Beweging van chief Buthelezi moet eerst gebruik van geweld afzweren; Nederland moet Inkatha niet steunen

Moet de Nederlandse regering steun geven aan de opbouw van politieke partijen in Zuid-Afrika, en zo ja aan welke? Over deze vraag buigt de Tweede Kamer zich binnenkort. In mei 1993 vroeg Nelson Mandela aan minister Pronk om concrete steun voor zijn beweging ten behoeve van het democratiseringsproces. Op verzoek van minister Pronk brachten de directeuren van de wetenschappelijke bureaus van CDA en VVD, de heren Van Gennip en Groenveld, een bezoek aan Zuid-Afrika om criteria op te stellen.

In hun aanbevelingen kiezen de schrijvers duidelijk voor een actieve Nederlandse bijdrage aan het democratiseringsproces in Zuid-Afrika: “Alles wat kan bijdragen aan een vreedzame overgang naar een non-raciaal en democratisch Zuid-Afrika, naar een stabiele samenleving, is in het belang van de wereldvrede en is ook in ons belang.” Het alternatief is voor allen rampzalig: burgeroorlog en chaos. Van een wereldgemeenschap die decennia lang druk heeft uitgeoefend om tot deze stappen te komen mag juist op dit beslissende, afrondende moment engagement gevraagd worden, aldus de schrijvers. Daarom achten zij 'vormen van rechtstreekse hulp aan politieke partijen gerechtvaardigd'. Van Gennip en Groenveld wijzen erop dat Nederland ook in Chili en in Midden/Oost-Europa met succes ontwikkelingsgelden heeft gebruikt om politieke partijen te steunen bij het herstel van de democratie.

Tot zover kan men met het voorgaande instemmen. De hamvraag is echter hoe die betrokkenheid in daden moet worden omgezet. Steunprojecten zouden “getoetst moeten worden op hun relevantie ten aanzien van het vreedzame transitieproces naar een democratisch, non-raciaal Zuid-Afrika”. Op basis hiervan wordt minister Pronk geadviseerd om het PAC, het Pan Africanist Congress, van Nederlandse steun uit te sluiten omdat de beweging weigert af te zien van geweld. Maar merkwaardig genoeg komt de Inkatha-beweging van chief Buthelezi volgens de schrijvers wel in aanmerking voor Nederlandse steun.

Er is alle reden om bij dat advies vraagtekens te zetten. Immers Buthelezi wijst niet alleen het akkoord over vrije verkiezingen ter beëindiging van de strijd in Zuid-Afrika af, hij heeft ook aangekondigd niet aan de verkiezingen mee te doen en deze in zijn thuisland Kwazulu te zullen saboteren. Hij erkent de huidige overgangsregering van Zuid-Afrika niet en weigert besluiten van deze regering uit te voeren. Hij dreigt bij voortduring met geweld en een burgeroorlog als de verkiezingen toch worden gehouden. Daartoe sloot hij zelfs een verbond met de extreem-rechtse blanken, de Vrijheids Alliantie. Deze extreem-rechtse blanken komen volgens het rapport niet voor Nederlandse steun in aanmerking, maar waarom Buthelezi's Inkatha-beweging dan wel?

De auteurs van het rapport stellen een aantal concrete criteria voor als voorwaarde voor Nederlandse steun. Zo is een eis dat de Zuidafrikaanse partner “zich verenigt met een gedragscode omtrent een faire en ordelijke verkiezingscampagne”. Wie de door de onderhandelaars aanvaarde gedragscode leest kan alleen maar constateren dat Inkatha ze op practisch alle punten schendt. Daarnaast moet de partij verklaren “geen geweld te zullen gebruiken ter realisering van haar doelstellingen”. Gezien de uitspraken van Buthelezi voldoet Inkatha evenmin aan deze voorwaarde.

Er zijn nog andere redenen om Inkatha van Nederlandse steun uit te sluiten. De opvattingen van deze beweging en haar leider over democratie worden sinds vele jaren in de praktijk gebracht in het thuisland Kwazulu, waar Buthelezi 'president' van is. Onder leiding van Buthelezi werd Kwazulu een eenpartij staat, waar geen enkele oppositie wordt geduld, en waar op grote schaal de mensenrechten worden geschonden. Een gedetailleerd rapport over dit onderwerp werd onlangs door de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Africa Watch gepubliceerd. Onlangs kwam de Goldstone Commissie met nieuwe beschuldigingen over een doodseskader van de politie in Kwazulu, dat verscheidene politieke opponenten van Buthelezi heeft vermoord. Het beleid van Inkatha is in strijd met de meest elementaire beginselen van de rechtsstaat.

De schrijvers adviseren minister Pronk om bij de verdeling van de Nederlandse fondsen rekening te houden met het 'behoeftebeginsel'. “Nieuwe partijen, zonder adequaat getraind kader en met een omvangrijk electoraat dat ongeschoold is en voor een groot deel analfabeet, hebben een grotere behoefte aan steun dan gevestigde partijen die al vertegenwoordigd zijn in het huidige parlement.” Maar vervolgens komen Van Gennip en Groenveld geheel inconsequent met een getallenvoorbeeld, waarin geen enkele rekening wordt gehouden met het behoeftebeginsel en alleen met de verwachte aanhang. Een partij met grote aanhang als het ANC zou 4 miljoen gulden krijgen, de Nationale Partij en Inkatha met - naar verwachting van de schrijvers - 10 tot 20 procent van de stemmen elk een half miljoen en de kleinere Democratische Partij een kwart miljoen gulden.

Als men rekening houdt met het behoeftebeginsel moet men grote vraagtekens zetten bij het voorstel van de schrijvers om de regerende Nationale Partij met Nederlands overheidsgeld te steunen. Deze partij heeft in 45 jaar alleenheerschappij een enorme machtspositie in het land opgebouwd. De schrijvers bevestigen dat “de Nationale Partij voor haar functioneren en voor de verkiezingen een substantieel beroep op de inkomsten van de (Zuidafrikaanse) staat zelve deed”. In gewone taal betekent dit dat de Partij regelmatig een greep deed in de staatskas. De schrijvers melden dat “deze partij nu gebonden is aan de wettelijke verplichting in de overgangsperiode (en daarna) geen staatsfondsen voor de eigen organisatie, laat staan de campagnevoering te gebruiken”, maar voegen daar meteen aan toe dat ze “geen inzicht hebben in het realiteitsgehalte van deze afspraak”. Op zijn minst mag men verwachten dat de Nationale Partij, voordat het verboden werd, nog even een flinke greep in de staatskas heeft gedaan. Moet de partij die zich enorm heeft verrijkt ten koste van de Zuidafrikaanse belastingbetaler ook nog profiteren van ons belastingeld?

Eigenlijk komt alleen het ANC volgens de criteria van het rapport in aanmerking voor Nederlandse steun. Hieraan zou in de toekomst mogelijk Inkatha aan toegevoegd kunnen worden, mits deze partij breekt met haar verleden, de overgangsstructuur als wettig gezag erkent en deelneemt aan de verkiezingen. De keuze voor steun aan de vier politieke stromingen in Zuid-Afrika lijkt een compromis, dat meer te maken heeft met de politieke configuratie in Nederland dan met de politieke realiteit in Zuid-Afrika.