Hirsch Ballin bepleit minder televisiegeweld

DEN HAAG, 21 DEC. Minister Hirsch Ballin (justitie) wil dat de hoeveelheid geweld en agressie op televisie, videofilms en computerspelletjes fors wordt verminderd. Op tv zouden geweldsscènes niet voor een bepaalde tijd moeten worden vertoond, bijvoorbeeld acht uur 's avonds, en ook niet in kinderprogramma's.

De bewindsman zei dat gisteravond op een CDA-spreekbeurt in Zeewolde. Daar riep hij televisie-omroepen en verkopers en verhuurders van videofilms en -spelletjes op tot “onmiddellijke zelfbeheersing”. Hij sprak van een overvloedig aanbod van geweld en agressie op tv, verwijzend naar de discussie daarover in het Amerikaanse Congres. De omroepen in Hilversum wijzen erop dat zij al jaren terughoudend zijn met geweld.

Het grote aanbod van audiovisueel geweld levert volgens Hirsch Ballin een “sterke bijdrage aan een klimaat van hardheid en onverschilligheid voor het leed van anderen enerzijds, en de angst en gevoelens van onveiligheid anderzijds”. Met name de jeugd dreigt overspoeld te raken door geweld op televisie en video, aldus de minister, die onderzoek aanhaalde waaruit blijkt dat televisiegeweld agressief gedrag in de hand kan werken. “Geweld op televisie kan remmingen op agressief gedrag wegnemen en nieuwe agressieve gedragsvormen aanleren.”

Hirsch Ballin overweegt tv-programma's, videofilms en computerspelletjes aan een 'informatieve keuring' te onderwerpen, om zo te kunnen vaststellen vanaf welke leeftijd deze geschikt zijn. Een dergelijke keuring zou gestalte kunnen krijgen door, via afspraken per bedrijfstak, “het aanbod van audiovisueel geweld te controleren op de inachtneming van de voorgeschreven tijdstippen en leeftijdsgrenzen”, aldus de minister. Hij ziet een informatieve keuring als een effectief middel voor ouders en andere opvoeders om te beoordelen of een programma geschikt is voor hun kind. Hij roep ouders en verzorgers ook op tot “oplettendheid bij audiovisuele agressie”.

Hirsch Ballin noemt censuur uitgesloten. “Er zijn echter wel mogelijkheden om op het melden van keuringsresultaten of ter bestrijding van evidente schadelijkheid voor de jeugd, strafrechtelijke verantwoordelijkheid uit te werken.” Hij stelde de “onmiddellijke zelfbeheersing” voorop. Die kan de audiovisuele agressie terugdringen zonder de vrijheid van meningsuiting in te perken, meent hij.