'Wat spookte er door uw hoofd?'

Dit is de dag van de ontaarde vaders.

Eerst moet de rechtbank van 's-Hertogenbosch een vader berechten die twaalf jaar lang zijn stiefdochter (ook seksueel) zou hebben mishandeld. Vervolgens dient de zaak tegen Ahmed Hassan, die beschuldigd wordt van mishandeling van zijn baby.

Op 25 mei 1993 werd in het Sophia Kinderziekenhuis te Rotterdam een babytje in comateuze toestand binnengebracht. De artsen constateerden ernstig hersenletsel en beenbreuken. Het kind was twee maanden oud en bleek Fatima te heten, dochter van Ahmed en Hessa Hassan.

Tijdens het eerste verhoor door de politie ontkende vader Ahmed zijn kind mishandeld te hebben. De politie vroeg door en ten slotte legde Ahmed een bekennende verklaring af. Op drie dagen in mei had hij zijn kind zó ernstig mishandeld dat het lichamelijk en geestelijk voor altijd zwaar gehandicapt zal blijven. Het kind is nu doof en blind en reageert nauwelijks.

Een half jaar later moet Ahmed Hassan zich verantwoorden voor de meervoudige strafkamer van de Bossche rechtbank. Hij is een kleine man met lang haar dat royaal over zijn kraag valt; zijn ogen verbergt hij achter een bril met grote, donkere glazen. Vijfentwintig jaar geleden werd hij in een moslim-gezin in Paramaribo geboren.

“Weet u hoe het nu met de baby is?” vraagt de voorzittende rechter, mr. G. Roeterdink.

“Nee.”

“Heeft u nog informatie laten opvragen?”

“Nee.”

De rechter begint uitputtend te citeren uit de verklaringen van Ahmed bij de politie. De neutrale toon waarop hij ook de details moet voorlezen, werkt bijna vervreemdend. Zoveel gruwelijkheid, opgedist met zoveel kalmte - het geeft deze zitting iets ijzingwekkends.

Het is op 2 mei begonnen. Hessa ging met hun 3-jarig zoontje naar haar ouders en liet Ahmed, zeer tegen zijn zin, achter met de baby. Tien minuten na haar vertrek begon hij zijn woede af te reageren op het kind. Hij drukte met zijn volle lichaamsgewicht op haar knieën, roepend: “Voel maar!” Toen pakte hij haar onderbeentjes, legde ze tegen de schouders en drukte door. Het kind schreeuwde het uit. Tegen de politie zei Ahmed later: “Tijdens de mishandeling voelde ik haatgevoelens tegen mijn vrouw. Erna was ik opgelucht.”

Na terugkomst zag zijn vrouw verdikkingen bij de knieën. Ze vroeg haar man: “Heb jij dat gedaan?” Hij ontkende. Achteraf is vastgesteld dat Fatima al op die dag breuken in de heupen en de scheenbenen heeft opgelopen.

Vier dagen later vindt de tweede mishandeling plaats. Hessa gaat met haar zoontje en ouders naar de kermis in Rotterdam. Ahmed moet opnieuw thuis blijven om op de baby te passen. Hij drukt de ellebogen en knieën van zijn kind tegen elkaar, hij slaat met gebalde vuist op de billen, hij bijt in het onderbeen. Tegen de politie zal hij zeggen: “Ik zag bij alles wat ik deed Hessa voor me, ik deed voor mijn gevoel Hessa pijn.”

Op 22 mei brengt Hessa, samen met haar zoontje, haar ouders weg naar Schiphol, vanwaar ze naar Mekka zullen vliegen. Op het laatste moment beslist ze dat Ahmed niet mee mag, omdat de auto vol is. Ahmed slaat die dag zijn kind hard op de slapen en achter het oor. Hij schrikt pas als Fatima nergens meer op reageert, maar hij neemt geen maatregelen. Hij gaat naar bed en neemt pas uren later weer een kijkje in het kinderbedje. Drie dagen later, als het kind apathisch en zonder eetlust blijft, zal Hessa het naar een ziekenhuis brengen. “Kunt u vertellen wat er op 22 mei in u omging?” vraagt de rechter.

“Dat heb ik al verteld”, zegt Ahmed.

“Ik vind het belangrijk om het uit uw eigen mond te horen.”

“Dat kan ik niet.”

“Kunt u zeggen wat er door uw hoofd spookte?”

“Ik zag haar aan voor mijn vrouw.”

“Waarom was u niet mans genoeg om uw vrouw zèlf aan te spreken? Heeft u daar een idee van?”

De verdachte schudt het hoofd.

“Hoe komt dat?”

“Een fout van mij. Ik weet het ook niet.”

“U moet leren inzien waar die fout vandaan komt”, zegt de rechter bezwerend. “Bent u in het Pieter Baan Centrum iets wijzer geworden over uw motieven?”

Ahmed zwijgt.

In het Pieter Baan Centrum is men wel wat wijzer geworden over hèm. Ahmed is een sterk egocentrisch man, sociaal weinig vaardig en met een iets minder dan gemiddelde intelligentie. Hij voelt zich snel tekortgedaan en legt de schuld voor zijn tegenslagen altijd bij anderen. Zijn jeugd was één groot, tragisch misverstand. Als oudste zoon van een moslim-gezin werd van hem het grote voorbeeld verwacht. Maar hij kon de verantwoordelijkheid niet aan die zijn ouders hem oplegden. Telkens als hij faalde, sloeg zijn vader hem.

Toen hij volwassen was, drongen zijn ouders hem het huwelijk met Hessa op. Hij had haar tevoren maar één keer gezien. Nieuwe schande wachtte hem. Zijn ouders verwachtten van hem dat hij in zijn huwelijk een leidende rol zou spelen, maar hij was tegen de dominante Hessa niet opgewassen. Zij was de baas. Hij voelde zich opnieuw verwaarloosd en vernederd.

“Volgens de psychiater heeft u geen verdriet over wat u uw dochtertje heeft aangedaan”, zegt de rechter.

“Ben ik het niet mee eens”, mompelt Ahmed.

“Komt uw vrouw u opzoeken in uw detentie?” vraagt een van de bijzittende rechters.

“Eén keer.”

“Heeft u haar uitgelegd dat u háár wilde vernietigen?”

Aarzelend: “Ja.”

“Wat zei ze toen?”

“Weet ik niet meer.”

“Zou u weer met uw vrouw en kind willen leven?”

“Ja.” Het antwoord is nauwelijks hoorbaar.

De officier van justitie, mevrouw mr. M. Klinkenbijl, attaqueert de verdachte met iets te veel pathos. Ze laat tussen woorden en zinnen indrukwekkende stiltes vallen, alsof de feiten al niet indrukwekkend genoeg zijn. “Als er ooit sprake is geweest van een zaak waarin de rechtsorde ernstig geschokt is geweest, dan behandelen we die nu”, zegt ze. ”Eigenlijk is hij het niet waardig vader van een kind te zijn. Hij uit ook hier geen berouw.” Rekening houdend met het feit dat de deskundigen Ahmed verminderd toerekeningsvatbaar achten, eist ze een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaar plus tbs.

“Als mijn cliënt niet in staat is emoties te tonen, wil dat nog niet zeggen dat hij die emoties niet heeft”, merkt de advocaat, mr. C. Uitdehaag, op. Hij vraagt om tbs met een zo minimaal mogelijke gevangenisstraf.

(Het vonnis, twee weken later: een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van viereneenhalf jaar plus tbs met dwangverpleging.)

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.