Milieuplan: vervuiler betaalt

Het vanmiddag verschenen Nationaal Milieubeleidsplan van de regering (NMP-2) bevat een groot aantal maatregelen, voorstellen en ideeën om de vervuiling van lucht, bodem en water en de geluidshinder op termijn te beperken. Rechtstreeks of via een omweg. 'Milieu als maatstaf', zoals het beleidsstuk heet, schetst een toekomst tot het jaar 2010 en geeft aan wat er met de huidige plannen zal worden bereikt. Minister Alders van milieubeheer noemt de nieuwe maatregelen “een verfijnde uitwerking” van het eerste NMP uit 1989.

Om het storten van afval tot een minimum te beperken en hergebruik te bevorderen zullen de storttarieven worden verhoogd tot het niveau van de verbrandingstarieven.

In het jaar 2010 moeten alle locaties waar de bodem ernstig is vervuild gesaneerd of beveiligd zijn. In hetzelfde jaar moet de totale omvang van de bodemvervuiling in Nederland in beeld zijn gebracht.

De rijksoverheid wil het principe 'de vervuiler betaalt' meer tot gelding brengen. Om de kosten van sanering en dergelijke op de vervuiler te verhalen, zal ze vaker naar de rechter stappen om een civiele procedure aan te spannen. Bovendien zal men vervuilers meer dan tot nu toe met naam en toenaam in de publiciteit brengen.

Er wordt een speciaal fonds gesticht om daaruit schoonmaakkosten te betalen die niet op een particuliere vervuiler te verhalen zijn.

In samenwerking met andere overheden zal het departement van VROM meer aandacht schenken aan het stedelijk milieu. Het veelgeprezen concept van de 'compacte stad' (meer bebouwing per hectare) blijkt niet alleen voordelen, maar ook nadelen te hebben. Een ernstig nadeel is een opeenstapeling van milieuproblemen.

Maatschappelijke organisaties, in het bijzonder milieugroepen, worden in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken bij de beleidsvorming. De regering wil bevorderen dat deze organisaties meer dan tot nu het geval is professionele instellingen worden.

Om het autogebruik terug te dringen staan de volgende maatregelen op stapel: twintig cent meer accijns op elke liter benzine tot aan het jaar 2000, verhoging van de motorrijtuigenbelasting (200 à 250 gulden) voor auto's die op LPG rijden, invoering van een spitsvignet in 1996/'97 en daarna een systeem van rekeningrijden. Een verlaging van de maximumsnelheid op autosnelwegen wordt nog overwogen.

Kleinverbruikers van energie (kleinere bedrijven en particulieren) moeten vanaf 1995 een heffing betalen om de uitstoot van kooldioxyde te beperken. Een heffing in Europees verband is vooralsnog onhaalbaar.

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne en het Sociaal en Cultureel Planbureau krijgen opdracht onderzoek te doen naar het milieu in de publieke opinie en het verband tussen milieugedrag en de Nederlandse cultuur. Uit eerder onderzoek is al gebleken dat er nog veel winst is te boeken. “Negentig procent van het menselijk gedrag bestaat uit automatismen en wordt niet door bewuste keuzes bepaald”, aldus NMP-2.

In de landbouw worden de normen voor bemesting aangescherpt om tot 'evenwichtsbemesting' te komen. Dit betekent dat op den duur niet meer fosfaten en stikstof over het land mogen worden uitgereden dan de gewassen van nature kunnen opnemen. Daarbij acht de regering een zeker surplus aanvaardbaar.

Verwijdering en verwerking van giftig chemisch afval is in toenemende mate voorwerp van (grensoverschrijdende) milieucriminaliteit. De bestrijding daarvan is slechts mogelijk door nauwe samenwerking tussen de Inspectie Milieuhygiëne, de Centrale Recherche Informatiedienst en de divisies zware milieucriminaliteit van politieregio's en openbaar ministerie.

In wetenschappelijk onderwijs en hoger beroepsonderwijs worden natuur en milieu “intensiever verankerd”.

De regering wil milieuvriendelijke beleggingen stimuleren, dat wil zeggen: minder belasting voor wie zijn geld steekt in bijvoorbeeld alternatieve energiebronnen (wind, zon, waterkracht) en de ontwikkeling van nieuwe natuurgebieden.

In Europees verband wil de regering zich sterk maken voor een verlaagd BTW-tarief op milieuvriendelijke produkten en energiebesparende diensten.

De inzet van steenkool met bijbehorende luchtvervuiling in de industrie wordt verder beperkt. In voorbereiding is een convenant met de Samenwerkende Elektriciteitsproducenten (SEP) om de uitstoot van kooldioxyde uit die sector uiterlijk in 2010 te stabiliseren op het niveau van 1990 (39 miljoen ton).

De hoeveelheid bouwafval moet in het jaar 2000 vijf procent lager zijn dan nu. De hoeveelheid bouw- en sloopafval dat opnieuw wordt gebruikt moet met dertig procent stijgen naar negentig procent in het jaar 2000.

Hoewel de effecten van milieuvervuiling op de volksgezondheid moeilijk in cijfers zijn te vatten is aangetoond dat ook in Nederland gezondheidsrisico's bestaan door blootstelling aan geluid, stank en verontreiniging van lucht en oppervlaktewater. De optelsom van alle hinder en vervuiling zal in een nota zichtbaar worden gemaakt.