'Buck moet op de bank van een psycholoog plaatsnemen'

Wat professor Bucks rehabilitatie moest worden, draait uit op een drama. Door het openbaar maken van de Akte van Dading met de Technische Universiteit Eindhoven gaat de universiteit een strafsom van 50.000 gulden op hem verhalen. Onderzocht wordt of hij kan worden vervolgd voor smaad.

AMSTERDAM, 22 DEC. Ze vielen van hun stoel van verbazing, gisteren bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in Amsterdam. In twee bijdragen in het jongste nummer van de Akademie-Proceedings, geschreven door het lid van de Afdeling Natuurkunde Henk Buck, stonden geheel andere dingen dan destijds door de referenten waren goedgekeurd.

“Gelukkig hebben we het net op tijd ontdekt”, zegt algemeen KNAW-secretaris professor dr. Kees Vrieze (anorganische chemie), “anders zou de ramp echt niet te overzien zijn geweest. Er staan smadelijke aantijgingen in tegen mensen die je als wetenschappelijk tijdschrift onder geen beding kunt publiceren. Onze Proceedings hebben een reputatie hoog te houden”.

De KNAW besloot gisteren om de hele oplage (1.200) te vernietigen, die nog maar net van de drukker terug was. Daarnaast verbiedt de Akademie Buck ooit nog in de Proceedings te publiceren. De ontstane materiële schade wordt op hem verhaald.

Met de gewraakte artikelen hoopte Buck, drie jaar geleden door de TU Eindhoven (TUE) op non-actief gesteld, zich wetenschappelijk te rehabiliteren. Hij raakte destijds samen met de Amsterdamse viroloog prof. Jaap Goudsmit in opspraak door een ondeugdelijke publikatie over een nieuw middel tegen het aidsvirus. Een door Buck gepubliceerd NMR-spectrum, aldus een onderzoek, grensde “zeker aan vervalsing”.

Volgens de KNAW heeft Buck grof misbruik gemaakt van het vertrouwen van de redactie, door in de eindversie op de valreep nog allerlei veranderingen aan te brengen. Bij wetenschappelijke tijdschriften is het gebruik auteurs gelegenheid te geven op het laatste ogenblik nog correcties aan te brengen alvorens het manuscript naar de drukker gaat. Meestal betreft het kleinigheden als het bijwerken van literatuurverwijzingen die in de eerste versie nog 'in press' waren. Een enkele keer gaat het om aanvullende informatie in de vorm van een duidelijk als zodanig gemarkeerde 'note added in proof'. Maar in dit geval, aldus Vrieze, heeft Buck in twee fasen wijzigingen aangebracht: bij het overtikken van zijn handgeschreven tekst en nog eens bij de correctie van de drukproeven. Volgens Vrieze wijzigde hij in totaal zeker twintig procent van de tekst, volkomen tegen de spelregels.

Buck ontkent deze lezing. Volgens hem heeft hij in een brief aan de KNAW van 22 juni 1993 aangekondigd nieuwe 'noten en recente literatuurverwijzingen' te zullen toevoegen en heeft hij daarmee zijn commentaren dus niet op slinkse wijze via de correctie in de tekst 'gefrommeld'. “Ik heb in die brief aangegeven dat ik dingen zou toevoegen en het was aan de Akademie om dat al dan niet te aanvaarden”, aldus Buck.

Vergelijking van de in mei geaccepteerde versie met de gisteren bijna gepubliceerde tekst geeft echter duidelijk aan dat niet alleen in de noten, maar ook door de tekst heen zeer substantiële wijzigingen zijn aangebracht, die voor het merendeel niet slechts betrekking hebben op technische details, maar ook op instanties en personen. Zo is door de tekst een reeks opmerkingen gestrooid over de onderzoekscommissies. Die hebben volgens de opmerkingen aan allerlei zaken 'geen aandacht besteed' of 'onterecht genegeerd'. In de originele, geaccepteerde versie zijn die opmerkingen niet terug te vinden.

De venijnigste invoegingen zijn gericht tegen Bucks voormalige postdoctorale medewerker dr. Marcel van Genderen, die wordt beticht van een misleidende interpretatie van het gewraakte NMR-spectrum in het Science-artikel. Verstopt in de sterk uitgebreide literatuurverwijzingen zit bovendien een weergave van een correspondentie tussen Buck en Van Genderen. Daarin komt onder meer de volgende passage voor: “In november 1991 verkreeg ik via mijn advocaat het complete stel spectra (20). Op dat moment werd me duidelijk dat Van Genderen had gesjoemeld met de resultaten van spectrum 12/20...” Een repliek van Van Genderen waarin deze volhoudt dat zijn interpretatie wel degelijk juist was, merkt Buck even verder aan als 'complete nonsens'.

