'Voor Antall wachten we graag'; Begrafenis van overleden premier verenigt Hongaren

BOEDAPEST, 20 DEC. Misschien was Miklos Saly nog het dichtst bij de waarheid. “Doodgaan was de laatste grote dienst die premier Antall zijn partij kon bewijzen”, aldus de 53-jarige gymnastiekleraar die zaterdagmiddag met vele duizenden Hongaren in het centrum van Boedapest de begrafenis van de vorige week overleden premier József Antall bijwoonde. “Ik hoop dat zijn dood het Hongaars Democratisch Forum (MDF) terugbrengt in het centrum van de macht.”

Antalls langdurige ziekte verhinderde hem immers maandenlang zijn werk met volledige inzet te doen en deed zijn greep op de MDF verslappen. Het direct gevolg daarvan was het conflict met de extreem-nationalistische, antisemitische schrijver István Csurka, die inmiddels zijn eigen partij heeft opgericht en bij de verkiezingen van mei volgend jaar een aanzienlijk deel van de aanhang van de MDF dreigt weg te halen.

Het MDF heeft de dood en de begrafenis van Antall dan ook gebruikt als onofficieel begin van de verkiezingscampagne, onder meer door Antalls kist tijdens de tocht van het parlementsgebouw aan de Donau noor het kerkhof Kerepesi nadrukkelijk te voorzien van de letters MDF - in fel-witte chrysanten op een groene krans. Sommige Hongaren hebben zich daaraan geërgerd, omdat het doet denken aan de tijd dat de enig toegelaten, communistische partij op een dergelijke manier bij elke gelegenheid propaganda voerde.

Anderen, zoals Miklos Saly, tillen er minder zwaar aan. “Antall heeft door zijn dood de hele natie aaneengesmeed”, vindt hij, “de kritiek van andere partijen komt tot zwijgen.” Hij wijst op de mensenmassa om zich heen: “Dat zijn zeker niet allemaal leden van de MDF. Toen Kadar [de vroegere communistische leider, red.] doodging, waren er lang niet zoveel mensen, zelfs al was het toen allemaal georkestreerd, en was iedereen verplicht aanwezig te zijn.”

Inderdaad zijn vanaf vrijdag twaalf uur 's middags tot diep in de nacht naar schatting 250.000 mensen langs Antalls kist gelopen. Die stond toen nog opgesteld in de machtige koepel van het neogotische parlementsgebouw. Een korte onderbreking van de stroom Hongaren, vaak met een plastic boodschappentasje in de hand, die de overledene een laatste groet, een enkele bloem, kwamen brengen, deed zich alleen vrijdagavond voor toen de Duitse bondskanselier, Helmut Kohl, enkele minuten lang in gedachten verzonk voor de kist die bedekt was met dezelfde Hongaarse driekleur die ook in zijn werkkamer hing.

“We hebben het graag voor Antall over om hier nog een keer te wachten”, zegt een vrouw in een bontjas van middelbare leeftijd. Ze staat al bijna vijf uur in de rij. “Vroeger hebben we dat voor veel minder gedaan.” Wat ze verwacht van Péter Boross, de man die hem opvolgt? “Hopelijk gaat het goed tot de volgende verkiezingen”, zegt de vrouw, “maar niemand is zoals Antall, zó intelligent. Antall was een man uit één stuk, een soort Hongaarse Messias.”

Op het Kossuth-plein, waar de duizenden geduldig wachten in de koude winterzon, loopt de 47 jaar oude György Tóth langs de rijen, op zoek naar zijn vader die al ver in de zeventig is en die ergens moet staan. “Antall was een echte Europeaan”, zegt Toth, “een intellectueel. Ik hoop dat Boross zijn politiek zal voortzetten.”

De internationale erkenning die Antall met zijn politiek van matiging en tolerantie heeft verkregen, blijkt zaterdag uit het aantal en de kwaliteit van buitenlandse leiders die hem de laatste eer komen bewijzen: de Amerikaanse vice-president Gore, de Britse ex-premier Thatcher, de Israelische minister van buitenlandse zaken Peres, de Poolse president Walesa, vergezeld van maar liefst twee ex-premiers, Mazowiecki en Suchocka, bijna als illustratie van het feit dat in de andere nieuwe democratieën in Oost-Europa de politieke situatie aanzienlijk minder stabiel is dan in Hongarije. De Europese Unie wordt vertegenwoordigd door Hans van den Broek, korte tijd later gevolgd door zijn vroegere chef uit Den Haag. Lubbers was de enige die na het condoleren van de weduwde Antall nog naar de kist liep en, in een gebaar van camaraderie, zijn hand er ten afscheid even op liet rusten.

De afvaardigingen uit Hongarije's buurlanden riepen vraagtekens op: terwijl Oostenrijk vertegenwoordigd werd door bondskanselier Vranitzky en minister van buitenlandse zaken Alois Mock, Slowakije zelfs door zijn president én premier Michal Kovác en Vladimr Meciar in een acht man sterke delegatie, onderstreepte Roemenië, waar zo'n twee miljoen Hongaren wonen, zijn ijzige betrekkingen met Boedapest door alleen een vice-premier te sturen.

Op verschillende manieren kwam zaterdag in de toespraken op het Kossuth-plein en op de begraafplaats de positie van de grote Hongaarse minderheid in Transylvanië aan de orde: de dichter András Söut (zelf lid van de Hongaarse minderheid in Roemenië, die door toedoen van Ceausescu's geheime dienst Securitate een oog heeft verloren, herinnerde aan de omstreden uitspraak van Antall dat hij zich beschouwde als de “premier van vijftien miljoen Hongaren” - tien binnen en vijf buiten de Hongaarse grenzen. Antall zei dat, zo wist Söut, “met nuchterheid, met politieke verantwoordelijkheid en zonder enig achterliggend motief”. Want een van Antalls grote verdiensten was juist dat hij zich altijd verzette tegen intolerantie. Volgens Söut zal geen enkele opvolger van Antall hem overtreffen “in wat hij heeft gedaan voor de Hongaarse gemeenschap die buiten de landsgrenzen woont”.

De protestantse bisschop Laszlo Tökes ten slotte, wiens jarenlange verzet tegen de Roemeense autorteiten eind 1989 de stoot heeft gegeven tot de uiteindelijke val van de Roemeense dictator Ceausescu beschreef hoe Hongaren buiten het land zich dank zij Antall voelden: als leden van één grote familie.