Japans economisch beleid steeds meer in een impasse

TOKIO, 21 DEC. Japan verkeert politiek en economisch in een impasse. Premier Morihiro Hosokawa's ongekend hoge populariteit slinkt. Ondanks de verrassende economische groei in het derde kwartaal, verkeren de media in mineur. Ze laten de kiezers geloven dat het economisch met Japan steeds slechter gaat. Veel aandacht kreeg vandaag de sombere voorspelling van de OESO in Parijs. De Japanse economie zou dit jaar krimpen en volgend jaar van alle zeven grote industrielanden (G-7) het minste groeien.

In haar gisteren verschenen halfjaarlijkse rapport beveelt de OESO aan dat Japan zijn inkomstenbelasting verlaagt. Dat zou de almaar stagnerende binnenlandse bestedingen doen toenemen. Niet tegelijkertijd, maar pas later zou de BTW omhoog moeten om het financiële gat te dichten. Precies over dit punt bestaat in de Japanse regeringscoalitie al geruime tijd hardnekkige verdeeldheid.

De socialisten, numeriek de sterkste coalitiepartij, willen zo snel mogelijk een grote verlaging van de inkomstenbelasting. Verhoging van de BTW is voor hen taboe. Anderen twijfelen aan het nut van belastingverlaging. Die zou de consument alleen maar aansporen tot nog meer sparen. Bijval krijgen zij van de invloedrijke bureaucraten van Financiën, die belastingverlaging zonder deugdelijke financiering een doodzonde vinden.

De politieke impasse rondom de aanpak van de economie, heeft premier Hosokawa vorige week doen besluiten de begroting voor volgend jaar met een maand uit te stellen. Dat was in vijf jaar niet meer gebeurd. Hij kreeg de steun van Financiën, bang als het was dat het kabinet anders financieel onverantwoorde besluiten zou nemen. En vandaag kondigde de premier aan een commissie van ministers te benoemen om een uitweg uit de impasse te vinden.

Niet de economie, maar de politieke hervorming krijgt van het kabinet prioriteit. Dat neemt niet weg dat de parlementaire behandeling van de hervormingsvoorstellen, die nog de goedkeuring behoeven van het Hogerhuis, door obstructie van de grootste oppositiepartij muurvast zit. Daarbij weet de LDP zich gesteund door een deel van de socialisten, die zich na 38 jaar lang oppositie voeren nog altijd geen raad weten in hun nieuwe rol van regeringspartij.

Om de schijn te vermijden dat het nonchalant is en de economie niet ernstig neemt, zou het kabinet binnenkort een (derde) suppletoire begroting indienen. Daarin zouden nieuwe voorstellen komen te staan om de economie op te peppen. De effectenbeurs van Tokio, die misschien meer dan enig andere beurs ter wereld zich laat leiden door het binnenlandse politieke klimaat, lijkt de hoop te hebben opgegeven. Gisteren maakten de koersen de grootste val van dit jaar op één dag en vandaag was de stemming opnieuw in mineur.

Zondag werd al gerept van nieuwe verkiezingen. Niet minder dan de politieke architect van het kabinet, Ichiro Ozawa, gooide het balletje op. Om zich nog geen dag later terug te trekken uit de actieve politiek. Tijdelijk, wegens mentale en fysieke vermoeidheid, zo luidde diens lezing. Schoolziek, beweren kwade tongen, om tijd vrij te maken voor een hergroepering van de troepen.

Verkiezingen zouden de socialisten decimeren tot een betekenisloze politieke macht. En de schijnbare eenheid van de LDP levensgevaarlijk bedreigen. Ozawa zou dan twee notoire lastposten kwijt zijn. Alleen al door op verkiezingen te zinspelen, kan hij hen misschien tot meegaandheid bewegen. De economie kan wel een maandje wachten, zal hij wellicht denken. Zeker na het verrassend mooie groeicijfer van het derde kwartaal.