Help!

In het kamp van de zwartkijkers staan de huizen leeg. Haast alle notabelen zijn gevangen in de netten van de vrolijke Fransen die niet van ophouden weten. Er zwerven nog een paar trouwe journalisten door de verlaten straten om de wereld te schrijven over de teloorgang van de baissiers, pessimisten en bears. Op het scherm van een in woede naar buiten geworpen tv van een teletekstbelegger staat in grote boze letters: HELP!

Het gaat minder beter in de landen van de Europese Unie, maar dat merk je niet op de beurs. De Optiebeurs sprong maandag met losse handen over de lat op 400 punten en haalde zelfs 405,93. Goed nieuws voor de houders van aandelen, obligaties en participaties in beleggingsfondsen die op het juiste spoor staan.

Slecht nieuws, waarschijnlijk, voor mensen die, gedreven door de aanhoudend zonnige beurs en de positieve verhalen, effecten (direct op de beurs of via een verzekering) kopen om de boot niet te missen. Net als de kopers van huizen in een bepaalde prijsklasse betalen ze meer dan over een poosje, wanneer de koopwoede mogelijk luwt.

Op die markten daalt de inflatie dus niet. De handel maskeert dit door voortdurend aan te komen met de dooddoener aandelen (en huizen) doen het op den duur beter dan .......Een juiste bewering, mits men koopt en verkoopt op een goed moment.

Voor grootbeleggers, beheerders van fondsen en iedereen die (financieel) wordt beoordeeld op rendement is 1993 tegen de verwachting in een beursjaar geworden dat smaakt naar meer.

In Amsterdam steeg de CBS-koersindex van 198,0, ultimo 1992, naar 276,3, een sprong van 39,5 procent. Vergeleken met de top op 9 juni 1992 (215,5) bedraagt de winst 28 procent. Sinds eind 1991 (191,4) is de vooruitgang 44,4. Op 16 januari 1991, het begin van de Golf-oorlog, deed de index 162,3, een toename van 70,2 in drie jaar. In vier jaar ging de index van 202,8 naar 276,3, plus 36,2 of gemiddeld 9 procent per jaar. Dit zijn onbelaste koerswinsten, alsof de index een aandeel is, waarin belaste dividenden en andere opbrengsten niet zijn meegerekend.

Eind 1983, aan het begin van de hausse, was de index 100 (de basis), zodat het jaargemiddelde op 17,63 komt; 276,3 min 100 gedeeld door 10. Het cumulatieve rendement is slechts 10,7.

Advertenties voor aandelenplannen die een koersindex van 12 jaar en een gemiddeld rendement 17,93 vermelden zijn dus niet correct en stellen de opbrengst (te) rooskleurig voor. Om de komende tien jaar een cumulatief index-rendement van 10,7 te maken moet de koersindex oplopen van 276,3 naar 763,58 per ultimo 2003. Help!

Je kan vele berekeningen maken om opbrengsten te vergelijken met een graadmeter. Dit heeft zin wanneer een portefeuille is samengesteld als de gewenste index(en), in precies dezelfde verhoudingen. Daarvoor hoef je geen beheerder aan te stellen, een simpel (computer) rogramma kan in theorie de aan- en verkoopwas doen. Zo werken de zogenaamde index-fonden ongeveer in de praktijk. Vlug, veilig en voordelig.

Een actieve beheerder zal op een vermeend dieptepunt kopen en op een vermoedelijke top winstnemen. Bij voorbeeld: kopen bij het begin van de Golf-oorlog en nu er weer uit. Zo versla je de index, iets wat in beheerders-kringen gelijk staat aan een plaats bij de topscorers in de eredivisie voetbal. Zelfs bij een flauwe index maken ze winst, tenzij alle fondsen dalen.

Op dit moment zitten we op een top van de markt. Alle seinen staan, afhankelijk van iemands visie, op rood of groen. Hoe zullen grootbeleggers oordelen? Ze hebben het jaar afgesloten, kunnen een fraaie balans tonen en zullen rustig aan doen. En volgend jaar? Om weer een goed resultaat te kunnen boeken is een flinke, tijdelijke inzinking welkom. Wellicht vinden zij bondgenoten in het buitenland.

Kapitaalkrachtige kopers van Amsterdamse aandelen waren dit jaar buitenlandse, vooral Amerikaanse, grootbeleggers op zoek naar Europese aandelen als compensatie voor de geringe kracht van de eigen beurzen, die in dollars gerekend circa 7 procent omhoog gingen. Tot nu toe zagen zij de Europese beurzen als easy money door voordelige valutaverschillen.

De dollar stond in februari 1985 tegen de 4 gulden. Voor een aandeel van 100 gulden betaalden Amerikanen 25 dollar. Daarna is de dollar gedaald. Op een koers van 2 gulden doet het fonds nu 50 dollar. Is het cumulatief ook nog 10,7 procent gestegen in 9 jaar tijd, dan doet de koers afgerond 250 gulden of 125 dollar. Een koerswinst in dollars van 400 procent, zonder de dividenden mee te rekenen. Help!

Nu geloven ze in de VS dat het economisch tij daar keert, de rente aan zal trekken en de dollar in de lift zit. Dan worden de beurzen in Europa valutair minder aantrekkelijk. Die trend kan de beurs in Amsterdam naar beneden trekken.