DODE ORGANISMEN

In het artikel 'Planten en Dieren mogen niet uit museumwereld geweerd worden' door Hans Hoogenhout (NRC Handelsblad, 16 december) komt een passage voor die om repliek vraagt.

Met betrekking tot de collecties van dode organismen zegt de schrijver “dat is verzamelen van materiële getuigenissen van de omgeving van de mens in een bar armzalige vorm. Het kan beter.” Deze opmerking toont dat de schrijver geen flauw besef heeft van de betekenis van collecties. De studie bijvoorbeeld van de evolutie, van de verspreiding van organismen, van plagen, van de biodiversiteit, van het milieu, van de bio-archeologie dat alles is uitgesloten bij afwezigheid van collecties dode organismen. Het moderne phylogenetische, en genetisch biochemische onderzoek zijn onbestaanbaar zonder de verzamelingen dode dieren en planten. De onontbeerlijke functie van collecties van dode zowel als levende organismen voor wetenschap en cultuur dient bij de Rijkscommissie voor de musea overbekend te zijn, dat dit nu niet zo blijkt te zijn is verontrustend.

Niet de collectie van dood materiaal is armzalig maar de bekendheid van haar waarde.