Ook kandidaat-minister van defensie VS betaalt schoonmaakster zwart

WASHINGTON, 21 DEC. De Amerikaanse kandidaat-minister voor defensie, admiraal Bobby Ray Inman, heeft zeventien jaar lang geen sociale lasten betaald voor een schoonmaakster in zijn huishouding. Dat heeft het Witte Huis gisteren officieel bekend gemaakt naar aanleiding van herhaald vragen van journalisten.

Begin dit jaar zijn twee vrouwelijke kandidaten voor minister van justitie gestruikeld over het niet-betaling van de sociale lasten voor een kinderoppas. Bovendien waren de kinderoppassen voor beide vrouwen illegaal in het land. Dit vormde een politiek probleem omdat de Amerikaanse minister van justitie ook belast is met de coördinatie van het immigratiebeleid. Ook de kansrijke rechter Stephen Breyer liep door niet-betaling van de sociale lasten voor een hulp in de huishouding een benoeming voor het Hoge Gerechtshof mis. Verscheidene andere hoge functionarissen zijn sindsdien “ontdekt” maar niet ontslagen. De minister van handel, Ron Brown, kwam er af met betaling van de sociale lasten, inclusief de strafheffingen.

Na de publiciteit over de betaling van sociale lasten kreeg de Amerikaanse belastingdienst plotseling veel meer geld binnen voor in dienst genomen huispersoneel. Vooral in Washington, waar velen een hoge politieke functie ambiëren, schoten de betalingen omhoog. Inman die toen in Texas woonde, had helemaal niet gereageerd op de publiciteit. Hij bleeft zijn hulp die tussen de één en de drie dagen per week in het huis kwam, zwart betalen.

Gisteren heeft hij 6.000 dollar aan achterstallige sociale lasten betaald. Inman had tijdens de voorbereidende gesprekken van het begin af aan Clinton gezegd dat hij zijn sociale lasten niet had betaald. Maar Clinton vond het te belangrijk om deze voor militairen vertrouwenwekkende figuur op deze post te krijgen. Verwacht wordt dat de Senaat hier ook geen aanstoot zal nemen, tenzij het talkshow-circuit er vat op krijgt. Maar als admiraal maakt hij meer indruk op conservatieve talkshow-gastheren. Het thema van niet-betaling van sociale lasten is ook wat gaan vervelen.

De Amerikaanse pers heeft veel kritiek geleverd op Inmans gedrag bij zijn benoeming. The New York Times en The Washington Post vonden dat het niet hoorde dat Inman zich volgens zijn zeggen “in zekere mate op zijn gemak moest voelen” met de “president als opperbevelhebber”. Het leek wel of de president bij Inman had gesolliciteerd. “Het was een minder dan gemakkelijk begin”, aldus The Washington Post. Verscheidene functionarissen in het Witte Huis hadden er ook aanstoot aan genomen. Inman had ook, geheel tegen het protocol in, vorige week een televisie-interview gegeven, een maand voor de hoorzitting van de Senaat.

De kranten kwamen ook met openbaringen over de mislukkingen van Inman als zakenman. Hij had meegedaan met de overname van een hoogtechnologisch defensiebedrijf, Tracor, door middel van veel, in de vorm van junk bonds van het beleggende publiek geleend geld. Het was vlak voor de instorting van de aandelenmarkt in 1987. Indertijd vond men dat de overnemende investeringsgroep van voormalige hoogwaardigheidsbekleders, waar Inman deel van uitmaakte, teveel geld had betaald.

Het bedrijf zonk snel weg, omdat het Pentagon niet zoveel werk meer had. Onderwijl verdiende Inman als directeur nog een miljoen dollar per jaar. Vlak na Inmans vertrek in 1989 moest het bedrijf opschorting van betaling aanvragen. Andere hoogtechnologische bedrijven waar Inman voor werkte als commissaris of consulent hebben het niet zo slecht gedaan. Het is niet ongebruikelijk dat politieke hoogwaardigheidsbekleders na hun aftreden door investeerders worden aangelokt om hun overheidscontacten ten gelde te maken voor het bedrijfsleven.

De vraag in Washington is nu of Inman, die een wonderkind was op het gebied van inlichtingenwerk, ook de managementcapaciteiten heeft voor een gigant als het Pentagon.