De Vries bezorgd over 'dure CAO's'

DEN HAAG, 21 DEC. Dat vakbonden en werkgevers tot nu toe weigeren hun meerjarige CAO's open te breken, vervult minister De Vries (sociale zaken en werkgelegenheid) “met grote zorg”.

Dit heeft de minister via zijn woordvoerder laten weten in een reactie op besluiten in diverse bedrijfstakken (horeca, bouw) om de voor volgend jaar afgesproken loonsverhogingen niet ongedaan te maken.

De Vries vindt dat de CAO-onderhandelaars tot nu toe zich te weinig aantrekken van de afspraken over loonmatiging die vorige maand op centraal niveau over het CAO-overleg voor 1994 werden gemaakt. Een van die afspraken ging over CAO's waarin al een loonstijging voor 1994 was opgenomen. “Betrokken CAO-partijen”, aldus het akkoord, “zouden moeten nagaan of alsnog in onderling overleg kan worden gekomen tot andersoortige afspraken.”

Woordvoerders van de vakcentrale FNV en de centrale werkgeversorganisatie VNO wijzen erop dat het akkoord op centraal niveau geen verplichtingen kent voor de CAO-partijen die per bedrijfstak onderhandelen. De VNO-woordvoerder: “Wij hebben als VNO geen mening over wat er gebeurt op het decentrale niveau. Als men bij voorbeeld in de bouw constateert dat er ruimte is voor loonsverhoging, dan is dat zo”.

De Vries deelt die opvatting niet. “Het kan toch niet zo zijn dat afspraken op centraal niveau volkomen vrijblijvend zijn voor het decentrale niveau”, aldus zijn woordvoerder. Het sluiten van dat centraal akkoord was voor de minister reden af te zien van een loonmaatregel waarmee hij algemene salarisverhogingen had kunnen verbieden.

Behalve in de bouw hebben ook de CAO-partijen in de horeca en de schoonmaaksector besloten aan de afgesproken loonsverhogingen vast te houden. De vakbond AbvaKabo heeft laten weten voor de meerjarige CAO bij de PTT (met een loonsverhoging van 2,5 procent per 1 april 1994) hetzelfde te willen. Tot nu toe is geen enkele meerjarige CAO opengebroken. Het Centraal Planbureau heeft zijn prognoses uit september over de economie in 1994 inmiddeld bijgesteld. Aanvankelijk ging het CPB uit van een gemiddelde loonstijging volgend jaar van 0,75 procent. eze prognose is vorige week iets naar boven bijgesteld. De raming van de inflatie is op 3 procent gehandhaafd.