'De mens maakt in dertig jaar einde aan een prehistorische diersoort'

Soep van tijgerpenis, tabletten van rinohoorn, slangebloed en berepoten: in China, Taiwan en Hongkong worden verscheidene bedreigde diersoorten zonder enige scrupules geconsumeerd. De Siberische tijger staat nog deze winter op uitsterven. De prognose voor de neushoorn is nog zeven jaar. Het aantal neushoorns liep in twintig jaar met negentig procent terug. Belangrijkste oorzaak is de stijgende vraag naar hoorn dat wordt gebruikt in de traditionele Chinese geneeskunst. Ondanks een invoerverbod is rinohoorn in het Verre Oosten op grote schaal verkrijgbaar, zo hebben Britse onderzoekers vastgesteld.

LONDEN/ TAIPEI, DEC. Een Chinese handelaar staat, de ellebogen uit elkaar gedrukt, te midden van honderden rinohoorns, de hoorns van de rinoceros. Het is een van de wazige beelden uit een videofilm, opgenomen met een verborgen camera in de Volksrepubliek China. Medewerkers van het particuliere Britse Bureau voor Milieu-onderzoek (EIA) speurden de afgelopen zomer in China, Taiwan en Hongkong naar rinohoorn. Ze deden zich bij kooplui, apotheken en overheidsdiensten voor als potentiële kopers. In alle drie de landen liepen de Britten tegen grote hoeveelheden hoorn van de rinoceros aan, ondanks een sinds lang bestaand internationaal verbod.

In Wuchuan, in het zuiden van China, vonden de onderzoekers duizend kilo hoorn, waarvoor 300 à 400 neushoorns werden gedood, méér dan er nog levend rondlopen in Zimbabwe. Het EIA wijst Taiwan, de rhino-terminator genoemd, aan als grootste afnemer van rinohoorn. Geschat wordt dat op het eiland de hoornen van 4.000 gedode neushoorns liggen opgeslagen.

EIA-medewerker Steve Trent, die deelnam aan de missie in Taiwan, is door de bevindingen zeer somber gestemd. Nog vóór de eeuwwisseling denkt hij dat de neushoorn in het wild zal zijn uitgestorven. Haalt de mastodont het jaar 2000 nog wel, dan zal de populatie dusdanig klein zijn dat overleving op termijn onmogelijk is. “In Taiwan wordt al gespeculeerd op het uitsterven van de neushoorn en handelaren houden hun voorraden vast. Als er straks geen aanbod meer is, zal de prijs sterk stijgen, denken ze.”

In 1970 liepen in Azië en Afrika nog 100.000 neushoorns rond, inmiddels zijn het er ten gevolge van stroperij minder dan 10.000. Vooral de neergang van de zwarte of puntlipneushoorn in Afrika is dramatisch, van 65.000 exemplaren in 1970, naar 15.000 in 1980, 3.500 in 1991 en amper 2.000 in 1993. Opvallend is dat ondanks alle maatregelen ter bescherming van het dier, variërend van conventies tot een keiharde 'shoot-to-kill'-bestrijding van stropers, stabilisatie van de aantallen niet mogelijk bleek. De afgelopen drie jaar halveerde het aantal zwarte neushoorns nog eens; de ondersoort lijkt in dit tempo over twee jaar 'op' te zijn. De programma's van onthoornen, die door overheden en organisaties voor natuurbescherming in de Oost- en Zuidelijk Afrikaanse landen op alle soorten worden uitgevoerd hebben nauwelijks effect. De hoorn groeit vrij snel weer aan en zelfs voor een stompje hoorn worden de dieren door stropers gedood.

De Aziatische neushoorn vergaat het nauwelijks beter: van de Javaanse en Sumatraanse zijn nog enige honderden exemplaren over. Hun 'geluk' is dat ze een kleinere hoorn hebben. De Indiase neushoorn staat er iets beter voor. In de jaren zeventig was het aantal neushoorns in India - die hoofdzakelijk in parken in de deelstaat Assam verblijven - gedaald tot 750, waarna de regering het dier tot beschermde soort uitriep en het aantal weer toenam tot de huidige 1.900. Maar de Aziatische hoorn wordt door de Chinezen hoger aangeslagen dan de Afrikaanse en brengt een fors hogere prijs op, waardoor het stropen zeer lucratief is gebleven. Indiase hoorn doet 60.000 dollar per kilo in Taiwan, Afrikaanse hoorn 10.000 dollar.

