Aristocratische Robin Hood in lawine van gein en ongein

Robin Hood: Men in Tights. Regie: Mel Brooks. Met: Cary Elwes, Richard Lewis, Roger Rees, Dave Chappelle, Tracey Ullman, Mel Brooks. In 15 theaters.

“Anders dan sommige andere Robin Hoods spreek k met een Engels accent” zegt Robin Hood in de versie die Mel Brooks, Amerikaans komiek en sinds jaren bedenker en regisseur van Hollywood-persiflerende films, geeft van de strijd van de befaamde 12e-eeuwse volksheld Robin of Locksley tegen de tiran Prince John en zijn malicieuze rechterhand, de Sheriff of Nottingham. Wie dat grapje niet kan plaatsen of er niet om kan lachen, moet vooral Brooks' film Robin Hood: Men in Tights vermijden. Wie er wel de mop van inziet en er op zijn minst om kan grijnzen, weet dat hij geschikt is voor het vermaak dat Brooks biedt. Want om te genieten van die film is het niet alleen noodzakelijk gevoelig te zijn voor Brooks' humor, het is onmogelijk hem te volgen zonder enige kennis van de Robin Hood-film in het algemeen en de meest recente, van en met de Amerikaanse acteur Kevin Costner, in het bijzonder. Robin Hood: Prince of Thieves heette deze hoogst serieus bedoelde film, door Brooks geparafraseerd als Robin Hood: Men in Tights, naar de maillots waarin Robin en zijn makkers, sedert Errol Flynn hem in 1938 gestalte gaf, rondlopen of het geen bespottelijke dracht is. 'We're men (manly men!)/ Men in tights (tight tights!)' zingen de 'boyz n the hood' die deze Robin of Loxley aanvoert tegen de Sheriff of Rottingham. Dat 'hood' is meer dan Robins bijnaam, Brooks laat het ons letterlijk nemen: de uitvoerig Engelse, zwaar aristocratische Robin wordt niet, als in het origineel, bijgestaan door de op Kruistocht opgedane Arabische kompaan Azeem, maar door een zwarte makker. Hij heet Ahchoo, draagt het bekende Robin-hoedje met de veer achterstevoren als ware het een baseball-cap, spreekt of zijn brein in voortdurende electric boogie beweegt en jut het suffe volk op à la Malcolm X (diens bekende bril vist hij voor de gelegenheid uit zijn achterzak). Een Brit en een Brother, dus.

Van alles persifleerde Brooks al, met nog altijd als onbetwist hoogtepunt zijn regiedebuut The Producers (1967, over 'de' Broadwayshow, met het briljant-smakeloze nummer 'Springtime for Hitler), en als goede tweede High Anxiety (1977, een parodie op alle Hitchcock-films tegelijk), terwijl ook de 'western' Blazing Saddles (1974) zijn fans heeft.

Zo goed is het later nooit meer geweest, maar voor wie er oog voor had, bleef Brooks altijd een beetje leuk. Zo kon de Star Wars-satire Spaceballs (1987) mij meer dan bekoren en ook Men in Tights bezorgde me weer uitbundig plezier. De fouten in deze film aanwijzen is eenvoudig: de grappen, verwijzingen, persiflages en gein bolderen in zulke grove hoeveelheden over het scherm, dat het lijkt of je aanwezig bent bij de brainstorm die aan deze film voorafging. Er werd niet geschift, lijkt het wel. Elke idee, iedere associatie, smaakvol, lomp, achterhaald, cliché, subtiel, grotesk, leuk, flauw, zouteloos, hilarisch, werd goed genoeg bevonden. Dat is vermoeiend en vaak ergerlijk. Maar, om maar iets te noemen, zolang Brooks nog zelf optreedt als Rabbi Tuckman (een variatie op de bolle monnik Broeder Tuck) en zolang hij de komiek Dom DeLuise nog weet te verleiden tot een ongekende Marlon Brando/The Godfather-persiflage, zolang ben ik bereid te gieberen over Maid Marian in een tangamodel-kuisheidsgordel.