Zedelijke geschiktheid Charles voor troon in discussie

LONDEN, 21 DEC. Voor Charles, zoon van koningin Elizabeth II en prins Philip van Groot-Brittannië, had 1994 het jaar van de restauratie moeten worden. In de zomer van het volgend jaar is het 25 jaar geleden dat zijn moeder hem behing met de regalia behorend bij de status van Prince of Wales.

Dat op zichzelf treurige jubileum - een kwart eeuw van formele kandidatuur voor een troon die nog jaren bezet kan blijken - zal met grote nadruk worden gevierd, zo hebben de koninklijke adviseurs besloten. De gezaghebbende BBC-journalist Jonathan Dimbleby werkt in opdracht al een jaar aan een boek en een televisiedocumentaire over de toekomstige koning van de Britten. De teneur moet die zijn van een hard werkende, serieuze troonpretendent. Een middelbare man (net 45 geworden) die zich flink heen zet over de geleden tegenslagen in zijn publieke en persoonlijke leven, daarbij gemotiveerd door maar één drijfveer: plichtsbesef.

Maar een vol jaar na zijn 'separatie' van prinses Diana en zo'n tien maanden na het aan het licht komen van zijn veronderstelde affaire met Camilla Parker-Bowles is de discussie over de geschiktheid van de troonpretendent opnieuw - en nu pas goed - in discussie gekomen. Niet omdat de prins zich als koning niet naar behoren van zijn staatsrechtelijke taken zou kunnen kwijten, maar omdat zijn zedelijke geschiktheid voor het ambt aan de orde wordt gesteld. Zoals een obscure eerste diaken in het bisdom York zich onverhoeds en publiekelijk afvroeg: kan iemand die zijn huwelijksgelofte kennelijk zo gemakkelijk opneemt, vertrouwd worden standvastig te zijn als het om de eed op de Kroon gaat?

De archdeacon, George Austin, is door zijn uitlatingen opeens een nationale beroemdheid geworden, iets wat mogelijk ook zijn bedoeling was. Hoe het zij, hij is er tevens in geslaagd zowel de Church of England als het kabinet-Major in grote verlegenheid te brengen. De hiërarchie in de Kerk van Engeland blijkt onderling openlijk verdeeld over de scenario's voor de opvolging door King Charles III van zijn moeder.

Twee ministers uit het kabinet-Major, William Waldegrave en John Wakeham, hebben naar de pen gegrepen en wierpen zich in kranteartikelen als verdediger van Charles' status als toekomstige koning op. Maar de Conservatieve Daily Mail wist vorige week te melden dat de discussie over de koning in spe nu ook de gelederen van John Majors kabinet zelf bereikt heeft. Sommige ministers zouden van mening zijn dat de prins eerst een verklaring dient uit te geven dat hij Camilla Parker-Bowles heeft opgegeven voor hij in de toekomst de troon kan bestijgen.

De achtergrond van de moeilijkheden is tweeërlei. In de eerste plaats is er het bestaan van de affaire zelf. Algemeen wordt aangenomen dat de afgeluisterde en gepubliceerde conversatie tussen de prins en de echtgenote van zijn vriend Andrew Parker-Bowles echt is - inclusief de beroemd geworden referentie van Charles aan de vagina van zijn geliefde, die hem in de Italiaanse pers de bijnaam 'Il Tampone' heeft bezorgd. Buckingham Palace heeft, net als met Diana's 'Squidgy-bandjes', nooit een ontkenning uitgegeven en ook informeel geen afstand genomen van de suggestie dat de prins een verhouding heeft (gehad) met zijn oude liefde.

De vraag is wat de status van die affaire nu nog is. Ogenschijnlijk is zij dood. 'Vrienden van' van brigadier Parker-Bowles wezen er aan het begin van het jaar op dat het echtpaar rooms-katholiek was getrouwd en dus aan scheiden niet kon denken. 'Vrienden van' Prins Charles lieten tegelijkertijd weten dat de prins zijn 'separatie' van de Princess of Wales en de pijnlijke onthullingen van Camilla-gate achter zich wenst te laten. Door hard werken en desnoods door zijn hele verdere leven ongetrouwd te blijven, wilde hij het respect van zijn onderdanen heroveren.

Wat volgde, waren maanden van niet al te discrete concurrentiestrijd met prinses Diana, waarbij delen van de Britse pers openlijk een scorebord bijhielden voor de vermeende populariteit van beiden. De gemiddelde stand van de wedstrijd laat zich het gemakkelijkst uitdrukken in de uitslag: Diana vierhonderd toeschouwers, vijf minuten applaus en negen boeketten, tegen Charles vier toevallig passerende ouderen van dagen die terloops hun hand opsteken. Geen wonder dat de verklaring van prinses Diana vorige week dat zij zich grotendeels wil terugtrekken uit het openbare leven door vijanden van prins Charles wordt gezien als het resultaat van pressie van de koninklijke hofhouding - dezelfde die haar bewust beperkt zou hebben in het reizen en die haar de vertrouwde rechercheur en chauffeur zou hebben afgenomen.

