THEO WIJNEN OVER Pianospelen in het Amstel Hotel

Theo Wijnen speelt in het algemeen in het Amstel Hotel op maandag, donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag tijdens de brunch en de high tea.

“Deze Kerst wordt mijn 34ste als huispianist van het Amstel Hotel. Eén heb ik er gemist. Vijftien jaar geleden heb ik op Eerste Kerstdag thuis mijn armen en handen verbrand toen ik een brandende pan vet van het gas haalde. De dokters dachten dat ik nooit meer kon spelen. Zeven maanden heb ik geen vinger van mijn rechterhand kunnen verroeren. Maar nu speel ik toch weer, al heb ik soms nog kramp en kan ik sommige stukken niet meer aan. Ik verheug mij altijd op Kerst: er is dan hier een bijzondere sfeer, mensen zijn in een mijmerende stemming, dan is het extra mooi om hier op de piano kerstrepertoire te spelen.”

Theo Wijnen (59) is sinds 1958 de huispianist van het Amstel Hotel in Amsterdam. Hij studeerde piano aan het Amsterdamse Conservatorium bij Willem Andriessen. 's Avonds vanaf zes uur speelt Wijnen op een Yamaha in de lounge, daarna speelt hij tot twaalf uur op een Schimmel in het restaurant La Rive, waar de gasten genieten van de kookkunst van chef-kok Rob Kranenborg. De sfeer is chic en huiselijk, een avond uit is hier duur maar niet poenig en wordt opgeluisterd door het opvallend fraaie pianospel van Theo Wijnen.

“Na het conservatorium, waar ik mijn solistendiploma haalde, heb ik een paar concerten gegeven. Dat ging prima, maar je kon er moeilijk van leven. Tijdens mijn studie had ik in het Apollo Hotel gespeeld en het Amstel Hotel was een goed alternatief voor een carrière in de concertzaal. Ik heb hier gespeeld voor leden van het koninklijk huis, ook bij de viering van het 25-jarig huwelijk van koning Juliana en Prins Bernhard, toen hier onder anderen de Sjah van Perzië en koning Elizabeth van Engeland logeerden. En verder heb ik hier gespeeld voor veel artiesten, ook voor de grote pianisten.

“Kort nadat ik hier was begonnen, kwam Arthur Rubinstein binnen, in vol ornaat na het geven van een concert. Tijdens mijn opleiding was hij voor ons pianisten God zelf. Ik dacht: 'ik ga weg, wat moet ik voor hèm spelen?' De volgende avond kwam hij weer in het restaurant, om half acht, en toen kon ik niet weg. Wat moest ik spelen? Eerst wat volksmuziek, daarna werd ik brutaler en speelde Gershwin, daarna Scarlatti. Ondertussen hield ik hem in de gaten. Hij riep de ober, schreef wat lovende woorden op een menu en liet dat mij brengen. Daarna was ik over mijn schroom heen.

“Vladimir Horowitz is hier twee keer tien dagen geweest en at de helft van de tijd hier in het restaurant. Hij ging vrij dicht bij de piano zitten en zei na een tijdje tegen de oberkelner 'You have a very good piano player.' Dan kan het niet meer mis. Ik heb klassiek gestudeerd, die techniek, dat toucher heb ik nog steeds en dat valt op bij mensen die verstand hebben van muziek. Ik heb altijd veel leuke reacties gehad, van Nikita Magaloff en Yehudi Menuhin, van Randy Crawford en Paolo Conte, ook van Mikhail Gorbatsjov.

“Over repertoire denk ik van tevoren nooit na, ik weet niet wat ik ga spelen. Ik reageer ergens op, ik probeer iets uit een musical, Miss Saigon of Les Misérables, en als ik een reactie krijg, ga ik daarop door. Ik speel zo afwisselend mogelijk, klassiek, Amerikaans, Hongaars, Weens, ik heb een repertoire van duizenden nummers.

“Het moet hier rustig aan, ik geef geen concert, maar zorg voor de achtergrond. Je moet je aanpassen, als je dat niet kunt, moet je daar niet aan beginnen. Die gasten komen niet voor mij, hier zitten heren zaken te doen, daar zit een verliefd stel, je probeert voor iedereen wat te spelen. Als mensen wat vragen, is dat het mooiste dat er is. Als ik het niet ken, ga ik er onmiddellijk achteraan. Die gedrevenheid moet je hebben, anders duurt zes uur spelen heel lang.

“Zelf houd ik erg van pianisten als Misha Dichter, Pogorelich en Magaloff. Maar ik ben ook een jazzliefhebber. Erroll Garner kwam hier en hoorde mij Clair de Lune van Debussy spelen, Dat had hij nog nooit gehoord. Ik mocht met hem mee naar zijn concert en hij begon met eerste maten van Clair de Lune. Dat soort kleine dingen zijn leuk.”