Chemische sector boekt teruggang in winst en produktie

DEN HAAG, 21 DEC. Voor de chemische industrie was 1993 een uitgesproken slecht jaar, met verliezen voor veel ondernemingen en nauwelijks enig positief resultaat voor de meeste andere. Produktie, omzet, prijzen, investeringen daalden fors en het aantal werknemers nam zelfs met 6.000 af.

Voorzitter ir. W.J.F. Goëbel van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI), tevens directeur van Shell Nederland Chemie, zegt in zijn jaaroverzicht “nog geen omslag” te kunnen voorspellen voor 1994.

Goëbel pleit voor een “strategisch actieplan” dat in samenwerking tussen de overheid en de sector tot stand zou moeten komen om de chemie op langere termijn te laten overleven. De chemische industrie is nu gewikkeld in een proces van noodzakelijke kostenreducties, die oplopen tot meer dan 25 procent. Belangrijke onderdelen van het plan moeten volgens de VNCI-voorzitter zijn: behoud van voldoende goed geschoolde medewerkers, verhoging van de inspanningen voor onderzoek en ontwikkeling en voorkomen van (nog) hogere lasten.

Een “opmerkelijk dilemma” voor de chemie is het gevolg voor de werkgelegenheid op korte termijn van de “absolute noodzaak tot kostenreductie”, terwijl nu al kan worden voorzien dat op middellange termijn een tekort ontstaat aan goed geschoolde chemici, zegt Goëbel. Sleutelbegrip voor de chemie is volgens hem het behoud van haar technologische voorsprong. Die voorsprong kan samen met een efficiëntere bedrijfsvoering “bewerkstelligen dat de chemische industrie in Nederland op wereldmarkten kan blijven wedijveren met agressieve concurrenten. Hoogwaardige medewerkers in de basis- en fijnchemie zijn dus voor ons een absolute must.”

Chemisch Nederland en de overheid zullen volgens Goëbel alles op alles moeten zetten om te voorkomen dat de felbegeerde kennis die pas afgestudeerde bèta-wetenschappers met hoge maatschappelijke kosten hebben verworven verloren gaat. Een “breed gesteund initiatief” acht hij nodig om “deze veelal jonge mensen, die we straks hard nodig hebben, een goed toekomstperspectief te bieden en hun kennisniveau op peil te houden.” De VNCI-voorzitter pleit ervoor dat jonge bèta-wetenschappers met behoud van uitkering stageplaatsen krijgen op universiteiten en in de industrie, en hij wil dat plan onderdeel maken van een 'herenakkoord' met het nieuwe kabinet dat na de verkiezingen van volgend jaar aantreedt.

Ook wil Goëbel van het nieuwe kabinet medewerking voor een “forse verlaging van het totale kostenpakket waarmee de overheid de chemische industrie in Nederland confronteert.” De fiscale aftrekregeling voor de kosten van onderzoek en ontwikkeling, waarmee minister Andriessen “een voorzichtig begin heeft gemaakt”, moet worden uitgebreid, vindt hij. De beperking tot 10 miljoen gulden per bedrijf, is “voor echt onderzoeksintensieve ondernemingen een te laag plafond”.

Wat betreft de vestigingsconcurrentie, baren vooral de snel stijgende milieulasten de VNCI-voorzitter “grote zorgen”. “We zijn bezig met een herstructureringsproces en daarin horen nog hogere milieulasten niet thuis. Het nieuwe milieuplan NMP-2 van de overheid moet niet resulteren in nieuwe lastenverzwaringen. Dat geldt ook voor nieuwe belastingmaatregelen.”