Bewijsmateriaal tegen ETA ongeldig

MADRID, 22 DEC. Het Spaanse Hooggerechtshof heeft gisteren bewijsmateriaal nietig verklaard dat verkregen is uit het afluisteren in de gevangenis van gesprekken tussen leden van de Baskische guerillabeweging ETA en hun advocaat.

Op basis van de gesprekken, waarin een mogelijke aanslag op enkele gevangenis-ambtenaren zou zijn besproken, werd de advocaat begin dit jaar gevangengenomen. Vorige week werd hij voorwaardelijk in vrijheid gesteld.

Het vonnis van het Hof, waartegen nog de mogelijkheid van cassatie openstaat, brengt de Spaanse regering ernstig in verlegenheid. Minister van binnenlandse zaken Antonio Asunción, die tot voor kort als staatssecretaris het gevangeniswezen bestierde, toonde zich zwaar teleurgesteld. Volgens Asunción, die de strijd tegen de ETA tot een van de hoofdpunten van zijn beleid rekent, meent dat uit de afgeluisterde gesprekken zonneklaar blijkt dat de advocaat zijn professie misbruikte bij het voorbereiden van aanslagen.

Afgezien van de beschuldiging dat de cel kennelijk geen belemmering vormde voor de voortzetting van de activiteiten van de drie gevangenen van het ETA-commando, was het vooral de afluisterpraktijk zelf die begin dit jaar onrust bracht. Uit de verstrekte informatie bleek immers dat via verborgen afluisterapparatuur de gesprekken tussen advocaten en hun gedetineerde cliënten werden geregistreerd. Het hof heeft bepaald dat het opnemen van de gesprekken op zichzelf wel is toegestaan, maar uitsluitend indien hier rechterlijke toestemming voor is verstrekt. In het betreffende geval had het afluisteren uitsluited plaastgehad in opdracht van de gevangenisdirectie.