Het 'terugtreden' van prinses Diana - hoezeer ook met een korrel zout te nemen - maakt dus ook al de baan vrij voor een her-lancering van de kroonprins. Vrij algemeen wordt aangenomen dat die zijn jaar-van-nieuwe-glorie had willen besluiten met een formele scheiding, wanneer in december 1994 de bij wet vereiste periode van scheiding-van-tafel-en-bed verstreken is. Premier Major heeft immers eerder gezegd dat er geen belemmeringen waren om in de toekomst een gescheiden koning Charles en koningin Diana naast elkaar op de troon te hebben, ook al zouden zij in feite gescheiden hofhoudingen hebben en gescheiden levens leiden.

Maar er hangt iets nieuws in de lucht en dat is gedeeltelijk de reden voor de huidige opwinding. Het lijkt erop dat prins Charles niet langer denkt dat het onmogelijk is om te scheiden en eventueel te hertrouwen. Aangezien het huwelijk met het onbedorven kind-maagdje Diana een debâcle is geworden, is de logische conclusie dat hij dit keer alleen een soulmate tot partner zou willen kiezen: de vrouw van wie hij zich nooit gedistantieerd heeft, de echtgenote van een vriend die bekend staat om zijn eigen affaires, Camilla Parker-Bowles. Dat zou betekenen dat de Britten genoegen zouden moeten nemen met een gescheiden koning, die een koningin naast zich kiest die a. zelf gescheiden is van een ander en b. afvallig heeft moeten worden van de rooms-katholieke Kerk.

De andere relevante factor in het openbare debat over Charles' geschiktheid als toekomstig koning is het feit dat hij als zodanig supreme governor van de Church of England, de staatskerk, wordt en daarmee een verzinnebeelding van de religieuze moraliteit die die kerk predikt. Het was die gevoelige snaar die archdeacon George Austin, een prominent vertegenwoordiger van de traditionele bells and smells-sectie van de kerk, met zijn onverhoedse uitlatingen raakte.

George Carey, de primaat van de anglicaanse Kerk, wist niet hoe hij zich onder de lastige vraag wat hij van Charles' morele standvastigheid dacht, uit moest draaien. Hij nam zijn toevlucht tot een ontwijkend: “De koningin kan nog wel dertig jaar op de troon blijven voor dat aan de orde is.” Hij hield vol dat hij zich nooit heeft willen uitlaten over het privé-leven van het prinselijk paar. Maar een aantal bisschoppen was minder terughoudend in zijn oordeel. De een vindt dat Charles eerst openlijk berouw over zijn zonden moet tonen en prinses Diana “een nederig excuus” moet aanbieden voor het verbreken van zijn huwelijkse beloften. Een ander meent dat hertrouwen geen enkel probleem is, zelfs niet met Camilla Parker-Bowles “want deze kerk weet toch niet langer waarvoor zij staat, zedelijk gezien”.

Een typisch Engelse oplossing voor een typisch Engels probleem dient zich inmiddels wel aan: de voorstanders van de losmaking van de kerk uit de omarming van de staat laten zich luid en duidelijk horen. Zij menen dat het een anomalie is om de schijn van een 'staatskerk' met een 'staatsreligie' op te houden in een samenleving waarin 976 van elke duizend Britten nooit naar de anglicaanse kerk gaat - zelfs niet op kerstavond - en waarin andere religies dan de Church of England samen net zoveel bezoekers trekken.

Binnen de Church of England is 'losmaking' nog steeds een godslasterlijke uitlating, maar minder dan voorheen. Er zijn prelaten binnen de kerkstructuur die het onwenselijk achten dat de premier-van-de-dag de aartsbisschop en de bisschoppen benoemt. Er zijn er die het ook een belachelijke situatie vinden dat het besluit van de synode om vrouwen toe te laten tot het priesterambt in een parlement vol agnosten en zelfs niet-christenen moet worden goedgekeurd. Maar hun argument heeft meer met democratische structuur dan met een moreel oordeel te maken. Tegenstanders van de losmaking buiten de kerkelijke hiërarchie zeggen dat this establishment iets heel negatiefs teweeg zal brengen: een einde aan het geloof dat de religie een rol speelt in het openbare leven van de natie.

Niet bekend