofden worden afgehakt en zeer realistische beelden van bijvoorbeeld een vrouw die door monsters verkracht dreigt te worden. Op de zwarte markt circuleren spelletjes over concentratiekampen. Wij vragen ons af waar dat eindigt.”