Oeso ziet herstel economische groei

ROTTERDAM, 20 DEC. Een toenemende, stevige economische expansie in de Verenigde Staten en matig herstel in Groot-Brittannië, Australië, Nieuw-Zeeland en een aantal kleinere Europese landen. Dat voorspelt de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO) in haar vandaag gepubliceerde prognose voor 1994 en 1995.

In de rest van de 24 OESO-landen ontwikkelt de economie zich teleurstellend zwak en blijft het vertrouwen van consumenten en zakenlieden laag. De Nederlandse economie zal zich, niet gesteund door sterke binnenlandse vraag en met een door de harde gulden belemmerde export, slechts zwakjes herstellen.

Voor volgend jaar voorziet de OESO een gemiddelde groei van het reële bruto nationaal produkt in de 24 lidstaten van 2,1 procent, tegen 1,1 procent in 1993, en voor 1995 een verdere stijging naar 2,7 procent. Japan en Duitsland blijven met respectievelijk 0,5 en 0,8 procent ver onder het gemiddelde voor 1994, de OESO-landen in Europa halen samen een groei van 1,5 procent. De Verenigde Staten zitten met 3,1 procent een derde boven het gemiddelde.

In vergelijking met de meeste Europese landen is de economische teruggang in Nederland relatief mild geweest, schrijven de OESO-experts. De Nederlandse inflatie is tot een laag niveau afgenomen, maar de werkloosheid is sterk gestegen. Komend jaar kan het bruto binnenlands produkt van Nederland met een half procent groeien. Voor 1995 is het vooruitzicht aanzienlijk beter: het BBP groeit dan 2,25 procent.

Van de Duitse economie schetst het OESO-rapport een vrij somber beeld: het ondernemingsklimaat en de produktie trokken in de tweede helft van 1992 aan, maar in het eerste kwartaal van 1993 was er weer een terugval. Voor oostelijk Duitsland maakt het rapport een duidelijke uitzondering. In de voormalige DDR is sprake van een zich verbeterende trend in de industriële produktie die een herstel van de groei aangeeft, wellicht tot 6 procent over heel 1993. De daling van de Oostduitse export is tot staan gebracht en het aantal industriële orders neemt geleidelijk aan toe.

Voor heel Duitsland voorspelt de OESO een tijdelijke daling van economische activiteiten in het eerste kwartaal van 1994, vooral onder invloed van belastingmaatregelen. De consumptie zal volgend jaar in Duitsland nog aanzienlijk dalen als gevolg van de relatief scherpe loonmatiging en sterk gestegen werkloosheid.

Na een lage gemiddelde groei van de totale Duitse economie (0,75 procent) in 1994 voorziet de OESO dat het economisch herstel in 1995 'aan momentum zal winnen', vooral omdat de negatieve effecten van een verzwakte Duitse concurrentiepositie op de export dat jaar geleidelijk zullen wegebben en de bedrijfswinsten zullen verbeteren. De Duitse economie als geheel zou in 1995 weer met 2 tot 2,5 procent kunnen groeien.

Aleen in de Verenigde Staten voorziet de OESO en lichte daling van de werkloosheid. In het hele OESO-gebied is sprake van een stijging, mogelijk tot 35 miljoen werklozen in 1994. Daarna wordt weer een lichte daling voorspeld.

De staat van de overheidsfinanciën is in de meeste Europese landen de afgelopen jaren aanzienlijk verslechterd. Dit biedt gemiddeld genomen geen ruimte voor fiscale lastenverlichting. Slechts wanneer de pogingen van de regeringen om de overheidstekorten binnen de perken te krijgen succes hebben, kan op middellange termijn een stabilisering van de belastingdruk worden bereikt. Uitzonderingen zijn de landen met zeer hoge tekorten, waaronder Italië, België en Griekenland. De centrale vraag in Europa is of het negatieve effect van de hoge overheidstekorten op de investeringen en bestedingen kan worden gecompenseerd door verdere verlaging van de rentevoet.