Unprofor zwicht voor Serviërs; 'Brigade gaat niet naar Oost-Bosnië'

ZAGREB/DEN HAAG, 21 DEC. De stationering van de Nederlandse luchtmobiele brigade in Bosnië gaat niet door. Dat is vanochtend vernomen in kringen rond de vredesmacht van de Verenigde Naties UNPROFOR in ex-Joegoslavië.

De Nederlandse militairen van het versterkte bataljon van de elfde luchtmobiele brigade hadden gelegerd moeten worden in Zepa en Srebrenica, twee moslim-enclaves in Oost-Bosnië, dat verder overwegend in Servische handen is. De bevelhebber van de Servische troepen in Bosnië, Ratko Mladic, heeft overwegende bezwaren tegen zware gevechtseenheden van het Nederlandse type. Onder deze omstandigheden ziet UNPROFOR af van de stationering.

Woordvoerders van het ministerie van defensie zeiden vanmiddag niets te weten over zo'n beslissing. De UNPROFOR-bevelhebber generaal Jean Cot voert thans overleg in Belgrado. Op Defensie verwachtte men vanmiddag niet dat het Nederlandse aanbod niet zou worden geaccepteerd.

Een zogeheten 'advance party' van het Nederlandse bataljon, die voorbereidingen moest treffen voor de komst van de Nederlandse eenheid in Oost-Bosnië, is dit weekeinde onverrichterzake teruggekeerd omdat Servische milities in Bosnië haar de toegang tot de enclaves Zepa en Srebrenica weigerden. Enkele weken geleden kon een Nederlands transportbataljon geen humanitaire missies uitvoeren doordat milities hun werk onmogelijk maakten en het geweld toenam. Nederland heeft in Bosnië een verbindings- en een transportcompagnie. De geplande stationering van het bataljon van de luchtmobiele brigade zouden de Nederlandse aanwezigheid in Bosnië hebben verdubbeld.

Landen die troepen leveren aan de Verenigde Naties in Bosnië uiten steeds openlijker hun twijfel over het nut daarvan, nu een politieke oplossing uitblijft. Vertegenwoordigers van de drie strijdende partijen in Bosnië hebben zich zeer sceptisch uitgelaten over de kans op succes van het vandaag opnieuw begonnen vredesoverleg in Genève. Binnen de NAVO en Westeuropese Unie (WEU) wordt druk diplomatiek overlegd over de aantallen militairen die nodig blijven en het effect van hun VN-missie. EG-partners zijn steeds minder bereid troepen te leveren.

In een kerstboodschap aan de tweeduizend Nederlandse militairen in en rond het voormalige Joegoslavië waarschuwt minister Ter Beek (defensie) vandaag dat de Nederlandse aanwezigheid zinvol moet blijven en moet uitmonden in het herstel van vrede en veiligheid.

Ter Beek schrijft niet dat de Nederlanders anders maar moeten vertrekken, maar op Defensie stelt men de laatste maanden herhaaldelijk de vraag in hoeverre de relatief grote Nederlandse bijdrage wel effect heeft. Nederland heeft inmiddels een aantal F-16's teruggetrokken van de basis Villafranca in Italië, die vandaaruit in NAVO-verband het Bosnische luchtruim controleren. Tevens vraagt Defensie zich af of het inzetten van twee fregatten en tot voor kort ook nog een bevoorradingsschip in de Adriatische Zee bij het controleren van het embargo tegen ex-Joegoslavië niet te veel is.

De Franse minister van defensie, Léotard, heeft dit weekeinde gezegd dat Frankrijk in de lente zijn troepen uit het VN-contingent moet terugtrekken als er tegen die tijd geen uitzicht is op een politieke oplossing voor de oorlog in Bosnië. Ook het Verenigd Koninkrijk heeft vraagtekens gezet bij een blijvende aanwezigheid in Bosnië. Minister Kooijmans van buitenlandse zaken noemde het Franse dreigement gisteren in Brussel “volstrekt misplaatst”.