TU Delft wil HBO op eigen campus

Universiteiten en hogescholen moet sterker worden onderscheiden, vindt staatssecretaris Cohen. Volgens de TU Delft kan dat gebeuren door nauw samen te werken.

DELFT, 20 DEC. Een hogeschool op de campus van een universiteit? Waarom eigenlijk niet, vraagt dr. N. de Voogd zich af. Dan kunnen eerstejaars studenten die bij nader inzien meer baat hebben bij een beroepsopleiding, gewoon op dezelfde campus verder studeren. “Dat is ook sociaal veel beter, lijkt me.”

De Voogd, sinds acht maanden voorzitter van het college van bestuur van de TU Delft, ziet het voor zich. Een eigen gebouw voor het hoger beroepsonderwijs onder de rook van de universitaire panden waar de wetenschappelijke ingenieurs worden opgeleid. Behalve dat de 'afvallers' uit de propedeuse niet hoeven omzien naar een opleiding elders in de regio, zou een eigen gebouw voor het HBO op de campus ook ander voordelen hebben: het hoger beroepsonderwijs zou makkelijker gebruik kunnen maken van universitaire apparatuur en de uitwisseling van docenten zou ook veel soepeler verlopen.

Het idee is nog pril, onderstreept De Voogd, zo pril dat over zaken als bekostiging nog lang niet is nagedacht. Maar vorige week bracht hij het al wel ter sprake in een gesprek over met de voorzitter van de HBO-Raad, H. Kemner, “en die was er wel enthousiast over.”

De collegevoorzitter beklemtoont dat zijn idee wel degelijk strookt met de plannen van staatssecretaris Cohen om het onderscheid tussen hoger beroepsonderwijs en universiteiten weer aan te scherpen. “Het is natuurlijk niet de bedoeling dat we elkaars werk gaan doen - dat ben ik met Cohen eens - maar we kunnen toch heel veel voor elkaar betekenen.” Hij onderschrijft ook Cohens stelling dat de propedeuse aan de universiteiten selectiever moet worden. “Wij willen daarom een driedeling in de propedeuse inbouwen, zodat je eigenlijk al tegen de kerst een idee hebt wat het beste is voor welke studenten.”

De Voogds gedachten gaan uit naar een algemeen tussentijds examen, waarna studenten kunnen worden verwezen naar een 'excellent' programma voor de allerbesten - vijf tot tien procent van alle studenten, schat De Voogd - , een 'normaal' programma voor de meerderheid, en een 'toegepassingsgerichte stroom' die zou moeten worden verzorgd in samenwerking met het hoger beroepsonderwijs, en dus het liefst in een eigen gebouw op de campus. “Zo kun je toptalent kweken èn tot een beter contact met het HBO komen.”

De mogelijkheid om onderscheid te maken in niveau tussen het normale studieprogramma en een 'leerroute' die uitdrukkelijk opleidt voor een wetenschappelijke toekomst, is de universiteiten door Cohen zelf aangereikt in zijn september gepresenteerde Hoger-Onderwijsplan (HOOP). Het idee is sceptisch onthaald door de werkgevers, die vrezen dat de normale studie zo degradeert tot een pure beroepsopleiding.

Het idee voor stroomlijning van de propedeuse past in de 'strategische visie' op de toekomst die de universiteit vorige maand presenteerde. Het rendement moet worden opgekrikt van 55 procent - onder het landelijk gemiddelde - naar 75 procent, vindt De Voogd. “Het is gewoon een moeilijke studie - maar het rendement moet omhoog kunnen, dat is duidelijk. Deze ideeën kunnen daaraan meehelpen.”