De laatste jaren is er een nieuw gevaar opgedoken voor de Indiase neushoorn: tribale afscheidingsbewegingen in Assam, die met stropen hun guerrillaoorlog willen financieren. Met name rebellerende Bodo's, een Mongoolse stam die 30 procent van de 22 miljoen inwoners van Assam uitmaakt, doden veel neushoorns. En wanneer de Afrikaanse neushoorns over enkele jaren zo goed als uitgeroeid zijn - en daar lijkt het op - wordt de jacht op hun Indiase soortgenoten des te aantrekkelijker.

De stijgende vraag naar rinohoorn ligt ten grondslag aan de dreigende uitroeiïng van de neushoorn. In de traditionele Chinese geneeskunst worden de hoornen, evenals tijgerbotten, de galblaas van bruine beren en verscheidene andere delen van wilde dieren, sinds mensenheugenis gebruikt als middel tegen allerhande kwaaltjes. Rinohoorn is van dit alles het meest geliefd.

Voorheen was de hoorn, in poedervorm of verwerkt in drankjes, alleen voor de weinige welgestelden in de Chinese wereld weggelegd. De hoge prijs en de lage vraag brachten de neushoorn niet in gevaar. Maar de drie China's zijn, de een na de ander, bezig aan een ongekende economische opmars. Hongkong en Taiwan hebben al een levenspeil dat dat van West-Europa benadert, terwijl communistisch China de laatste jaren een economische groei heeft van 10 tot 15 procent. Het aantal rijke Chinezen is hierdoor sterk toegenomen. Luxe artikelen, waaronder dure medicijnen, zijn binnen handbereik van een groot publiek gekomen. Een pot rinotabletten kost in Taiwan 2.000 gulden, maar de afzet is verzekerd.

Volgens Steve Trent zijn de Chinezen nauwelijks gevoelig voor argumenten van natuurbehoud; ze denken alleen in termen van geldverdienen. De acties van het EIA werden in Taiwan door sommige critici afgedaan als neo-kolonialisme: Westerse actievoerders die de Chinezen zeggen wat ze moeten doen. Andere landen in de regio, met name Japan, Zuid-Korea en Singapore, hebben officieel wel gehoor gegeven aan de oproep geen rinohoorn meer in te voeren. Ook in Jemen heeft het behoud van de neushoorn het gewonnen van de traditie, die voorschreef dat mannen een dolk met een heft van rinohoorn moeten dragen. De vraag naar rinohoorn in Jemen is nog een fractie van de 4.000 ton aan het eind van de jaren zeventig. Buffelhoorn is er nu een geaccepteerde vervanging.

Het EIA heeft zijn actie tot behoud van de neushoorn daarom geconcentreerd op het land dat als de grootste boosdoener wordt gezien: de Republiek China, beter bekend als Taiwan. Verreweg de grootste afnemer van de rinohoorn is nu Taiwan. Het economische wonder dat zich sinds de jaren zestig op het eiland heeft voltrokken, genereerde een grote middenklasse en een omvangrijke elite, die zich veel kunnen permitteren en dat ook graag doen. De consumptie van wilde dieren of delen daarvan is een statussymbool geworden. Een Taiwanese zakenman heeft 'het helemaal gemaakt' als hij zijn gasten tijdens de lunch berepoten (2.500 gulden per couvert) kan laten voorzetten of soep van tijgerpenis (600 gulden per bord). De consumptie is niet puur snobistisch. Menige Chinees gelooft in jinbu, de gedachte dat met het verorberen van delen van wilde dieren de formidabele kwaliteiten van de beesten op de mens overgaan.

De smokkel van de rinohoorn naar Taiwan loopt vooral via routes in Swaziland en Zuid-Afrika. Pretoria onderhoudt al jaren uitstekende contacten met Taiwan - de twee landen leken tot elkaar te worden aangetrokken door hun beider isolement in de wereld. Zuid-Afrika is het belangrijkste land dat een ambassade heeft in Taipei en niet in Peking. Verder hebben alleen negen Latijns-Amerikaanse landen, Vaticaanstad, Swaziland, Guinee-Bissau en de Centraal-Afrikaanse Republiek diplomatieke banden met Taiwan.

In Swaziland woont een kleine, invloedrijke groep Taiwanezen, werkzaam in de handel, die daar de smokkel van rinohoorn naar hun vaderland verzorgt. In het kleine Swaziland is de neushoorn nu zo goed als uitgestorven.

China en Hongkong zijn beide ondertekenaars van CITES, de Conventie over Internationale Handel in Bedreigde Diersoorten van de Verenigde Naties, die sinds 1976 de neushoorn tot beschermde soort heeft uitgeroepen. Taiwan heeft CITES niet ondertekend, simpelweg omdat het de facto een onafhankelijke land is, maar de jure nog steeds als provincie van China geldt en sinds 1971 geen lid meer is van de VN. De Taiwanese autoriteiten hebben echter wel toegezegd de bepalingen van de conventie te zullen nakomen.

