Spanje legt bommetje onder Europese munt

BRUSSEL, 21 DEC. Spanje heeft gisteren de uitbreiding van de Europese Unie vertraagd. Madrid eist dat de economiën van Oostenrijk, Zweden, Finland en Noorwegen over twee jaar niet worden meegewogen bij de beslissing over de invoering van één munt. Spanje wil dat die beslissing, die voor eind 1996 moet worden genomen, alleen gebaseerd wordt op de toestand in de huidige twaalf huidige lidstaten. Per 1 januari 1995 zou de Unie met vier lidstaten worden uitgebreid tot zestien.

De ministers van buitenlandse zaken van de EU reageerden gisteren afwijzend. Het Spaanse voorstel werd door minister Kooijmans “niet constructief” genoemd. Diplomaten noemden de Spaanse brief een bom onder het overleg dat vandaag met de vier kandidaat-lidstaten wordt gehouden. Houdt Spanje vast aan de eis, dan kan de Unie pas in februari weer proberen het eens te worden over de voorwaarden die de nieuwe lidstaten worden geboden. Het lijkt dan onmogelijk om de onderhandelingen voor 1 maart volgend jaar af te ronden, zoals is afgesproken.

Volgens art. 109 J van het verdrag van Maastricht kan de eenheidsmunt alleen worden ingevoerd als een meerderheid van de lidstaten voldoet aan de voorwaarden. Met zestien lidstaten in 1996 zouden er dus negen lidstaten moeten 'slagen' voor de monetaire unie. Spanje wil dat bij die beslissing alleen gekeken wordt naar maximaal zeven van de huidige lidstaten. Algemeen wordt aangenomen dat Spanje de nieuwe lidstaten er buiten wil laten, omdat Madrid de huidige onderhandelingspositie wil behouden. De vier nieuwe lidstaten doen het economisch vrij goed en zouden weinig moeite hebben om aan de criteria te voldoen. Daarmee zou er eind 1996 gemakkelijker een meerderheid voor de ene munt kunnen ontstaan, dan Spanje lief is. “Ze hebben er belang bij om voor die meerderheid nodig te zijn”, aldus staatssecretaris Dankert gisteren. Madrid zou dan meer kans kunnen hebben om de andere lidstaten zover te krijgen de criteria voor de monetaire unie ruimer te interpreteren. Madrid zou op die manier de bezuinigingen op de overheidsuitgaven kunnen beperken. De voorwaarden waaraan de lidstaten moeten voldoen zijn geringe inflatie, een beperkt overheidstekort en staatsschuld, en een stabiele valuta. De Belgische minister Claes, die de Raad nog twee weken voorzit, zei te vrezen dat toegeven aan de Spaanse eis andere lidstaten de kans biedt om ook uitzonderingen te vragen op het Verdrag van Maastricht.