SPELLINGSPURISME [1]

Met de hete adem van 'het Nationaal Dictee' in de nek grijpt menig Nederlander - en niet alleen het domste jongetje van de klas - vertwijfeld naar het Groene boekje. Correct spellen is moeilijk en dat geldt niet alleen voor het Nederlands.

De schrijver Benno Barnard houdt in NRC handelsblad van 16 december een gloedvol betoog tegen de voorstellen van de spellingscommissie Geerts. Opvallend is dat gefulmineerd wordt tegen de woordbeeld-misvorming als gevolg van het streven naar vereenvoudiging van de spelling. De vraag of dit soort kunstgrepen het aantal spellingsfouten ook werkelijk reduceert wordt helaas niet gesteld, terwijl het daar toch allemaal om begonnen is.

Zou bijvoorbeeld die 'mekanisjen' van Geerts er wel zo blij mee zijn dat met de nieuwe spelling zoveel (steun)verbanden tussen verwante woorden teloorgaan? En is het in het huidige Europa wel zo verstandig de nog bestaande familiebanden met andere Europese talen in de bastaardwoorden door te snijden? Dat versimpeling van de spelling synoniem is met vereenvoudiging, ofwel democratisering van de taal is op zijn minst een misverstand. Een behoorlijke toetsing of de middelen wel leiden tot het gestelde doel hoort kennelijk niet tot de bedrijfscultuur van de spellingshervormers.

Ik kan me heel goed voorstellen dat in bepaalde gevallen versimpeling inderdaad tot een vereenvoudiging leidt, waar mecaniciens én schrijvers echt mee gebaat zijn. Want waarom een 'luiz-en-baan- naast een 'hond-e-baan' moet bestaan en een 'mens-en-leven' naast een 'hond-e-leven' is me een raadsel. Wie kan begrijpen dat we om van de muizen(issen) af te komen zowel 'muiz-e-haver' als 'muiz-en-tarwe' moeten strooien?

En wie helpt ons weer af van het inconsequente geknutsel van vorige spellingscommissies aan vele bastaardwoorden?

Er is dus nog toekomst voor spellingscommissies, en niet in de laatste plaats met het oog op de Europese Unie!