China-lobby zet RDM de voet dwars

DEN HAAG, 22 DEC. Namens een groep grote Nederlandse ondernemingen waaronder Shell, Philips, Akzo, Fokker, Stork en DSM voert oud-minister A. van der Stee een lobby bij de regering tegen de mogelijke export door de Rotterdamse werf RDM van onderdelen van onderzeeboten aan Taiwan.

Van der Stee, voorzitter van de China-kamer van het Nederlands centrum voor handelsbevordering (NCH), bevestigde vanochtend dat hij premier Lubbers en de ministers Andriessen (economische zaken), Kok (Financiën) en Kooijmans (buitenlandse zaken) onlangs heeft benaderd om de belangen van de Nederlandse ondernemingen in China te beschermen.

“Export van gevoelige materialen aan Taiwan, dat kun je nu gewoon niet máken”, zegt Van der Stee. “De Chinezen zullen ons zeker van dubbelhartige politiek beschuldigen en dat zal negatieve gevolgen hebben voor onze handelsrelatie.” “Denk eens aan al die joint ventures (samenwerkingsverbanden) van Shell, Akzo, DSM, Philips, Stork, Fokker en nog meer bedrijven met China, die zouden hierdoor op het spel worden gezet. China heeft momenteel een economische groei van 10 tot 13 procent, daar moet Nederland bij zijn en je moet alles achterwege laten dat dit belang doorkruist.” De RDM wil alleen bevestigen nog steeds in de race te zijn voor de Taiwan-order, maar geeft verder geen enkel commentaar op de lobby van Van der Stee.

Nederland erkent Taiwan als een provincie van China, die vroeg of laat met het vasteland herenigd zal worden. China beschouwt elke militaire leverantie van derde landen aan Taiwan als inmenging in zijn binnenlandse aangelegenheden.

“Het belang van onze groeiende economische relatie met China stijgt ver uit boven de handel met Taiwan”, meent Van der Stee, die zegt de direct betrokken ministers te hebben gewaarschuwd om “toch vooral voorzichtig te zijn”. Al eerder heeft Van der Stee zich tot het ministerie van economische zaken gewend. EZ verzekerde hem dat Nederland zich strikt houdt aan de overeenkomst met China, die na het conflict met de Volksrepubliek begin jaren '80 over de levering van twee onderzeeboten aan Taiwan werd gesloten. Volgens die afspraak die in 1984 is gemaakt, zal Nederland geen wapens meer aan Taiwan leveren.

Twee jaar geleden besloot de regering daarom geen exportvergunning meer te verlenen aan de Rotterdamse Droogdok Maatschappij, die kans maakte op een order voor de leverantie van vier nieuwe onderzeeboten aan de Taiwanese Marine. Taiwan nam ook een optie op een vervolgorder voor zes boten. Het ging daarbij om de Sea Dragon, waarvan er in 1986 twee aan Taiwan zijn geleverd door de Rotterdamse werf Wilton-Fijenoord, thans onderdeel van de RDM.

De RDM maakt nu wel een goede kans op een order voor grote aantallen onderdelen, omdat Taiwan beschikt over de bouwtekeningen voor de Sea Dragon. Nadat een exportvergunning was afgewezen, heeft het bedrijf na intensief overleg met Economische Zaken Taiwan een aanbieding gedaan voor de leverantie van niet-strategische onderdelen voor de onderzeeboten. Een dergelijke order, die een waarde van honderden miljoenen guldens zou vertegenwoordigen, is van groot belang voor het voortbestaan van het Rotterdamse bedrijf. Taiwan zou de wapensystemen en overige onderdelen in andere landen moeten aankopen, en de onderzeeërs kunnen dan op een werf in Taiwan met technische hulp van RDM-medewerkers worden gebouwd. RDM zou voor deze leverantie geen exportvergunning van de Nederlandse regering nodig hebben. Nederland heeft geen formele middelen om een RDM-order van onderzeeboot-onderdelen die niet op de lijst van strategische goederen staan, tegen te houden, maar de regering kan wel besluiten de gebruikelijke herverzekering van politieke risico's bij een dergelijke order niet af te geven.

Minister Andriessen reisde in april 1992 naar Peking en sprak daar met de autoriteiten af dat China Nederland zou belonen met meer exportorders voor het niet doorgaan van een RDM-order voor complete onderzeeërs voor Taiwan. Andriessen wil de Nederlandse export naar de Volksrepubliek structureel opvoeren tot minimaal 1 miljard gulden per jaar. In 1992 steeg deze export met 35 procent tot een waarde van 758 miljoen gulden en in de eerste zes maanden van dit jaar nog eens met 68 procent. De verwachting is dat de 1 miljard over geheel 1993 zal worden gehaald.

Oud-minister Van der Stee voorziet ernstige politieke gevolgen van het eventueel doorgaan van de RDM-order voor Taiwan. Dat wordt door Chinese diplomatieke kringen bevestigd. Diplomaten in Peking verwachten dat China fel zal reageren tegen elke hernieuwde leverantie van defensie-gerelateerd materiaal vanuit Nederland aan Taiwan, of daar nu een exportvergunning voor nodig is of niet. Dergelijke leveranties kunnen niet plaatshebben zonder enige vorm van overheidsbemoeiing, al is het alleen maar de krediet-herverzekering, aldus deze bronnen. Wat China's houding tegenover Nederlandse levering van onderdelen naar verwachting even militant zal maken, is de ervaring met Frankrijk. China heeft Frankrijk uiteindelijk dezelfde represailles toegemeten als ten opzichte van Nederland, begin jaren '80. Na de Franse levering van (ongewapende) fregatten in 1990 en Mirages vorig jaar, sloot China het Franse consulaat in Kanton en diskwalificeerde Franse bedrijven voor enige grote orders. Het Franse bedrijfsleven is ook acuut gespleten in een pro-Taiwan-wapenlobby en een pro-China-lobby van onder andere de kernenergie-, de chemische- en de auto-industrie.

De Nieuwe Franse regering van premier Eduard Balladur heeft echter onder Chinese druk de wapenleveranties aan Taiwan onder het socialistische kabinet-Beregovoy als “een fout” bestempeld. Op 27 januari 1994 wordt de dertigste verjaardag van de spectaculaire erkenning van China door president Charles de Gaulle in 1964 gevierd, en Franbkrijk wil dat vóór die datum de betrekkingen geheel genormaliseerd worden. Op 4 januari a.s. zal er na een hiaat van enige maanden een nieuwe Franse ambassadeur in Peking terugkeren.

Franse bronnen in Peking zeggen echter dat China eenzelfde belofte van Frankrijk eist als van Nederland in 1984, namelijk dat het niet weer wapens aan Taiwan zal leveren, en dat zo'n Chinees-Frans communiqué binenkort zal worden getekend. Tot voor kort verwierpen de Fransen zo'n eis en hielden chauvinistisch vol dat zij niet “gediscrimineerd” wensten te worden als een “tweederangs” mogendheid in vergelijking met de Verenigde Staten. De VS leveren immers ook wapens aan Taiwan en China protesteert daar wel fel tegen, maar kan er weinig tegen doen.

Tijdens de topconferentie van oeverstaten van de stille oceaan (APEC) in Seattle, vorige maand, legde de Chinese president Jiang Zemin echter een direct verband tussen de Amerikaanse leveranties van F-16's aan Taiwan en de Chinese raketleveranties aan onder andere Pakistan. “Het zijn twee verschillende kwesties, en we kunnen over allebei praten”, aldus Jiang.