Nico Scheepmaker

Wat is het een verlies dat de vaderlandse sportjournalistiek een paar jaar geleden Nico Scheepmaker heeft verloren. Een vijftiger, die tijdens een recreatief partijtje tennis aan een hartstilstand overleed. De hemel zij dank dat zijn artikelen er zijn om ons aan Nico, ofwel Ivo Vettewinkel (hij schreef ook onder pseudoniem) te herinneren. Hij heeft prachtige analyses over voetbal en voetballers gemaakt. Een aantal daarvan zijn onlangs bijeen gebracht door Ruurd Edens en uitgegeven onder de titel 'Ajax en de kunst van het voetballen'.

Nico stak zijn bewondering voor spelers als Johan Cruijff en Piet Keizer niet onder stoelen of banken en zijn gevoel voor details leverde een veelheid van originele, lezenswaardige stukjes op. Omdat dit boek over Ajax gaat komt ook Rinus Michels er in voor. Het hoofdstuk heet 'Sfinx tot en met deserteur' en is ongemeen kritisch over de gedragingen en de mentaliteit van Michels, al schrijft Scheepmaker tussen neus en lippen door ook wel iets waarderends: “Michels zal ongetwijfeld een goede, wie weet wel een grote trainer zijn”. Maar onmiddellijk daarna wordt eraan herinnerd dat de man slechts eenmaal Ajax naar de verovering van een Europese beker opstuwde.

Als hoofdmoot voor zijn kritiek fungeert Michels' vertrek, die een jaar eerder Hans Kraay bij Ajax had verdrongen, toen Ajax in een diep dal zat. Typerend voor Michels noemde hij als reden voor zijn vertrek “persoonlijke redenen”. Ha, riep Scheepmaker, ik kan er zo twee noemen: Cruijff heeft bijgetekend bij Barcelona en Michels heeft gemerkt dat hij bij Ajax ditmaal geen succes heeft. “Het toverstokje waarmee Michels van het Ajax-wrak een moderne cruiser had willen maken, heeft gefaald”.

Nico was van oordeel dat de befaamde coach een grotere puinhoop had achtergelaten dan hij bij zijn binnenkomst had aangetroffen. Hij had nieuwe spelers, die zijn voorganger had aangetrokken 'in de vernieling geholpen'. Michels die spelers de vernieling in helpt? Daar werd destijds in de jaren zeventig jaren een standbeeld omver gehaald. Geert Meijer en Tsjeu la Ling worden verrassende talenten genoemd die zelden een reële kans kregen en de affaire-Helling wordt opgehaald als illustratie van de fouten welke Michels dat seizoen maakte. Tegen Levski Sofia moest een strafschop de beslissing brengen, waarbij tot veler verrassing invaller Dick Helling, van Telstar afkomstig en geen penalty-specialist, de opdracht kreeg er eentje te nemen. Hij faalde en met hem zijn baas.

Scheepmaker suggereert dat de coach de nieuwe spelers te weinig kende en liever op zeker speelde en dat deze eigenschap hem ook tijdens de finale om het wereldkampioenschap van 1974 parten heeft gespeeld. Waarom René van de Kerkhof niet eerder laten spelen, maar drie kwartier lang gekozen voor een hinkende Rensenbrink? “Hij kende hem niet dus lustte hij hem niet”. Och, het is allemaal zowat twintig jaar geleden gebeurd en de bal rolt verder. Bovendien is het de opinie van één man. Is het geen zeuren waarmee we bezig zijn? Nee - toch niet. Want die ene man was een bijzondere man. Voetbalkenner bij uitstek, puzzelaar en graver in achtergronden. Bekend ook om zijn betrouwbaarheid en eerlijkheid. En om zijn passie voor fraai voetbal. Over Cruijff dichtte hij: “Die kleine dondersteen met grote mond heeft ons al veel meer spelvreugde gegeven dan alle televisieshowprogramma's - de Beatles en de Papa's & de Mama's, de Brinken en de Mounties bij elkaar”. Nuchter en bewogen tegelijk. Dat was Nico Scheepmaker.