Pubermeisjes

Lust & Gratie 39. 94 blz. ƒ 15. Postbus 18199, 1001 ZB Amsterdam

'Schoonheid, wreedheid, wanhoop, angst, verdriet, magie, seksuele verwarring, avontuur en passie' - voilà een meisje in haar puberteit, en in feite kan hier vrijwel de gehele rest van het scala aan menselijke emoties wel aan worden toegevoegd. Aan deze verschrikkelijke tijd wijdde Lust & Gratie een themanummer. Volgens de redactie is het pubermeisje in de volwassen (mannen)literatuur en (-)wetenschap tot voor kort 'genegeerd, tot zwijgen gebracht of misvormd tot Zijn beeld'.

De inhaalmanoeuvre mag worden verricht door Hermine de Graaf, Maria van Daalen, Annet Planten, en engelstalige auteurs: Esther Freud (een fragment uit <Peerless Flats / Bestrijd de vossen), Anne Sexton, Carson McCullers, Elisabeth Bowen en Jamaica Kincaid. Drie, helaas maar drie meisjesschilderijen van Marlene Dumas geven het oog wat het wil.

Hermine de Graaf presteert met het verhaal 'Toveren' veel minder dan ze kan. Het perspectief van het kribbige jonge meisje in haar eigen fantasiewereldje, dat ze uitstekend beheerst, rammelt hier en ook de intrige zal de lezer niet direct bijblijven. Ongeloofwaardig voor een klein meisje tegen een verpleegster: “'Florence Nightingale zou zich van schaamte in haar graf omdraaien als zij kon zien hoe u de patiënten koeioneert.' De zuster keek me aan als een blauwe forel die geschrokken sterft in het kokende water.” Tenzij De Graaf mikt op een lacheffect: “Hij dacht dat ik ging huilen en wilde me troostend in de armen nemen. Ik weerde hem af. Op dat soort ogenblikken denken jongens dat ze kunnen gaan vrijen. Hun ideeën zijn zonder twijfel het gevolg van te veel hardgekookte eieren bij het ontbijt.”

Vergeleken met 'Toveren' is 'Rook' van Annet Planten, over een lesbische bakvis die net even haar neus uit de kast laat piepen, misschien onbeholpen maar toch overtuigender.

Maria van Daalen in 'Elke maand opnieuw': “Zo rood als mijn lippestift - / maar ik zweet aldoor, ik voel het, / en het lijkt wel of alle jongens kijken.”