Deze invectieven betitelt de KNAW als 'hoogst onbehoorlijk'. Vrieze: “Buck had zich in een wetenschappelijk artikel nooit op een dergelijke smadelijke wijze mogen uitlaten over zijn voormalige medewerker. Het is zeer naïef om te denken dat zoiets zo maar kan. Naar mijn mening zou het een goed idee zijn als hij eens bij een psycholoog op de bank ging. Ik zie de zaak zo: mensen vallen altijd in hun eigen stront.” Buck houdt echter staande dat hij 'niet met modder heeft gegooid'. De Akademie zal, verwacht Vrieze, al haar leden officieel van het incident op de hoogte stellen.

Opmerkelijk is dat Buck nog een heel pak andere manuscripten ter publikatie aan de Proceedings heeft aangeboden. Twee daarvan zijn geweigerd, de rest heeft voorzitter prof.dr.ir. P.J. Zandbergen van het bestuur van de Afdeling Natuurkunde in een brief van 14 december aan Buck verzocht terug te trekken. Volgens de brief gaat het om acht artikelen. Ze zijn “naar de vorm (handgeschreven) ongeschikt om aan referenten te worden voorgelegd en zouden eerst moeten worden overgetypt”. In totaal zitten er volgens Zandbergen twaalf manuscripten van Buck in de 'publikatiemolen', maar volgens Buck zijn het er aanzienlijk meer: “Ik heb in totaal negentien manuscripten aangeboden. Men heeft ze kennelijk niet eens fatsoenlijk geteld, zoiets zegt wat over de manier waarop er bij de KNAW wordt gewerkt.”

Zandbergen deelt Buck in zijn brief mee dat de redactie-commissie zich, gezien de staat van de manuscripten, zelf alvast maar een globaal oordeel heeft gevormd: “De wetenschappelijke kwaliteit van uw bijdragen wordt sterk overschaduwd door uw streven naar rehabilitatie. (...) De redactie-commissie acht zich in verlegenheid gebracht door de vloed van artikelen van uw hand die haar heeft bereikt. Zij voelt er - op grond van haar eigen voorlopige oordeel - weinig voor referenten met een verzoek om beoordeling van deze produktie lastig te vallen”. Zandbergen besluit met de mededeling dat het bestuur van de Afdeling Natuurkunde de redactiecommissie “inmiddels toestemming heeft gegeven de behandeling van de aangeboden artikelen voor onbepaalde tijd op te schorten” - een maatregel die door het gisteren uitgevaardigde publikatieverbod inmiddels is achterhaald.

De thans gewraakte twee artikelen werden in eerste concept voor publikatie geweigerd na collegiale toetsing door twee anonieme referenten (beoordelaars), die als reden opgaven dat het in wezen ging om een samenvatting van eerder gepubliceerd werk, zonder “belangrijke nieuwe gegevens of conclusies” (referent 1) dan wel “nieuwe of relevante informatie” (referent 2). Een nieuwe, door Buck gereviseerde versie werd op 18 mei wel aanvaard. Volgens het bijbehorende referentenrapport voldeden de manuscripten nu wel aan de maatstaven van de Proceedings, zij het slechts “marginaal”. De anonieme referent schreef “behoorlijk verbaasd” te zijn over “het ontbreken van co-auteurs, daar het onwaarschijnlijk lijkt dat de auteur de weergegeven experimentele gegevens persoonlijk kan hebben verkregen”.

Buck verklaarde gisteren vastbesloten te zijn in elk geval “door te gaan met het onderzoek”. Daar hij thans een VUT-uitkering geniet, kan hij hierbij voorlopig slechts “op afstand” betrokken blijven, maar over anderhalf jaar, wanneer hij de 65 is gepasseerd, hoopt hij opnieuw werkzaam te kunnen zijn in een laboratorium. Waar weet hij nog niet, niet aan de universiteit Eindhoven in elk geval. “Het zal wel het bedrijfsleven worden”, verwacht Buck, “want de universiteit zie ik niet meer zo zitten”.