SCHUIM DER NATIE

In zijn column van 13 december citeert Paul Scheffer generaal Jan Tjassens: “Wat komt er op een leger af als het alleen uit vrijwilligers bestaat.... het schuim der natie”.

Tjassens zou uit zijn Hogere Krijgsschooltijd toch genoeg moeten weten over de mei-dagen 1940 om te beseffen dat het juist het enige beroeps-vrijwilligerskorps in onze te land vechtende krijgsmacht is geweest: het Korps Mariniers, dat werkelijk doeltreffend wist op te treden. Bijvoorbeeld bij de Maasbruggen dagenlang, onder grote ontberingen, een overmacht van Duitse troepen wist tegen te houden. Door nog jonge, maar uitstekend opgeleide mariniers, scherpschutters met een geoefend oog en de zelfbeheersing om de juiste tactische posities en doelen te kiezen.

Wat Tjassens niet in zijn krijgsgeschiedenis heeft gevonden is het feit dat ik, als commandant van een sectie Mariniers die een batterij kustgeschut in Hoek van Holland bemanden, tot tweemaal toe 'dramatische' telefonische 'smeekbeden' moest ontvangen van belendende infanterie-compagniescommandanten om “Als-t-u-blieft!! toezending van één Marinier 1e klas” - om het commando op zich te nemen van een verkenningspatrouille naar het terrein waar de parachutisten achter ons geland waren. Omdat zij dat eenvoudige krijgswerk niet aan hun eigen dienstplichtige kader durfden toe te vertrouwen. Ik heb, in 's hemelsnaam, daarin toegestemd. Zó komt bij noodweer het 'schuim' toch bóvendrijven!