Taiwan streeft er sinds kort naar opnieuw lid van de VN te worden en om steun te krijgen in de wereld moet het zich van zijn beste kant laten zien. Het EIA zegt dat de regering in Taipei zich er met mooie woorden van af probeert te maken, terwijl de aanvoer van rinohoorn en de consumptie van beschermde diersoorten gewoon doorgaat.

De Slangenstraat (Huaxi Jie) in de hoofdstad Taipei is een dorado voor wie van wilde dieren houdt, levend of in de pan. De straat is een kruising van een warenmarkt en een uitgaansbuurt. De talrijke restaurantjes proberen klanten te lokken met het tentoonstellen van exotische dieren. Vooral binnengesmokkelde baby oerang-oetans, van wie de moeder bij de gevangenneming is doodgeschoten, zijn gewild bij de restaurateurs.

Slangen zijn in alle soorten en smaken voorradig. De handelaren spelen een wreed spel met de dieren, hitsen ze op met een stok en snijden, als zich een klant aandient, de slangebuik open om het bloed op te vangen, dat wordt opgedronken. Ook tijgertanden en -botten en rinohoorn zijn in de Slangenstraat volop verkrijgbaar.

Niet alleen het EIA en CITES, ook handelspartners van Taiwan hebben de regering gewezen op de grote smokkel van rinohoorn. Toen in september CITES en de Verenigde Staten dreigden met economische sancties tegen Taiwan als het beleid niet zou veranderen, reageerde Taipei prompt. Op 17 september werd op de luchthaven Chiang Kai-shek de Bhutanese prinses Dekiy Wangchuck aangehouden die in het bezit was van 22 rinohoorns en negen galblazen van beren. Het bleek te gaan om de hoorns van de Indiase neushoorn. De kofferinhoud van de prinses vertegenwoordigde een straatwaarde van 300.000 dollar.

Steve Trent zegt elke inbeslagname van rinohoorn toe te juichen, maar de aanhouding van de Bhutanese prinses was volgens hem een afleidingsmanoeuvre: een buitenlandse wordt gepakt als teken voor de buitenwereld dat het Taiwan ernst is met de aanpak van de handel in rinohoorn, maar intussen kunnen Taiwanese smokkelaars hun gang blijven gaan.

De Volksrepubliek China zegt de handel in produkten afkomstig van de neushoorn en de tijger effectief te hebben bestreden. Shen Maocheng, hoofd van het officiële Chinese Bureau voor Milieubescherming liet vandaag weten dat het verbod op handel in rinohoorn en tijgerbotten, dat op 30 november is ingesteld, is geslaagd. “De produktie van en handel in medicijnen die deze materialen bevatten is compleet tot stilstand gekomen”, aldus Shen. Het EIA trekt de Chinese uitlating in twijfel. Steve Trent zegt dat het zo snel oprollen van de handel in een groot land als China onmogelijk is en wijst op het illegale karakter van de handel, waardoor controle zeer moeilijk is. Peking poogt volgens Trent op deze manier sancties te ontlopen.

Waarom lukt het maar niet om de neushoorn te redden, terwijl dat met de olifant - voorlopig - wel lijkt te lukken? Het verbod van CITES uit 1990 op de invoer van ivoor werd een groot succes. Nog steeds wordt er ivoor gesmokkeld, maar het is een fractie van voorheen. In een land als Kenia is de stroperij op olifanten in enkele jaren met 90 procent gedaald. “Met het ivoor slaagden we er in de afnemende landen te overtuigen. Maar ivoor heeft een aanzienlijk lagere waarde dan rinohoorn en wordt niet als medicijn gebruikt. Bovendien is hoorn gemakkelijker te verbergen. De rinohoorn is kleiner dan de tand van een olifant en je kunt de hoorn alvast in stukken hakken; ivoor laat men liever in één stuk,” aldus Steve Trent.

Op de vraag waarom het zo erg is dat de rhinocerotidae, het geslacht van de neushoorns, zal verdwijnen zegt Trent: “De neushoornsoort is veertig miljoen jaar oud. Onze generatie heeft straks op haar geweten dat daar in dertig jaar een einde aan is gekomen. De ondergang van de neushoorn is symbolisch voor de ecologische catastrofe die zich aftekent. Als we niet in staat zijn een beest, dat behalve de mens geen natuurlijke vijanden heeft, te redden, wat kunnen we dan wel?”