Ontslag van ministers zaak voor opvolgers van Lubbers

DEN HAAG, 20 DEC. Voer voor staatsrechtgeleerden. Wat betekenen de wijzigingen van het reglement van orde van de ministerraad zoals die nu in het kabinet ter discussie staan? Niet veel meer dan een formalisering van de bestaande praktijk, zegt de ene school. Veranderingen die op gespannen voet staan met de grondwet, zegt de andere school.

Het draait allemaal om de positie van de minister-president als het gaat om het benoemen en ontslaan van ministers. Krijgt hij daarbij meer macht dan nu het geval is, of niet. Het voorgestelde nieuwe artikel in het reglement van orde oogt vrij onschuldig: Het is aan de minister-president voordrachten aan de ministerraad te doen “ter benoeming en ontslag van ministers en staatssecretarissen”, staat er. Niet de minister-president zelf gaat dus over ontslag en aanstelling, hij kan slechts voorstellen doen. Kortom geen 'Britse toestanden' dus, waarbij de prime-minister met de ministers van zijn kabinet schuift alsof het schaakstukken zijn.

Er is wel degelijk wat aan de hand zeggen de principiëlen. Want in tegenstelling tot de huidige situatie kan de minister-president straks op eigen initiatief een bewindspersoon bij zijn collega's voordragen voor ontslag. Iets dat in strijd is met het Nederlandse parlementaire stelsel dat zegt dat een minister pas dient te vertrekken als hij niet langer het vertrouwen van een Kamermeerderheid geniet.

Het lijkt een vrij theoretische kwestie. Als de minister-president tot een draconische maatregel als voordracht tot ontslag besluit, mag in de Nederlandse verhoudingen worden aangenomen dat hij dit van tevoren heeft doorgesproken met de coalitiepartner. Dit staat ook in de toelichting op de voorgestelde wijziging van het regelement van orde. “Het is duidelijk dat hij (de minister-president, red.) een dergelijk voornemen te voren met de politieke leider(s) van de in het kabinet vertegenwoordigende partijen zal bespreken”. Anders gezegd, een minister-president moet wel zeker van zijn zaak zijn als hij iemand voor ontslag voordraagt, omdat anders een kabinetscrisis zou dreigen.

Anders dan nu kan hij echter formeel het initiatief nemen om iemand ter discussie te stellen. En er zijn situaties denkbaar waarbij de minister-president dan gebruik kan maken van overmacht. De coalitiepartner kan bijvoorbeeld om electorale redenen er geen behoefte aan hebben de zaak op de spits te drijven en zich zodoende neerleggen bij het voornemen van de minister-president. Ook hier gaat het weer om een vrij academische kwestie, want in dat geval zijn de verhoudingen binnen een coalitie natuurlijk wel flink verstoord.

Strikt formeel is er geen sprake van een eigen ontslag en aanstellingsbevoegdheid van de minister-president, maar het zou er wel toe kunnen leiden. Resteert de vraag, waarom nu die wijzigingen? In het kader van de discussie over staatsrechtelijke en bestuurlijke vernieuwing is dit punt uitvoerig aan de orde geweest in de commissie-De Koning die zich bezonnen heeft op de bevoegdheden van de minister-president. De commissie kwam unaniem tot de conclusie dat dit soort aanscherpingen van de bevoegdheden slechts te regelen zouden zijn via een wijziging van de grondwet. Met de weg die het kabinet nu kiest, een wijziging van het regelement van orde, hoeft niet eens de raad van state om advies te worden gevraagd.

De politieke betekenis van het een en ander zal moeten blijken in de praktijk als iemand als Lubbers al lang vertrokken is. Maar dat maakt het juist ook zo pikant. Lubbers heeft zijn huidige positie als minister-president, om in zijn eigen terminologie te blijven, “werkende weg” verworven. De voorgestelde wijzigingen van het reglement van orde waarin ook de agenderingsbevoegdheid van de minister-president en de verantwoordelijkheid voor een samenhangend regeringsbeleid is opgenomen, kan tevens worden beschouwd als het in regels omzetten van het functioneren van de huidige minister-president. Anders gezegd: wat Lubbers zelf aan gezag moest verwerven bij zijn collega's en coalitiepartner is straks al helemaal geregeld voor zijn opvolger. Inderdaad, het was CDA-fractievoorzitter Brinkman die twee weken geleden vroeg of het kabinet het reglement van orde nog ging wijzigen.