Abu Dhabi eist miljarden van managers BCCI bank

ABU DHABI, 21 DEC. Grootaandeelhouders van de twee jaar geleden op verdenking van ernstige fraude gesloten Bank for Credit and Commerce International (BCCI) eisen van dertien voormalige BCCI-managers een bedrag van 9 miljard dollar. De claim is gisteren neergelegd bij de rechter in Abu Dhabi, de hoofdstad van de Verenigde Arabische Emiraten.

De grootaandeelhouders, de regerende familie van Abu Dhabi plus een investeringsmaatschappij, menen dat de dertien topmensen zich schuldig hebben gemaakt aan “wanbeheer en het ontvreemden van fondsen”. De dertien waren afgelopen zomer al in staat van beschuldiging gesteld. Tot hen behoren de Pakistaanse oprichter, Agha Hassa Abedi, zijn plaatsvervanger Swaleh Naqvi en Ziauddin Akbar. De nu ingediende claim wordt zaterdag behandeld als de rechtbank zich ook buigt over de eerdere beschuldigingen.

De grootaandeelhouders beweren dat meer dan 3 miljard dollar is gestolen uit de persoonlijke portefeuilles van de president van de Verenigde Arabische Emiraten, sjeik Zaid en diens zoon en kroonprins, Sjeik Khalifa. Volgens de aandeelhouders werd door de top van BCCI verteld dat “in december 1989 de fondsen meer dan 4 miljard dollar bedroegen, terwijl zij in feite maar ongeveer 250 miljoen dollar waard waren.” Als het geld was geïnvesteerd in dollarobligaties dan zou de sjeik nu zeven miljard dollar in kas hebben gehad, zo stellen de aandeelhouders.

Vestigingen van BCCI over de hele wereld werden in juli 1991 na een gezamenlijke bliksemactie van de centrale banken gesloten. De bank bleek onder meer betrokken te zijn geweest bij het witwassen van geld uit het criminele circuit. Voor de sluiting behoorde BCCI, met een balanstotaal van meer dan 20 miljard dollar en vestigingen in 69 landen, tot een van de grootste particuliere banken ter wereld. (Reuter)