Verguisde organisch-chemicus: “Men moet maar zien wat men er mee doet”; Bucks 'wetenschappelijk testament'

TILBURG, 21 DEC. Hij heeft zijn ontbijt net naar binnen en zegt zich 'bevrijd' te voelen. Organisch-chemicus prof.dr. H.M. Buck publiceerde gisteren twee artikelen waarin hij zijn visie geeft op wat er drieëneenhalf jaar geleden in zijn vakgroep aan de Technische Universiteit Eindhoven (TUE) wetenschappelijk misging met zijn onderzoek naar een effectief middel tegen het aidsvirus (HIV). Gisteren ook maakte hij de inhoud openbaar van een geheime schikking met het college van bestuur van de TUE, waarin het college onder meer verklaart dat er geen bewijzen zijn dat hij gegevens heeft vervalst.

“Mijn wetenschappelijk testament” noemt Buck de twee technische, in het Engels gestelde artikelen, die in de Proceedings van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen zijn verschenen. In zijn flat in Tilburg geeft hij een toelichting op de eenmanssstrijd die hij de afgelopen jaren heeft gevoerd voor het verkrijgen van 'wetenschappelijke rehabilitatie'.

“Ik presenteer”, zegt hij, “mijn kijk op de zaak hier aan de wetenschap, men moet maar zien wat men ermee doet. Ik moest het in elk geval een keer op een rijtje zetten en wereldkundig maken.” Buck zit al sinds september 1990 thuis, toen hem op last van de TUE de toegang tot de universiteitsterreinen werd ontzegd.

Hij pakt hiermee de draad weer op van wat inmiddels bekend is komen te staan als de 'Buck-Goudsmitaffaire', waarin een met veel tamtam als veelbelovend gepresenteerd anti-aidsmiddel een volledige flop bleek te zijn. In het blad Science claimden de groepen van Buck en de met hem samenwerkende Amsterdamse viroloog prof.dr. J. Goudsmit dat het door hen ontwikkelde en gebruikte fosfaatgemethyleerd DNA, daadwerkelijk biologisch effect op het aidsvirus in de cel had. Voor de camera's van het NOS-journaal verklaarde Buck destijds te verwachten dat aids dank zij zijn vinding over enkele jaren tot het verleden zou behoren.

Bij collega-onderzoekers rezen snel sterke twijfels aan de methode waarmee Buck 'het middel' had gesynthetiseerd. Er volgde een onderzoek van de TUE, waarvan de conclusie luidde dat de stof niet alleen onzuiver was, maar zelfs in niet aantoonbare hoeveelheden was gemaakt. Hierop werd een tweede onderzoek ingesteld naar Bucks rol. De conclusie luidde dat een NMR-spectrum in het Science-artikel 'zeker aan vervalsing grenst'. Vooral die suggestie, die volgens Buck neerkomt op een diplomatiek geformuleerde beschuldiging, heeft hem naar zijn zeggen altijd zeer dwarsgezeten.

Pag.2: 'Geestelijk evenwicht' was na een jaar terug

Op grond van deze bevindingen werden Buck in 1990 zware sancties opgelegd: de hoogleraar, tot dan toe hoofd van de vakgroep en decaan van de scheikundefaculteit, werd uit al zijn functies gezet. Buck: “Het ging zelfs zo ver dat ik niet meer op het terrein van de universiteit mocht komen. Bovendien moest ik me onthouden van alle contacten met collega's en werd het me verboden om mededelingen over de zaak aan derden te doen.”

Onder druk van het college van bestuur stemde Buck erin toe om in de VUT te gaan. Aangeslagen door de gebeurtenissen werd hij geruime tijd ziek. Pas na meer dan een jaar, zo zegt hij, hervond hij zijn geestelijk evenwicht en begon hij aan zijn eenzame strijd om wetenschappelijk eerherstel.

Buck nam een raadsman in de arm en spande bij het amtenarengerecht een procedure tegen de TUE aan. Dat resulteerde augustus vorig jaar uiteindelijk in een 'akte van dading' over de inhoud waarvan de beide partijen zich tot geheimhouding verplichtten op straffe van een boete van 50.000 gulden. Buck besloot gisteren de geheimhouding te doorbreken.

Uit het document blijkt dat de TUE aan Buck 225.000 gulden heeft betaald, 75.000 gulden voor de proceskosten en nog eens 150.000 gulden als smartegeld voor 'immateriële schade, bestaande uit ondervonden aanmerkelijke smart en leed en uit aanzienlijke aantasting in eer en goede naam c.q. reputatie'.

Ook expliciet vermeld staat dat 'aan het college geen bewijzen bekend zijn, op grond waarvan (terecht) gesteld zou kunenn worden, dat Buck als vervalser zou moeten worden aangemerkt'. Buck interpreteert dit als een rehabilitatie.

In zijn zojuist verschenen artikelen geeft Buck een overzicht van zijn methode van destijds en van wat er volgens hem is misgegaan. De Akademie, waarvan hij al sinds 1979 lid is, was nog 'het enige wetenschappelijke gremium' waar hij zich - geïsoleerd als hij stond - nog aan kon vastklampen. Hij bleef na 1990 de vergaderingen in Amsterdam bezoeken en op één van die vergaderingen zette hij zijn visie op de feiten uiteen. De artikelen vormen de neerslag van deze presentatie en ze zijn slechts voor publikatie geaccepteerd na collegiale toetsing.

Buck gaat in op aspecten die door de beide onderzoekscommissies niet zijn aangeroerd. In de kwestie van het 'verdachte' NMR-spectrum wijst hij beschuldigend naar zijn voormalige medewerker dr. M. van Genderen, thans nog steeds werkzaam aan de TUE. “Van Genderen is de man die destijds de spectra niet alleen heeft genomen maar ook heeft geïnterpreteerd. Ik heb de oorspronkelijke spectra via de rechter teruggekregen en ontdekte dat er gegevens zijn omgedraaid, waardoor de interpretatie volledig verkeerd was. Ik wil niet onmiddellijk zeggen opzettelijk verkeerd, maar het was wel een heel elementaire fout, die zowel ik als de overige co-auteurs van het artikel helaas over het hoofd hebben gezien”.

Buck heeft met Van Genderen over deze zaak een corresponentie gevoerd. In zijn laatse brief van medio februari aldus Buck, heeft van Genderen aangekondigd zijn voormalige hoogleraar een proces aan te doen als hij hiermee in de openbaarheid zou treden.

Buck zegt vooral verontwaardigd te zijn over de onvoldoende deskundige onderzoekscommissies. “De eerste heeft alleen maar geluisterd naar een aantal betrokkenen, maar heeft mij niet gehoord. De tweede is wel bij mij over de vloer geweest, maar heeft geen relevante vraag gesteld. Ze hebben verzuimd om bij echte deskundigen hun licht op te steken.”