De volgende 'ruk naar rechts'

'Ondernemers in Europa vrezen extreem-rechts', luidt de kop van een reportage in deze krant van zaterdag. Ben van der Velden, de schrijver, vat in de aanhef de mening van zijn bronnen samen: “Veel grote ondernemers in Europa vrezen dat de snel toenemende werkloosheid niet alleen tot sociale spanningen maar ook tot politiek extremisme zal leiden. Zij vinden dat echter geen reden om de sanering van hun bedrijven af te remmen. Verlaging van de sociale lasten en de minimumlonen alsmede de plicht voor ontvangers van sociale uitkeringen om, als tegenprestatie, werk ten behoeve van de samenleving te verrichten, is hun antwoord.”

Dit gevaar van rechts is een ander dan dat we gewend zijn: het marginale rechts dat zijn hoofd kaalscheert, hakenkruizen kladt en in zijn meest criminele vorm de huizen van buitenlanders in brand steekt. Dat is ernstig maar het is niet massaal. Het bestaat voornamelijk uit randfiguren die zonder benul van het verleden waarop ze zich beroepen, een soort politieke criminaliteit beoefenen. De fundamenten van de maatschappij worden er niet door aangetast.

Het extreem-rechts waartegen de grote ondernemers waarschuwen, is nog niet zo sensationeel zichtbaar als het skinhead-rechts. Het zou zijn inspiratie en zijn energie putten uit vele miljoenen geschoolde en volwassen werklozen voor wie het gevestigd politiek bestel geen uitzicht meer biedt. Ze hebben tot dat bestel behoord, ze hebben zich ervan afgekeerd. Als dit groeiend reservoir van miljoenen ontgoochelden een politieke vorm zou krijgen, zou dat oneindig veel ernstiger zijn dan het betrekkelijk, zij het soms beledigend, soms noodlottig ongerief dat door enkele duizenden asocialen wordt veroorzaakt.

De ondernemers 'waarschuwen'. Kunnen ze niet meer doen? Het hangt er vanaf welke plichten men een ondernemer toebedeelt. In deze samenleving wordt er, in dit stadium van de ontwikkeling, de meeste waarde aan gehecht dat ze hun bedrijf levensvatbaar houden, terwille van de werkgelegenheid en de welvaart - in die volgorde. Hoe men het ook wendt of keert, loonkosten, technische ontwikkeling en concurrentie dwingen de gemiddelde ondernemer tot saneringen die de arbeidsmarkt verder negatief belasten. Maar sluiting van het bedrijf zou een grotere belasting betekenen. Ze waarschuwen, paradoxaal, 'de politiek' tegen de consequenties van hun eigen overlevingsstrategie. Volgden ze deze strategie niet dan zouden de consequenties nog ernstiger zijn.

In feite zeggen de ondernemers niets anders dan wat andere critici in uiteenlopende toonaarden al een paar jaar vertellen. In West-Europa is een onderklasse in aanbouw, een kaste waaraan de toegang tot het maatschappelijk proces permanent ontzegd is. Zolang die onderklasse van een zo beperkte omvang was dat haar levenspeil door de verzorgingsstaten kon worden gegarandeerd, was het niet moeilijk haar in quarantaine te houden (zoals de Westeuropese staten erin zijn geslaagd, tegenover alle marginale ongemakken met schijnbaar succes een quarantainepolitiek te voeren).

Nu nadert het breekpunt. De staat kan de lasten veroorzaakt door de niet-werkenden niet meer dragen en slaat, nog steeds voorzichtig, de weg van de bezuinigingen in. Daardoor verarmt de onderklasse. De uitkeringen, in eerste aanleg bedoeld als een verwezenlijking van de sociale rechtvaardigheid, hadden allang een andere functie gekregen: die van een politieke buffer. De buffer verdwijnt. Intussen klampen de werkenden die de bovenklassen bevolken zich vast aan hun verworvenheden. 'De politiek' - de politici, de ambtenaren en de gekozen bestuurders - wil zich niet van de bovenklassen vervreemden en blijft, een paar compromissen daargelaten, hun wensen honoreren.

Dit betekent feitelijk dat de onderklasse niet meer wordt vertegenwoordigd. Het zal nog een paar jaar duren voor ze dit gewaar wordt, en daarna zal er nog een zekere tijd overheen gaan voor ze een begin van politieke organisatie krijgt. Maar dat ogenblik breekt aan: dat is volstrekt zeker als de economische ontwikkeling zich verder voortzet zoals ze nu doet. Een onderklasse, bestaande uit miljoenen, die tot werken en eigen levensonderhoud in staat is maar de toegang tot dat recht wordt ontzegd, laat zich niet tot een weerloze aanwezigheid degraderen.

Als de onderklasse zich politiseert dan kiest ze onder deze omstandigheden rechts. Dan vindt ze leiders vergeleken bij wie Le Pen, Schönhuber en onze Janmaat amateurs en kinderen zijn. Dat is het gevaar van rechts waartegen de ondernemers waarschuwen.

Hoe verschillend de Westeuropese omstandigheden ook van de Russische zijn, er is één overeenkomst. Een misschien talentvol warhoofd als Zjirinovski had nooit een kans gekregen, was er niet in geslaagd de wereld aan het schrikken te maken als de regeerders van Rusland en hun westelijke bondgenoten er beter in waren geslaagd, de aanbouw van de Russische onderklasse te bedwingen. De grote demagoog komt altijd later, en vaak als het voor de redelijkheid telaat is. Hij moet een massa hebben die verzadigd is van ontevredenheid.

Zo'n massa kweken wij nu in West-Europa; wij, de bovenklassen, zittend op het luchtkussen van onze verworvenheden, met behulp van politici die ons comfort niet willen aantasten. In Duitsland en Nederland worden het volgend jaar verkiezingen gehouden. Als de ochtend daaropvolgend paniek over een 'ruk naar rechts' ontstaat moet men bedenken dat de grondslag daarvoor al een poosje geleden is gelegd.