Slachtoffers Bijlmerramp

AMSTERDAM, 21 DEC. Slachtoffers van de Bijlmer-vliegramp waren een halfjaar na de ramp geestelijk ernstiger ontregeld dan op basis van ervaring en vakliteratuur over rampverwerking werd verwacht. Dat blijkt uit vanmorgen bekendgemaakte onderzoeksresulaten van de afdeling psychiatrie van het Amsterdams Academisch Medisch Centrum naar de gevolgen van de ramp.

Bijna driekwart van de ondervraagde getroffenen kampte met psychische stoornissen. Bij ruim een kwart van de ondervraagden constateerden de onderzoekers een zogenaamde post-traumatische stress-stoornis (PTSS). Mensen met deze stoornis zijn nog altijd veel met de ramp bezig, hebben ernstige slaap- en concentratieproblemen en hebben een lichamelijke reactie wanneer ze aan de ramp herinnerd worden. Nog eens 40 procent vertoont zulke verschijnselen in minder ernstige mate. De onderzoekers hadden vooral deze laatste groep kleiner ingeschat: rond 30 procent. Het rouwproces blijkt langer te duren dan de onderzoekers hadden aangenomen, is hun verklaring. Van het nazorgplan dat de gemeente Amsterdam in oktober vorig jaar opstelde is goed gebruik gemaakt, bleek uit het onderzoek.

De ondervraagden waren in meerderheid tevreden over de voorzieningen. De onderzoekers bevelen aan ook een rampenplan op te stellen gericht op de geestelijke gezondheid. Naar analogie van het commandocentrum voor politie en andere hulpverlening. Professionele hulpverlening moet zo economisch mogelijk worden geboden, via voorlichting en media, om grote groepen tegelijk te bereiken. Persoonlijke hulp moeten slachtoffers zoveel mogelijk in eigen kring en van lotgenoten krijgen. Deze aanpak is in het Bijlmer-nazorgplan uitgeprobeerd en moet nu verder worden uitgewerkt voor volgende rampen. De aanpak was tot dusver niet helemaal succesvol. Van de lotgenoothulp werd minder gebruik gemaakt dan verwacht en van huisartsen en psychiaters meer. De onderzoekers weten het aan een gebrekkige voorlichting over de lotgenotenhulp. Van de naar schatting 5000 getroffenen onder wie nabestaanden van slachtoffers, dakloos geraakten, bewoners van omliggende woningen en hulpverleners, hebben 340 mensen meegewerkt aan het onderzoek. In maart vindt een vervolgonderzoek plaats.