Overlevingsstrategieën van Mus, heldin in de bijstand

Mus, afl. 1, Ned. 3, 20.29-21.03u.

Kwaliteitsdrama op televisie valt tegenwoordig vaak te herkennen aan een dun zwart balkje aan de boven- en onderkant van het scherm. Het betekent dat de opnamen zijn gemaakt op super-16mm en dat is weer een signaal dat er nagedacht is over de kwaliteit van het beeld. Ook in andere opzichten steekt de zevendelige serie Mus, geregisseerd door Ben Sombogaart, geschreven door Selma Vrooland en gefotografeerd door Edwin Verstegen, ver uit boven het gemiddelde. De NOS afficheert de door Vrooland zelf tot drama bewerkte, eerder in 'Vrij Nederland' als column gepubliceerde Notities van een bijstandsmoeder als 'comedyserie'. Er valt zeker te lachen en nog meer te grinniken om de avonturen van de 35-jarige Mus (Annet Malherbe als een trotse slons) en haar beide zonen van 14 en 11, gespeeld door respectievelijk Maarten Ooms en Olivier Tuinier. Maar de toon is regelmatig bitterder en grimmiger dan gebruikelijk in een sitcom (situation comedy) en in ieder geval meer realistisch.

De overlevingsstrategieën van een alleenstaande moeder in de dagelijkse strijd met het huishoudboekje, de sociale recherche en tot fanatieke consumenten opgroeiende kinderen zijn zelden het onderwerp van televisiefictie. Vrooland balanceert op een dunne draad tussen boosheid en ironie en maakt van haar hoofdpersoon nu eens een heldin, dan weer een slachtoffer. Als Mus aan het einde van een lange dag voor de spiegel van haar badkamer staat, daagt ze God quasi-deemoedig uit: “'s Avonds voor het slapen gaan / Vouw ik mijn beide handjes saam / Dan bid ik braaf en suikerzoet / Zoals Den Haag vindt dat het moet / Lieve Heer, dank U wel voor de bijstand / Ik heb m'n tandjes goed gepoetst / En ik zal morgen weer heel veel van m'n geld verslindende kindertjes houden”.

Annet Malherbe is de ideale keuze voor deze huishoud-Jeanne d'Arc, die haar waardigheid onder alle omstandigheden tracht te behouden. Ze vindt het belangrijker dat haar kinderen een boek lezen dan dat ze volgens de laatste mode gekleed gaan, maar kan dilemma's als een kerstcadeautje of een kalkoen niet goed oplossen. Regisseur Sombogaart, die eerder veel eer inlegde met jeugdseries als Mijn vader woont in Rio en Het zakmes, weet opnieuw de juiste eigentijdse snaar te beroeren en een herkenbare werkelijkheid te fictionaliseren. Toch is de structuur van de voor volwassenen bestemde serie Mus merkwaardig genoeg iets minder geslaagd dan die van zijn werk voor kinderen, al zullen die deze laatste serie ook goed kunnen volgen. Het lijkt wel of Sombogaart niet echt greep krijgt op de paradoxen in Vroolands schrijfstijl, die slecht kan kiezen tussen sociale aanklacht en superieure galgehumor. De acteurs aarzelen dan ook tussen realisme en karikatuur, hetgeen bij de beide kinderen - Tuinier steelt voor de derde achtereenvolgende keer in een Nederlands drama de show - minder een probleem vormt dan bij een bedachtzaam actrice als Malherbe. De vraag die ik maar niet uit m'n hoofd kon zetten bij het bekijken van de eerste afleveringen was hoe het kan dat een zo inventief, initiatiefrijk, innemend en energiek type als Mus zich niet onttrekt aan de rol van slachtoffer, gekoeioneerd door loketbeambten en middenstanders. Zo iemand moet toch werk kunnen vinden, zelfs in de diepste malaise? Of is dat een vooroordeel van een lid van de werkende klasse?

Misschien moet de met Mus als scenariste debuterende Vrooland haar onmiskenbare talent verder gaan ontwikkelen in minder realistische richting. De tekst van de titelsong bijvoorbeeld wijst op een bijtend gevoel voor absurdisme en smaakt naar meer. Als iemand nog eens een Nederlandstalige musical over alledaagse idiotie zou kunnen schrijven, dan is het wel Selma Vrooland. Maar om een Annie M.G.Schmidt te kunnen worden, zou ze zich moeten laten beroeren door wat Theo van Gogh 'de gesel van de mildheid' noemt.