'Als kabinetsleden niet meewerken lukt het niet'; Minister Alders over milieuplan

NIJMEGEN, 21 DEC. Hij heeft het naar eigen zeggen niet makkelijk als minister van milieubeheer. 'Het milieu' is jaren geleden al tot belangrijke pijler van het regeringsbeleid uitgeroepen, maar: “Als steeds één minister of één departement een beter milieu moet bevechten en andere kabinetsleden niet de nodige stappen zetten om het zelf in hun plannen te verdisconteren, dan lukt het niet. En dat laatste hebben we nog niet helemaal voor elkaar.”

Vanmiddag is 'Milieu als maatstaf', het tweede Nationaal Milieubeleidsplan van de regering, verschenen, waarmee in het bijzonder Alders de lijnen voor de komende jaren uitzet. Aan de vooravond van dit nieuwe perspectief voor een schoner Nederland en nog maar kort voor zijn aftreden als minister kiest Alders zijn woonplaats Nijmegen als locatie om het stuk vurig te verdedigen, duidelijk meer ontspannen dan bij de presentatie, vrijdagavond jongstleden, van het kabinetsbesluit over Schiphol.

“De doelstellingen van NMP-2 zijn dezelfde als die van vier jaar geleden. Nu gaat het erom: hoe bereiken we ons doel en met welke maatregelen. Zitten we op het goede pad en wat zijn de tegenvallers geweest?” Hij noemt meteen de twee voornaamste: de uitstoot van kooldioxyde (dat het broeikaseffect bevordert) neemt nog altijd toe en ook het wegtransport blijft zich uitbreiden: “Daar zullen we veel meer en fundamenteler aan moeten werken.”

De omstandigheden voor een grote schoonmaak zitten volgens de minister ook niet mee: “We hebben de wind tegen. De bevolking blijkt tegen de klippen op te groeien. In het eerste NMP hadden we staan dat Nederland in het jaar 2000 15,2 miljoen inwoners zou tellen. Dat aantal is al in 1992 bereikt.” Daar komt de heersende recessie bij, maar die mag volgens Alders geen reden zijn de milieu-afspraken af te zwakken: “Het zou heel onverstandig zijn om, nu het economisch tegenzit, te zeggen: dan laten we onze doelstellingen maar los. Want wie zich in een periode van recessie niet aanpast, mist de boot op een moment dat de economie weer aantrekt.”

Alders ziet zijn positie binnen en buiten het kabinet als “zeer bijzonder”. Bekend is - en hij heeft het zelf wel eens laten doorschemeren - dat hij regelmatig moet opboksen tegen collega's als Andriessen (economische zaken), Bukman (landbouw) en Maij-Weggen (verkeer en waterstaat). Ook bij de totstandkoming van NMP-2 was dat het geval. Alders: “Natuurlijk is het voortdurend knokken. Als de doelstelling honderd procent is, bestaat er bij mijn collega's een neiging te zeggen: 'Beste Hans, ik haal toch al 85 procent? Waarom heb je zo weinig oog voor wat ik al bereikt heb en begin je nu alweer over die resterende 15 procent?' Maar ja, de minister van milieu zit nu eenmaal in de positie om te zeggen: wat u normaal vindt, is niet normaal.”

Nooit met de portefeuille gerammeld? Alders: “Die vraag moet je beantwoorden als je niet meer in het kabinet zit.”

De milieuminister praat om de haverklap over noodzakelijke of reeds op gang gebrachte “veranderingsprocessen” en neemt veelvuldig de term “gigantisch” in de mond, onderwijl een hand opstekend naar een passerende Nijmeegse kennis. Ook heeft hij het over “tijdbalken” die aangeven wanneer een streefcijfer moet worden gehaald.

Zojuist is bekend geworden dat de basismetaalindustrie bij lange na niet kan voldoen aan de afspraken die in een convenant met het ministerie van VROM zijn vastgelegd. De reductie in 1995 van een reeks schadelijke stoffen zal niet worden gehaald. Volgens Alders blijft het einddoel voor het jaar 2000 recht overeind staan: “Neem nou Hoogovens. Iedereen leest dagelijks in de krant dat het bedrijf grote problemen heeft en daarom mag Hoogovens de noodzakelijke maatregelen iets meer spreiden. Maar dan moet men één ding goed voor ogen houden en dat hebben we ook tegen Hoogovens gezegd: u heeft na 1995 een achterstand in te lopen.”

