VLUCHTELINGEN

Op de opiniepagina van 14 december in deze krant maakt E.J. Mulder melding van een genereus gebaar van prinses Wilhelmina ten behoeve van Hongaarse vluchtelingen in 1956. Het Universitair Asyl Fonds zou in een door haar ter beschikking gesteld huis cursussen voor scholieren en studenten hebben georganiseerd. Het fonds wordt daarbij getypeerd als 'pas opgericht'.

In de jaren 1956 en 1957 was ik landelijk secretaris van de Stichting Universitair Asyl Fonds te Utrecht en als zodanig nauw betrokken bij de opvang en integratie van Hongaarse vluchtelingen in de winter 1956-1957. Op grond van deze ervaring wil ik de volgende correcties aanbrengen.

Het Universitair Asyl Fonds werd in 1948 opgericht om docenten en studenten die op politieke gronden waren gevlucht in staat te stellen hun studie in vrijheid voort te zetten. Aanleiding vormden de gebeurtenissen in Tsjecho-Slowakije in 1948. Het ging om wat tegenwoordig 'kansrijke' vluchtelingen zouden heten, scholieren vielen buiten het toenmalige gezichtsveld. De mislukking van de Hongaarse opstand in 1956 veroorzaakte een nieuwe stroom vluchtelingen; zonder selectie werden destijds 116 studenten door het Fonds opgenomen. Als opvangcentrum functioneerde het huis 'Heerewegen' in Zeist, dat van 17 november 1956 tot 2 februari 1957 een 150 gevluchte Hongaren herbergde. De toen nog onbekende W.J. Geertsema verdiende er zijn sporen als 'kampcommandant'. Dank kwam in die dagen toe aan het gemeentebestuur van Zeist, van belangstelling van de zijde van het koningshuis is mij niets bekend.