De Nederlandse Pop Art van Asselbergs

Tentoonstelling: Gustave Asselbergs en de Pop Art in Nederland. T/m 8 jan. Nijmeegs Museum Commanderie van Sint Jan. Ma t/m za 10-17u. zon- en feestdagen 13-17u. Catalogus: f 16.50

Vroeger droeg een kunstenaar een baard of sik. In 1963 was Gustave Asselbergs (1938-1967) de enige gladgeschorene onder een groepje van vijf Koninklijke Subsidie winnaars - allen mannen. Van deze prille talenten zal hij ook wel de enige zijn geweest die na de prijsuitreiking -toen nog op Soestdijk- zijn stropdas omhield. Gustave Asselbergs was een veelbelovend en bijzonder kunstenaar.

Het Nijmeegs Museum Commanderie van Sint Jan heeft van de jong gestorven Asselbergs een aardige tentoonstelling ingericht met ruim veertig vrijwel onbekende schilderijen, gouaches, tekeningen en grafiek.

Om zijn vergeten werk - dat vrijwel allemaal gemaakt is tussen 1963 en 1966 - in een verklarende context te plaatsen heeft men er voor gekozen de tentoonstelling uit te breiden met dertig kunstwerken van geestverwanten uit dezelfde periode; zodat met recht de titel 'Gustave Asselbergs en de Pop Art in Nederland' gevoerd mag worden. Woody van Amen, Rik van Bentum, Peter Blokhuis, Sam Middleton, Daan van Golden, Reinier Lucassen, Wim T. Schippers en Jacob Zegveld; en dan heb je het ook zo ongeveer gehad, want indertijd volgde slechts een handjevol kunstenaars de internationale ontwikkelingen.

Gustave Asselbergs, de vijfde uit een gezin van acht, werd in Amsterdam geboren, maar groeide op in Nijmegen. In zijn driedelige krijtstreep pak zag hij eruit als de zoon van een diplomaat, maar zijn vader was professor W.J.M.A. Asselbergs, als schrijver bekend onder het pseudoniem Anton van Duinkerken.

Aanvankelijk stond zijn werk nog onder invloed van Cobra en Art-brut maar al snel moet hij onder de indruk zijn gekomen van de Amerikanen Jasper Johns en Robert Rauschenberg; hij werd ook wel de Nederlandse Rauschenberg genoemd. Ook Asselbergs scheurde, knipte en plakte en verwerkte foto's en teksten uit kranten en tijdschriften die hij aaneen smeedde met veel zwart, grijs, wit en soms hier en daar een likje gele, rode of blauwe verf. Zijn hand van scheuren, schilderen en ordenen was wat de Amerikanen noemen 'loose'.

Op een ongedwongen, nonchalante wijze verbond hij ironie met maatschappijkritiek. Een snipper Brigitte Bardot, een reepje Chroetsjov en een strookje Kennedy-moord, allerlei fragmenten uit de actualiteit componeerde hij tot een krachtige swingende beeldtaal. Hij vermengde niet alleen verschillende beelden maar ook technieken en verfsoorten.

Voor een Pop-Art kunstenaar moet het een ramp zijn geweest om in het nog tamelijk benauwde Nederland van de beginjaren zestig te leven. Zodra hij de kans kreeg - in 1965 deed zijn vriend Jan Cremer, die destijds in het legendarische Chelsea Hotel in New York bivakkeerde, hem een vliegticket cadeau - vertrok hij dan ook naar de Big Apple.

Een jaar later ging Asselbergs met vrouw en dochtertje opnieuw naar New York, ditmaal met een royale beurs voor een verblijf van twee jaar. Hij wist toen al dat er met hem iets niet in orde was, maar pas daar kwam de ernst van zijn ziekte, een hersentumor, aan het licht. In New York maakte hij nog vijf grote schilderijen, waarin zijn pogingen om een eigen beeldtaal te ontwikkelen vaster vorm kregen.

Een jaar voor zijn dood vervaardigde hij 'Beeldalfabet', een zeker voor die tijd enorm schilderij van drie bij drie meter. De zwarte wolk, de pijl die omhoog wijst, de cirkels, vlakken en golvende lijnen roepen het woord 'kommunikasie' in herinnering. Het is een speels soort beeldrebus dat de kijker, weliswaar licht gestuurd door de maker, zelf kan invullen. Zijn experimenten om tot een werkelijk functionerend beeldalfabet te komen waren natuurlijk bij voorbaat gedoemd om te mislukken. Maar uit die mislukte poging zou zeker een prachtig oeuvre zijn onstaan, een oeuvre waarvan we nu helaas slechts de kiem zien.