Volgens de milieubeweging is ook het convenant met de verpakkingsindustrie op een fiasco uitgedraaid. Alders ontkent dat ten stelligste, noemt het juist een voorbeeld van een “absolute successtory”. “Tussen 1986 en 1992 is de stroom verpakkingsafval inderdaad fors toegenomen, maar dat zegt niets over het convenant dat pas in juni 1991 is afgesloten. Wie van zo'n afspraak verwacht dat alles wat over vijf jaar bereikt moet zijn, al in het eerste of tweede jaar gebeurt, heeft te weinig oog voor het veranderingsproces dat noodzakelijk is.”

Alders is niet op alle punten tevreden over de uitvoering van het convenant. “In mijn laatste gesprek met de Stichting Verpakking en Milieu, die de branche vertegenwoordigt, heb ik gezegd: ik begin nu met het schrijven van wetgeving. Bent u niet op tijd met vrijwillige maatregelen om de hoeveelheid verpakkingsafval te verminderen, dan geldt de wetgeving. Maar ook hier hebben we te kampen met de bevolkingsgroei, en vergeet de gezinsverdunning niet. Al die mensen die alleen wonen moeten hun eigen potje jam hebben.”

Van de marmelade aan het ontbijt naar het wereldomspannende broeikasprobleem, veroorzaakt door het verstoken van fossiele brandstoffen. Dat is voor Alders maar een minieme stap. Ook hier komt hij in huiselijke sferen terecht. “Om energie te besparen moet je niet alleen naar de grote industrieën kijken. Ook de burger moet het licht op de gang uitdoen en de verwarming op 19 in plaats van 21 graden zetten. Desnoods trekt hij maar een dikke trui aan.”

“Maar met energiebesparing alleen bereik je niet wat je móét bereiken, dan zul je ook wat aan de prijs moeten doen. Nu ligt die prijs zelfs nog onder het dieptepunt van 1973. We praten over 13,5 dollar per barrel. Eigenlijk nòg een wonder dat er aan energiebesparing wordt gedaan, want elke economische prikkel op dat punt ontbreekt.”

In 'Milieu als maatstaf' wordt een energieheffing voor kleinverbruikers vanaf 1995 aangekondigd. Eerst zal Nederland proberen een aantal Noordwesteuropese landen mee te krijgen, omdat een heffing in EU-verband vrijwel is uitgesloten. Alders: “Aan de vooravond van 1994 zijn we verder weg van een Europese heffing dan ooit.”

Maar waarom, wat Nederland betreft, alleen de kleinverbruikers? Dat zet toch geen zoden aan de dijk? Alders: “Nou, zo weinig is het niet. Onder de kleinverbruikers valt ook negentig procent van alle bedrijven. We spreken dan over bijna de helft van het totale energieverbruik. Bedenk dat het niet om een lastenverzwaring gaat, want het geld dat de heffing oplevert moet naar de kleinverbruiker terugvloeien.”

Maar waarom die heffing niet voor alle Nederlandse bedrijven ingevoerd? Alders: “Omdat de grote industrieën dan in een slechte concurrentiepositie terechtkomen ten opzichte van andere Europese landen. In de hele discussie over de energieheffing is er steeds van uit gegaan: de grote moeten buiten schot blijven.”

Alders hoopt NMP-2 zelf te kunnen uitvoeren, wat betekent dat hij in een volgend kabinet wederom minister van VROM wil worden. “Als je eenmaal in deze positie bij het milieu betrokken bent, dan zeg je nooit meer nee. Ik ben nu vier jaar en een maand minister en het werk dat ik begonnen ben is nog lang niet af.”

Minister-president Lubbers vindt dat het makkelijker moet worden om ministers tussentijds te vervangen. Ook een minister Alders? Alders: “Die zakelijke discussie moet je zeker voeren, en daar zijn we in Nederland iets te spastisch over. Mensen kunnen op een bepaald moment in een kabinet een blokkade zijn om tot een consistente politiek te komen. We zien dat in Nederland veel te veel als een desavoueren van mensen.”