Edisonwinnaars streven naar pure perfectie bij opnames

De band loopt: Ned. 3, 21.03-22.00 uur.

Elk jaar zijn er weer vele winnaars van 'klassieke' Edisons - de Nederlandse prijs voor de beste klassieke plaatprodukties die wordt toegekend in zo'n vijftien categorieen. Soms nog wordt het aantal nog groter met speciale onderscheidingen, zoals de sopraan Joan Sutherland in 1992 voor haar hele plaat-oeuvre ten deel viel. Het jaarlijkse tv-programma dat de NOS en de Edisonstichting aan de winnaars wijden, werd iedere keer opnieuw een cavalcade van korte impressies en nog vluchtiger interviewtjes. Voor de kijker die ze elk jaar zag werden ze eigenlijk ook steeds nietszeggender, soms ook omdat een aantal musici de onderscheiding meerdere malen kreeg: John Eliot Gardiner, Bernard Haitink en het Hilliard Ensemble bezitten al hele regimenten Edisons.

In het vanavond uitgezonden Edison-programma De band loopt heeft regisseur zich gelukkig beperkt tot drie winnaars: Ton Koopman, Emanuel Ax en Nikolaus Harnoncourt. We zien hen ook uitsluitend bezig met hetgeen ze een Edison opleverde: het vastleggen van muziek. Het blijkt een vaak buitengewoon moeizame bezigheid - dat wisten we natuurlijk al lang maar het is toch erg instructief om daarvan nog eens een keer kennis te nemen.

Het probleem waarmee elk van de drie musici tijdens een opname kampt is de spanning tussen onbevangen en levendig musicieren en dat te realiseren met pure perfectie. In tegenstelling tot een concert, waar foutjes er eigenlijk niet toe doen, is een plaat immers 'voor de eeuwigheid'. Platendraaiers mogen niet telkens dezelfde misslagen, intonatiefoutjes of ongelijkheden horen.

Ton Koopman, die met zijn Amsterdam Baroque Orchestra de Vier jaargetijden van Vivaldi opneemt, is eigenlijk geneigd de levendigheid van de muziek voorop te stellen. Zijn echtgenote Tini Mathot zit echter naast opnameleider Adriaan Verstijnen en houdt alles streng in de gaten: er worden achtsten gespeeld in plaats van zestienden, de microfoons staan verkeerd. Telkens opnieuw moeten passages overnieuw. Zo gaat het ook bij de Beethoven-opname van Nikolaus Harnoncourt en het Chamber Orchestra of Europe.

Koopman en Harnoncourt weten in ieder geval wat ze willen en werken daar krachtig naar toe. Bij de Amerikaanse pianist Emanuel Ax is dat veel minder het geval: hij maakt in zijn Haydn telkens fouten, maar twijfelt eigenlijk aan zijn eigen interpretatie. Ax vecht tegen zichzelf middels de techniek: hij verwijt de apparatuur zelfs gespeelde noten niet te horen en ander geluid wel vast te leggen. De opnameleidster functioneert hier bijna als psychiater.