Overstromingen in Limburg

BORGHAREN, 21 DEC. Voor de tweede maal dit jaar is de Maas in Zuid-Limburg buiten haar oevers getreden. De toegangswegen tot het dorp Itteren waren omstreeks het middaguur onbegaanbaar. De waterstand is hoger dan in februari, en ook hoger dan in de 'rampjaren' 1980 en 1984.

Gistermiddag stonden de uiterwaarden van de rivier al blank, maar kon nog niet gesproken worden van grote overlast. Vannacht werd de zogeheten crisishoogte van 44,8 meter boven Nieuw Amsterdams Peil (NAP) gemeten aan de stuw bij Borgharen. Rond het middaguur was de recordhoogte van 45,44 meter uit 1984 al met 25 centimeter overtroffen. Door de overvloedige regenval in de Ardennen blijft het water verder stijgen. Behalve Itteren staat ook het dorp Borgharen voor een deel onder water. In Maastricht en Elsloo, ten noorden van de Limburgse hoofdstad, staan enkele straten blank. Volgens een woordvoerder van Rijkswaterstaat in Maastricht is de hoogste waterstand nog niet bereikt. “We wachten nog op gegevens van collega's uit België en Frankrijk, daarmee kunnen we uitrekenen wanneer we hier in Maastricht de hoogste waterstand bereiken. Naar verwachting zal twee dagen later Venlo met dat hoge peil worden geconfronteerd.”

Rijkwaterstaat verwacht dat het stroomafwaarts gelegen Grevenbicht reeds vanavond met de hoge waterstand zal worden geconfronteerd. In Roermond zal de waterstand vanmiddag uitkomen op twintig meter boven NAP. Er is een beperkte dijkbewaking ingesteld en de Loskade is wegens het hoge waterpeil afgesloten. In het nabijgelegen buurtschap Ool is met zandzakken een extra dijk aangelegd.

Pendeldiensten zijn ingeschakeld om scholieren en mensen die naar hun werk willen uit de overstroomde gebieden te halen. Daarbij wordt gebruikgemaakt van voertuigen van de brandweer en de Koninklijke Militaire School in Weert. De regionale brandweer Zuid-Limburg verleent bijstand met een reddingspeloton van 32 man, daarnaast wordt 22 man mobiele eenheid ingezet.

In een crisiscentrum in Maastricht coördineren medewerkers van brandweer, politie, publieke werken, gemeentelijke geneeskundige dienst en voorlichting de hulpverlening. Het crisiscentrum heeft vier helikopters gecharterd voor de hulpverlening aan het geïsoleerd geraakte Itteren. Een helikopter van de genie gaat een oriëntatievlucht boven het overstroomde gebied maken om te onderzoeken of een noodbrug kan worden aangelegd.

Pag.2: 'We hebben niets, geen zand, geen zakken'

Twee helikopters uit Duitsland zijn ingezet om hulpverleners in Itteren af te zetten. De vierde helikopter staat klaar om patiënten naar het ziekenhuis te brengen. Tot nu toe is één zieke uit Itteren naar het academisch ziekenhuis in Maastricht overgevlogen. Het crisiscentrum had rond het middaguur nog geen verzoeken voor evacuatie binnengekregen.

Bewoners van Itteren (tweeduizend inwoners) en Borgharen (elfduizend inwoners) zijn rampbestendig, getuige het opschrift 'Uit dankbaarheid, 10 mei 1940' op de sokkel een Heilig-Hartbeeld midden in het dorp. Dat is geen vergissing, legt een medepassagier in de bak van de legertruck uit: “Dat beeld is door de bevolking geschonken, omdat alle jongens uit het dorp die waren gemobiliseerd, heelhuids zijn teruggekeerd.

Toch begint het onheil van de Maas, dat dit jaar voor de tweede keer toeslaat, de mensen de keel uit te hangen. Toen was het nog een verzetje voor veel dorpsbewoners die de nacht in het café doorbrachten. Maar twee keer per jaar is te veel van het goede. “Wat een puinhoop”, zegt de voorzitter van de dorpsraad, A. Wijnands, die de hulpverlening coördineert vanuit het biljartzaaltje van café Im weissen Rössl. “We hebben niets, geen zand, geen zakken en geen informatie.” Hij wijst op het telefoontoestel voor hem op tafel: “Hier zijn we op aangewezen. We weten niet eens of het water nog stijgt.” Op het scorebord van het biljart wordt de waterstand bijgehouden. “Vijfenveertig meter vijftig? Daar klopt niks van”, roept een tweede lid van de dorpsraad, wijzend op de laatste stand. “Ik woon hier al 37 jaar en nog nooit heb ik het water bij ons in de straat zien staan. En nu staat het al in huis. En wat doet de gemeente? Ze hebben ons in januari beloofd te helpen, maar daar hebben we nog steeds niets van gezien.”

“Zandzakken, godmiejaar, stuur ons zandzakken”, roept een bejaarde dame in de voordeur tegen een man in een oliejas. “Ik kan er niks aan doen”, antwoordt de man, “ik ben van het gas”. Hij komt de gasdruk verhogen tot 120 bar om te voorkomen dat er water in de leidingen komt.

In het crisiscentrum dat door de gemeente, Rijkswaterstaat en de provincie is ingericht in het kantoor van Publieke Werken in Limmel, probeert de burgemeester van Maastricht, Ph. Houben, te weerleggen dat de hulpverlening te laat op gang is gekomen: “We hebben gisteren al logistieke maatregelen genomen, een rampenstaf en drie infoposten ingesteld, de taken verdeeld en de wagens met zand klaar gezet. Veel meer konden we ook niet doen. We hebben nu een rechtstreekse lijn met defensie, die een hovercraft en twee helikopters ter beschikking heeft gesteld. En er zijn ook twee Duitse reddingshelikopters onderweg.” Als de helikopters tegen twaalf uur landen, maakt iemand een grapje over gevangenen die in gevangenis Overmaeze, juist tegenover het kantoor, staan te juichen.

Houben wil geen belofte doen over materiële hulp: “We hebben er de vorige keer wel naar gekeken, maar het is technisch niet mogelijk om bijvoorbeeld korting op gemeentelijke belasting te geven. En ook een beroep op het rampenfonds is niet mogelijk, we weten van tevoren het antwoord. Maar als het twee keer per jaar gebeurt, vinden we dat onacceptabel. Zonder dat ik enige verwachting wil wekken, kan ik wel zeggen dat we eens heel indringend naar dat probleem moeten kijken, als deze ellende voorbij is.” Ook wil Houben nog eens met deskundigen praten over structurele maatregelen, maar veel illusies over een oplossing kan hij zich niet maken: “Er is wel eens een kostbaar plan gemaakt voor dijken, maar daar bleken ook technisch grote bezwaren tegen te bestaan. Het is een grindige bodem, het water komt er gewoon onder door.”

De enige hoop die de bewoners nu koesteren is de verwezenlijking van het Grensmaas-project, die van de Maas tussen Maastricht en Maasbracht weer een breed stromende grindrivier moet maken, die het water veel sneller afvoert.